Voor de historie uit

George W. Bush hield op 15 juni 2001 een toespraak in Warschau over de toekomst van Europa, waarin hij zei: `When Europe and America are divided, history tends to tragedy. When Europe and America are partners, no trouble or tyranny can stand against us.' Nauwelijks drie jaar later hebben de oorlogen tegen het terrorisme en tegen Irak, Amerika en de belangrijkste Europese landen tot op het bot verdeeld. Hoe het zo ver heeft kunnen komen, is een kluif waarmee historici nog jaren zoet zullen zijn.

De Leidse historicus H.W. van den Doel neemt in Europa en het het Westen alvast een voorschot. Eigenlijk zijn het drie boeken in één. Van den Doel begint met een samenvatting van de Grote Ideeën over de huidige internationale politiek, van Fukuyama's einde van de geschiedenis, Huntingtons botsende beschavingen, de globaliseringsjubel van Thomas Friedman tot `Amerikanen komen van Mars en Europeanen van Venus' van Robert Kagan. Vervolgens loopt hij snel de (politieke) geschiedenis langs van centrale begrippen in dat debat: het `Westen' de `westerse beschaving', `Europa' en de `atlantische gemeenschap'. Hij kan in zo'n kort bestek nergens echt diep op ingaan, maar weet zijn overzicht te verluchtigen met goede citaten. Ten slotte komt hij uit bij een verstandige en genuanceerde beschouwing over de spanningen die na 9/11 zijn ontstaan tussen de VS en `old Europe'. Het zijn op zich knappe, een beetje bleke, beschouwingen, die niet echt samenkomen.

`Historici moeten zich nu eenmaal zo nu en dan over actuele thema's uitspreken', schrijft Van den Doel in zijn voorwoord. Dat belooft wat. Maar hij haalt ook de beroemde uitspraak van de Chinese premier Zhou Enlai aan. Op de vraag wat hij vond van de Franse revolutie, antwoordde hij, in de jaren vijftig, dat het te vroeg was om daar iets over te zeggen. Van den Doel lijkt niet echt te hebben kunnen kiezen tussen die twee opvattingen. Als historicus kan hij inderdaad niet zo gek veel zeggen over de actualiteit. Hij heeft de bronnen niet en hij mist het overzicht. Niet toevallig is dat alle grote theorieën over de huidige toestand in de wereld afkomstig zijn van politicologen (Huntington), filosofen (Fukuyama) en journalisten (Friedman).

De natuurlijke reflex van historici die zich over de actualiteit buigen, is te kijken naar overeenkomsten en verschillen met crises uit het verleden. Van den Doel doet dat door te wijzen op de wrijving die er al op vele momenten bestond tussen Europa en de Verenigde Staten tijdens de Koude Oorlog. Al die problemen werden consequent te zwartgallig geduid en dat zou nu weer zo kunnen zijn. Vervolgens wijst Van den Doel terecht op de talloze belangen en ideeën die de Europese landen en de Verenigde Staten nog altijd gemeen hebben. Maar een historicus weet als geen ander dat verstandige argumenten in de geschiedenis niet altijd de doorslag hebben gegeven.

Een andere parallel is de veelgemaakte vergelijking van 11 september 2001 met de Japanse aanval op Pearl Harbour op 7 december 1941. Ook na `12/7' waren de VS in de greep van wraakzucht. Van den Doel vergelijkt de ongekende felheid van de strijd tegen Japan met die tegen het terrorisme. Hij verwijst daarbij naar de zogeheten `Jacksonian-traditie' in de Amerikaanse politiek: een houding die de waarden van de Amerikaanse frontier belichaamt, ruw en compromisloos. Als die vergelijking met 12/7 inderdaad opgaat, kan dat ook betekenen dat de Amerikanen na 11 september, net als toen, een volledig andere, nieuwe rol in de wereld zullen gaan spelen. De vraag is of die rol net zo heilzaam zal zijn als de rol die de Verenigde Staten onder Roosevelt en Truman opeisten. Hoe dan ook, historici hebben het nakijken.

H.W. van den Doel: Europa en het het Westen. Bert Bakker, 210 blz. €18,95