Vriendschap in een land van kartonnen dozen

Zijn geste is zo aardig dat ik even niet weet wat ik moet zeggen. Ik had een afspraak in een wijk van Damascus waar de huizen kennelijk moeilijk te vinden zijn. ,,Ik kan zelf niet meekomen omdat ik moet werken'', zei mijn vriend Mohammed. ,,Maar ik heb per telefoon een taxichauffeur voor je geregeld en die weet precies waar het is.'' Tien minuten voordat de taxichauffeur moet komen, staat ineens Mohammed zelf voor mijn neus. ,,Ik heb een half uur vrijgenomen'', zegt hij, ,,om zeker te weten dat het goed gaat. Je weet het nooit met taxichauffeurs.''

In Amerikaanse ogen is Syrië een schurkenstaat die steun levert aan terreurbewegingen als Hezbollah en hoogstwaarschijnlijk in het bezit is van veel chemische wapens. Zo hoog is de spanning opgelopen dat de VS sancties hebben aangekondigd die elk moment van kracht kunnen worden. Omdat ook een verdrag met de EU niet vlot (Brussel wil dat Damascus onverdund stelling neemt tegen massavernietigingswapens) wordt Syrië steeds meer een internationale paria. Maar waarom zijn de mensen die in deze `schurkenstaat' wonen, dan toch zo aardig?

Natuurlijk speelt een rol dat er betrekkelijk weinig westerlingen naar het land toekomen – van de toeristen komt de overgrote meerderheid uit Arabische landen. Maar een westerling is meer dan een curiositeit, weet Marwan. ,,Iedere dag kijk ik naar zenders als CNN en BBC World'', zegt de Damasceen, die goed Engels spreekt. ,,Maar iedere keer word ik zo sjachrijnig dat ik het nieuws uitzet. Ik zie alleen maar negatieve dingen over Syrië. Wij zijn schurken, zeggen jullie. Nou, ik kan je zeggen: dat zijn wij niet.''

Marwans woede wordt door veel Syriërs gedeeld. ,,Ja, waarom houden jullie niet van ons?'', vraagt de loodgieter die Marwans watertank komt repareren. ,,Wij hebben jullie toch niets gedaan?'' Extra pijnlijk voor Syrië is dat ook de geliefde Arabische broeders Syriërs vaak niet behandelen met voldoende respect. Zo haten veel Libanezen Syrië omdat nog steeds duizenden Syrische soldaten in Libanon aanwezig zijn. In de ogen van Damascus bewaren ze de vrede daar, maar Libanezen zien hen als bezetters. En Arabische broeders uit Saoedi-Arabië en de Golfstaten komen vaak naar Syrië omdat ze daar goedkoop kunnen seks kunnen hebben. ,,Ik zag een Saoediër in een auto bij een luxe hotel'', vertelt een inwoner van Damascus. ,,`Hoeveel wil je', riep hij naar een Syrische hoer op straat. `Tweehonderd', zei ze. `Tweehonderd Syrische pond [omgerekend 3,5 euro]?' vroeg de Saoediër. `Nee joker', riep de hoer, `200 dollar'.''

Het is misschien deze woede over de westerse stigmatisering en het gebrek aan respect van Arabische broeders dat maakt dat zeker gestudeerde Syriërs zich het vuur uit de sloffen lopen om fatsoenlijk over te komen. Maar is dat het enige? Volgens mijn vriend Mahmoud (niet zijn echte naam) speelt er ook nog wat anders: de bekrompenheid van de Syrische maatschappij. Syrië heeft miljoenen inwoners, zegt hij, maar het bestaat uit diverse religieuze gemeenschappen die alleen maar oppervlakkig met elkaar samenleven; in feite zijn zij diep verdeeld. ,,Je kan Syrië vergelijken met een huis van kartonnen dozen. Het huis lijkt stevig, maar in feite zijn de dozen niet met elkaar verbonden.'' Volgens Mahmoud is het niet het Syrische huis, maar de kartonnen doos van je gemeenschap die bepaalt hoe je moet leven. Omdat veel sunnitische moslims zeer religieus zijn, staat in die gemeenschap bijvoorbeeld de geloofsbeleving centraal. ,,Als je in een volkswijk al te liberaal bent, moet je op je tellen passen'', zegt Mahmoud, die ooit door zijn vader tot ongelovige werd bestempeld omdat hij niet erg vond dat zijn zuster met een shi'iet zou trouwen. ,,Veel Syriërs haten die bekrompnheid maar je weet dat je er niets aan kan doen. Daarom houden wij zo van buitenlanders – jullie zijn zuurstof voor ons in een verstikkende omgeving.''

Maar verklaart dat alles? Naast de traditie is er ook een andere continue dreiging voor Syriërs: de gevreesde geheime dienst, de mukhabarat. ,,Kijk eens naar hem'', fluistert Ali (niet zijn echte naam), als we langs de buurtwinkel in zijn volkswijk lopen. ,,Die man daar hangt altijd buiten rond; ik weet zeker dat hij voor de mukhabarat werkt.''

Tijdens een uitstapje met een aantal Syriërs naar Libanon besluit de groep spontaan dat er een `reispresident' uit de aanwezigen gekozen moet worden. Maar even spontaan komt dan de suggestie dat er ook iemand moet worden aangewezen die namens de mukhabarat de groep in de gaten moet houden. ,,In elk Syrisch hart'', zegt Ali, ,,zit een hoekje angst als je met andere Syriërs praat. Alleen buitenlanders kun je volledig vertrouwen.''

En zo krijgen de meeste westerlingen een ontvangst in Syrië waar je beschaamd van wordt. ,,Mag ik Engels met je oefenen?'', zegt Mohammed in een hamam in Damascus. Als we weer op straat lopen, begin ik opeens te lachen. Met behulp van zijn woordenboek Engels (dat hij altijd bij zich heeft) leg ik hem uit dat ik in de toekomst als ik iemand hoor praten over de `schurkenstaat' Syrië, altijd aan zijn vriendelijke glimlach en zijn intellectuele brilletje zal denken. ,,Mijn [sunnitische] vader is erg gelovig en denkt er anders over'', zegt hij dan, ,,maar ik geloof dat er maar een wereld is en dat we allemaal bij elkaar horen.'' Het komt er zo puur en oprecht uit, dat ik hem op straat tegen me aandruk. Daar sta ik, midden op straat in Damascus – met mijn armen om een schurk.