Verraad 1

Roel Bentz van den Berg doet in het provocerende stukje `God heeft al opgehangen' (Cultureel Supplement, 16 april) de bijbel geen recht met de stelling dat die een geschiedenis van verraad is, culminerend in de kruisdood van Jezus. Hij onderbouwt zijn these met de uitspraak die Jezus voor zijn dood zou hebben gedaan: `Mijn god, mijn god, waarom hebt u mij verlaten?' Aldus zou, vlak voor zijn dood, Jezus zich bewust geworden zijn van het verraad van zijn vader. Bentz van den Berg verwijst naar Psalm 22, waarin de dichter zich ook afvraagt waar god is in tijden van nood.

Mijns inziens heeft de auteur de uitspraak van Jezus, die overigens alleen in de evangeliën van Mattheüs (27:46) en Marcus (15:34) terug te vinden is, op een misleidende manier uit haar context gehaald. Hoezo zou god verraad hebben gepleegd, als we vervolgens lezen dat Jezus is opgestaan? De uitspraak van Jezus moet eerder gezien worden als het laatste restje twijfel in het proces van innerlijke strijd dat Jezus moet doorstaan alvorens zijn missie te voltooien. In die zin is het niet verwonderlijk dat hij verwijst naar Psalm 22, waarin inderdaad iemand spreekt die door god verlaten lijkt te zijn.

Maar uit het gedeelte dat niet wordt geciteerd (vers 23 en volgende), blijkt juist een enorm vertrouwen in diezelfde god, dat het uiteindelijk allemaal goed zal komen.

De zin die Jezus volgens twee evangelisten vlak voor zijn dood zou hebben uitgesproken, doet mij daarom heel menselijk aan: als de hartgrondige twijfel waardoor iedereen wel eens wordt gekweld, met name in moeilijke tijden. Maar net als in Psalm 22 weten we door het verloop van het verhaal dat het uiteindelijk allemaal goed komt. Wat de uitspraak van Jezus hoe dan ook niet is, is een bewijs voor een eventueel verraad van god.