Bevolkingsonderzoek leidt in latere leven niet tot minder borstkanker

Bevolkingsonderzoek naar borstkanker bij vrouwen leidde in Zweden en Noorwegen tot een stijging van het aantal ontdekte kankers met ongeveer de helft. Maar de verwachting dat onder de regelmatig gescreende vrouwen vervolgens mínder borstkanker wordt gevonden als ze ouder worden, is niet uitgekomen. Zweedse en Noorse onderzoekers concluderen daaruit dat de borstkankerscreening vooral leidt tot overdiagnostiek (British Medical Journal, 17 april).

In Zweden zijn in 1986 de eerste vrouwen opgeroepen voor een mammografie. In 1992 was van de miljoen 50- tot 69-jarige Zweedse vrouwen driekwart minstens één keer op borstkanker gescreend. Het Noorse bevolkingsonderzoek begon in 1996. De Zweeds/Noorse onderzoekers hebben met behulp van de nationale kankerregisters het aantal gevallen van invasief groeiende borstkanker in de periode 1971 tot 2000 bepaald voor drie leeftijdsgroepen: 30 tot 49 jaar, 50-69 jaar en ouder dan 69 jaar.

Na de invoering van de mammografie in Noorwegen werden er 54% meer gevallen van invasieve borstkanker bij vrouwen van 50 tot 69 jaar ontdekt. In Zweden was dat 45%. Volgens de verwachting had die toename in de jaren daarna moeten leiden tot een daling van het aantal gevallen van borstkanker onder de gescreende groepen vrouwen ouder dan 69 jaar. Maar dat bleek niet of nauwelijks het geval: alleen bij de Zweedse vrouwen van 75 tot 79 jaar was er een geringe afname (met 12%). De onderzoekers concluderen dat het bevolkingsonderzoek op borstkanker leidt tot veel te veel diagnoses: zeker 30% van de opgespoorde vrouwen heeft blijkbaar een weinig agressieve vorm van borstkanker, die tijdens het leven nooit problemen zou hebben gegeven.

Uit eerdere artikelen blijkt dat de borstkankersterfte onder Zweedse vrouwen die een mammografie hebben ondergaan zo'n 20% lager is als onder niet-gecontroleerde vrouwen. Maar er is veel kritiek geweest over de opzet van dit eerdere onderzoek en nu mammografie niet leidt tot een afname van borstkanker bij ouderen, is een daling van de sterfte met zo'n hoog percentage erg onwaarschijnlijk.

In Nederland is de borstkankersterfte na de invoering van het bevolkingsonderzoek (in 1990) geleidelijk gedaald, tot 9% in de leeftijdsgroep van 55 tot 74 jaar. Het is de vraag hoeveel daarvan te danken is aan vroege opsporing en hoeveel aan verbeterde behandelingsmogelijkheden.