Volksjongen met jump

Met het afscheid van Jeroen Blijlevens verliest de Nederlandse wielersport een van zijn beste sprinters. De 32-jarige renner won vier ritten in de Tour, vijf etappes in de Vuelta en twee etappes in de Giro. In de Italiaanse ronde reed hij in 1999 ook twee dagen in de roze leiderstrui.

In 2000 kwam feitelijk een einde aan een veelbelovende carrière. Zijn laatste zege dateert van dat voorjaar. Blijlevens kreeg last van zijn gezondheid – hij klaagt nog steeds over een virus in zijn lichaam – en kon bij zijn latere werkgevers Polti, Lotto, Domo en BankGiroLoterij nooit meer aan de verwachtingen voldoen.

Blijlevens, in 1994 ontdekt door TVM, leek de opvolger van Jean-Paul van Poppel te worden. In tegenstelling tot zijn streekgenoot – algemeen beschouwd als de beste sprinter van Nederland – was de kleine, stevig gebouwde Brabander geen `machtssprinter'. Hij moest het hebben van een ultieme jump. Daarom werd hij ook wel vergeleken met oud-sprinter Theo Smit die `de katapult' werd genoemd.

In navolging van oud-sprinters als Sean Kelly en Johan Museeuw wilde de ambitieuze Blijlevens graag een klassieker winnen en veranderde hij rond 2000 zijn oefenschema's. Hij ging inderdaad iets beter bergop rijden, maar in de massasprints ontbeerde hij voortaan de kracht om `klerenkasten' als Erik Zabel en Mario Cipollini uit het wiel te rijden.

`Jerommeke' werd in zijn `tweede carrière' vele kilo's lichter. Hij hoopte zo in eendaagse wedstrijden beter voor de dag te komen, maar de gevierde sprintheld werd een anonieme wielrenner in de staart van het peloton. Hij raakte gefrusteerd en gaf vaak zijn tegenstanders de schuld van zijn falen. Die kregen dan een verbale of fysieke uitbrander, zoals de vuistslag in het gezicht van de Amerikaanse wielrenner Bobby Julich tijdens de Tour van 2000.

Sinds hij in 1999 voor een miljoenensalaris naar het Italiaanse Polti verhuisde, miste Blijlevens de befaamde `TVM-trein' die hem in sneltreinvaart naar de finish leidde. Bij de Nederlandse sponsor onderhield hij een warme relatie met ploegleider Cees Priem. Zij vormden het hart van de ploeg die bekend stond om zijn ontspannen sfeer en relatief (want klein budget) goede prestaties. De volksjongen – hij werd deels opgevoed door zijn grootouders die dan tegelijkertijd op de markt stonden te venten – sprak geen buitenlandse talen en voelde zich mede daarom in Italiaanse dienst niet op zijn gemak.

Opvallend is verder dat de prestatiecurve van Blijlevens na de dopingaffaire van TVM in 1998 een neerwaartse spiraal vertoonde. Hij werd toen net als zijn ploeggenoten tijdens de Tour opgepakt, ondervraagd en op borgtocht vrijgelaten. Hij was de woordvoerder van de ploeg en ontkende gebuik van epo met de volgende verklaring: ,,Ik heb nooit gebruikt, want ik ben nooit gepakt''.