Zware kritiek op leiding Kosovaren

De internationale gemeenschap heeft de afgelopen dagen bij monde van diverse politici – van de EU, de OVSE en de Britse regering – de leiding van de Kosovo-Albanezen ongenadig de les gelezen wegens de etnische rellen van vorige maand.

De reeks begon woensdag toen de Britse minister van Europese Zaken Denis MacShane de president van Kosovo, Ibrahim Rugova, opriep zich ,,op zijn knieën bij Europa te verontschuldigen voor de misdaden tegen de Europese cultuur''. Hij doelde op de anti-Servische rellen van midden maart, waarbij negentien doden en negenhonderd gewonden vielen, achthonderd huizen en 29 orthodoxe kerken en kloosters in brand werden gestoken en de laatste Serviërs uit talrijke dorpen werden verdreven.

De rellen, die dagenlang aanhielden, braken uit nadat de media van de Kosovo-Albanezen hadden bericht, dat drie Albanese kinderen die in een rivier nabij Kosovska Mitrovica in het noorden van Kosovo waren verdronken, door lokale Serviërs het water in waren gedreven. Voor die bewering is toen noch later enig bewijs geleverd.

Gisteren kregen Rugova en de Kosovaarse premier Bajram Rexhepi in Priština de wind van voren van NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer. ,,Ik had meer verantwoordelijkheid, meer wederopbouw, krachtiger taal en meer ambities verwacht. Ik moet zeggen dat ik teleurgesteld ben'', aldus De Hoop Scheffer. Er was sinds zijn vorige bezoek aan Priština ,,geen vooruitgang'' geweest. ,,We kunnen geen afwachtende benadering van de leiding van de meerderheid in Kosovo hebben. Een politiek leider zijn betekent dat je moet leiden, je moet beslissingen nemen, je moet verantwoordelijkheid nemen en dat zie ik helaas niet.'' De leiders van de Kosovo-Albanezen hebben het geweld niet krachtig genoeg veroordeeld en hebben niet duidelijk gezegd dat het geweld van maart ,,absoluut nooit meer mag gebeuren'', aldus De Hoop Scheffer.

Ook de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) gaf gisteren de Kosovo-Albanezen ervan langs, waarbij ze zich vooral concentreerde op de rol van de Albaneestalige media. De partijdigheid van die media heeft de anti-Servische rellen uitgelokt, zo concludeerde Miklós Haraszti – vroeger een bekende Hongaarse dissident, nu bij de OVSE verantwoordelijk voor de persvrijheid – in een gisteren gepubliceerd rapport. Zonder de ,,onverantwoordelijke en sensationalistische'' berichtgeving over de verdronken Albanese kinderen zou het volgens Haraszti nooit tot de rellen zijn gekomen. Vooral de radio en tv-zender RTK heeft ,,zonder bewijs'' gesteld dat Serviërs schuldig waren aan de dood van de kinderen. Die berichtgeving was ,,een katalysator'' voor wat er vervolgens gebeurde. ,,De media hebben een onaanvaardbaar niveau van emotionaliteit en partijdigheid laten zien, zonder informatie te controleren. Ze hebben op verkeerde manier een patriottische ijver aan de dag gelegd,'' aldus Haraszti in zijn rapport.