Chantage

De minister dreigt de subsidie in te trekken voor scholen die onvoldoende presteren. Dat lijkt mij een heel logische gedachte. Waarom zouden we immers slechte scholen laten voortbestaan?

Maar wie beoordeelt nu of een school maar beter kan worden opgeheven? Daar hebben we de minister voor en die baseert haar oordeel op dat van de inspectie. In de Volkskrant lees ik dat het IJdoorn College, een vmbo-school in Amsterdam-Noord, een onvoldoende heeft gekregen. `Op drie punten werd de school beoordeeld door de Onderwijsinspectie, en op alledrie de punten (de resultaten, de kwaliteit en de zorg voor die kwaliteit) was de beoordeling hetzelfde: onvoldoende.' Dat liegt er dus niet om, zou ik zeggen, daar zullen ze het wel moeilijk mee hebben. Maar daarmee onderschat ik het incasseringsvermogen van directeur Jur Houweling. Die verklaart daar niet wakker van te liggen. Hij heeft zo zijn bedenkingen tegen de Onderwijsinspectie. Aan hun rapporten, zo vindt hij, moet je niet teveel belang hechten. Die zijn gemakkelijk te manipuleren. Maar dat manipuleren, daar doet Jur Stavast niet aan mee, want bij hem staat het belang van de kinderen voorop. Dat de ouders hun kinderen niet meer opvoeden en dat de politieman geen gezag meer heeft, dat alles mag je niet afwentelen op de school, zo meent hij. Hij kent wel scholen waar het een tijdje een chaos is geweest, maar die hebben altijd zelf weer de problemen opgelost. Geen enkele school verdient het dus om gesloten te worden, vindt Jur, en misprijzend voegt hij daaraan toe dat die inspectie er trouwens maar twee dagen is geweest. Wat ik overigens juist heel lang vind, want als er op een school veel mis is, heb je geen twee dagen nodig om dat te ontdekken zo is mijn ervaring.

Het verweer van de directeur valt op door een hoog Vinkenslaggehalte: ouders, politie, inspectie ze deugen geen van allen, en daar zijn wij, fatsoenlijke en hardwerkende mensen, de dupe van.

In dezelfde krant doet Walter Dresscher, voorzitter van de onderwijsvakbond AOb, een voorstel om te voorkomen dat scholen moeten worden opgeheven. Hij stelt voor de bond in te schakelen om slecht presterende scholen te redden. Hij hanteert daarbij een heel curieus argument: `Bij zo'n reddingsoperatie kunnen harde maatregelen nodig zijn. Als vakbond willen we daar weleens dwars voor gaan liggen. Als we zelf verantwoordelijk zijn, ligt dat anders.' Lees deze zin nog eens over, laat die in zijn volle omvang tot u doordringen en besluit dan of u met zo'n club nog ooit iets te maken wilt hebben. Je reinste chantage. Als je ons niet laat meeprofiteren, zouden we het u weleens heel lastig kunnen maken. Dresscher vertelt dat hij zijn idee al eerder heeft geopperd bij organisaties voor bijzonder onderwijs, maar met weinig resultaat. Daar bleken ze dus niet gevoelig voor zijn chantagepogingen.

Betekent dit nou dat Dresscher een ordinaire afperser is? Nee, dat niet, maar het maakt wel duidelijk dat een bond, in het nauw gedreven door een terugloop van leden, vreemde sprongen maakt. Hoewel, helemaal vreemd zijn die sprongen nou ook weer niet. In het politieke krachtenveld van het onderwijs hadden politici altijd te maken met maar één serieuze tegenspeler: de bonden. Jarenlang zijn die in staat geweest alles en iedereen in het onderwijs hun wil op te leggen. Als je altijd wint, loop je het risico om, als het even tegenzit, je hand te overspelen. En als je dan bovendien te maken krijgt met een minister die, in tegenstelling tot haar voorgangers, haar eigen verantwoordelijkheid neemt, is dat natuurlijk wel even wennen.

Prick@nrc.nl