Cultuursubsidies blijven in de randstad

Cultuur is en blijft ook in de periode 2005-2008 grotendeels een randstedelijke aangelegenheid, zo blijkt uit een cijfermatige analyse van de maandag door de Raad voor Cultuur gepubliceerde adviezen. Bijna driekwart van de rijkscultuurgelden zal worden uitgegeven in de provincies Noord- en Zuid-Holland. Bijna 60 procent van de naar deze twee provincies vloeiende gelden komt in Amsterdam terecht. Landelijk gezien bedraagt het Amsterdamse aandeel ruim 40 procent.

Uit de analyse van de adviezen blijkt dat iets minder dan 70 procent van alle door de Raad positief beoordeelde instellingen gevestigd is in het Westen van het land. Zij krijgen iets meer dan 70 procent van het cultuurbudget tot hun beschikking. De landelijke, eveneens in deze `regio' gevestigde kunstfondsen zijn daarbij buiten beschouwing gelaten; zij herverdelen – in theorie althans – hun gelden over heel Nederland.

De vergelijking wordt wat vertekend door de aanwezigheid van enkele grote nationale musea zoals het Rijksmuseum (Amsterdam) en Museum Naturalis (Leiden), en instellingen als de Nederlandse Opera (Amsterdam) en Nederlands Danstheater (Den Haag). Wanneer de tien hoogst genoteerde instellingen in het westen buiten beschouwing worden gelaten, bedraagt het aandeel van deze regio echter nog altijd ruim 60 procent. Van de andere regio's lijkt het oosten (Gelderland en Overijssel) zich positief te onderscheiden: bijna 15 procent van de rijkscultuurgelden worden hier uitgegeven. Bij nadere beschouwing blijkt echter ruim de helft daarvan terecht te komen bij vier grote instellingen waaronder Nationaal Museum Paleis het Loo en de Nationale Reisopera. Hekkensluiter is het Noorden van het land dat aanspraak mag maken op nog geen 4 procent. In de adviezen van de Raad worden ook de budgetten vermeld die in de huidige kunstenperiode (2001-2004) aan de diverse instellingen worden verstrekt. Uit een vergelijking van de cijfers blijkt dat de spreiding van de cultuurgelden vrijwel identiek is gebleven. Dit staat haaks op de wens van staatssecretaris Medy van der Laan. Zo schreef zij in haar in Uitgangspuntenbrief Cultuur van juli 2003 zich samen met het kabinet in te willen zetten voor ,,een hoogwaardig, divers en goed gespreid voorzieningenniveau.''