Twijfel over regels kroongetuige

Minister Donner denkt dat er misschien helemaal geen wet hoeft te komen voor kroongetuigen in strafzaken. Kamerleden zijn intussen bezorgd over de onrust bij het openbaar ministerie.

Het gold voor de toenmalige Commissie-Van Traa als een `ultimum remedium', de inzet van criminele kroongetuigen in strafrechtelijk onderzoek. Justitie mocht alleen in zeer uitzonderlijke gevallen deals sluiten met criminele informanten, maar alleen onder zeer strikte voorwaarden. De Commissie-Van Traa oordeelde naar aanleiding van de IRT-affaire dat de criminele kroongetuige niet thuishoort in het Nederlandse strafrecht.

Toenmalig minister van Justitie Korthals (VVD) legde die Van Traa-doctrine in 2000 vast in het wetsvoorstel `toezeggingen aan getuigen in strafzaken'. Kroongetuigen mocht als tegenprestatie hooguit eenderde strafvermindering in het vooruitzicht worden gesteld, of gratie. De parlementaire behandeling van die wet is nog niet afgerond in de Eerste Kamer, overigens ten gevolge van een procedurele blunder bij de behandeling in de Tweede Kamer. Het openbaar ministerie moet zich zolang houden aan een richtlijn die dezelfde voorwaarden bevat als het wetsvoorstel.

Gisteren verwees minister Donner (Justitie, CDA) in debat met de Tweede Kamer over het openbaar ministerie naar die Van Traa-doctrine. Maar hij gaf tegelijk aan dat de regels mogelijk ,,te eng'' zijn opgesteld. Hij wacht een inventarisatie af van het openbaar ministerie over knelpunten bij het opsporingsbeleid binnen de huidige regelgeving. Aan de hand van die evaluatie beoordeelt hij vervolgens of behandeling van de wet in de Eerste Kamer nog wel doorgang moet vinden. Volgens Donner is het maar de vraag of er zelfs wel een wettelijke regeling voor deals met criminelen móet komen.

Voorzitter De Wijkerslooth van het college van procureurs-generaal liet al eerder weten dat wat hem betreft de speelruimte die het openbaar ministerie onder de nieuwe wet gegund wordt, uiterst beperkt is. ,,Te beperkt om voor opsporing van nut te zijn. Het zou mijn voorkeur verdienen wanneer het openbaar ministerie veel meer armslag krijgt in onderhandelingen met verdachten of veroordeelden die bereid zijn over zeer ernstige misdaden te verklaren.'' Het is een beoordeling in het interne personeelsblad Opportuun van het ministerie die als belangrijke opmaat mag gelden voor de inventarisatie waar Donner nu om heeft gevraagd.

Politiek gebrek aan vertrouwen in het openbaar ministerie en de politie was indertijd de basis voor die strakke wetgeving, aldus De Wijkerslooth. En dat wantrouwen is er nog steeds, zo bleek gisteren bij het debat. Donner ging er in het debat uitgebreid op in, naar aanleiding van de commotie over een vermeende vertrouwenscrisis tussen de (Amsterdamse) werkvloer van het openbaar ministerie en het landelijk college van procureurs-generaal. Met name het veto dat het college had uitgesproken over een deal met een kroongetuige die informatie zou kunnen verschaffen over bedreigingen aan het adres van de Amsterdamse officier van justitie, Plooy, voerde de boventoon. Donner betoogde omstandig dat hij vierkant achter dat veto stond, omdat de deal die het Amsterdamse parket voor ogen had, haaks stond op de geldende regels. De beoogde kroongetuige zou bovendien over onbetrouwbare informatie beschikken.

Het openbaar ministerie zal ook in de toekomst vaker in de vuurlinie liggen, waarschuwde hij. ,,En er zullen geregeld missers plaatsvinden. Maar als iedereen er dan bovenop springt, houdt u de onrust die u wilt voorkomen juist in stand en blijven er risico's voor het gezag van justitie en politie.'' Donner riep de Kamerleden op tot ,,consideratie en terughoudendheid'' in hun reacties op incidenten.

Donner had voorafgaand aan het debat een telefoonronde langs de parketten laten houden om berichtgeving over een vermeende crisis tussen de werkvloer en de top van het openbaar ministerie te bezweren. Een overbodig rondje, want de Rotterdamse hoofdofficier van justitie had al gezorgd voor een expliciete collectieve steunbetuiging aan het adres van het college van procureurs-generaal. ,,Er is geen sprake van een vertrouwenscrisis tussen het college en de parketten'', luidt de aanhef boven een verklaring die ondertekend was door alle hoofdofficieren, de advocaten-generaal en andere topfunctionarissen. De commotie in Amsterdam, verwoord in een verslag van de Amsterdamse hoofdofficier van justitie De Wit, was een lokale aangelegenheid, ingegeven door ,,de emoties die zijn ontstaan door de bedreiging van een collega. [..] Wij verwerpen de manier waarop de media worden gebruikt om de discussie te beïnvloeden. Dit getuigt niet van professionaliteit en loyaliteit. Er is binnen het openbaar ministerie voldoende ruimte voor open en openhartige discussies.''

,,Het was een storm, maar het is nu een slap voorjaarsbuitje'', aldus GroenLinks-woordvoerster Halsema. Andere woordvoerders bleven wel bezorgd. LPF-woordvoerder Eerdmans gaf onomwonden aan dat de Wijkerslooth wat hem betreft moet opstappen. ,,Dit zijn uitsluitend sussende woorden, gaat u gerust naar huis. Maar de situatie is penibel.'' De hoofdofficieren kunnen hun loyaliteit wel hebben uitgesproken, maar geldt dat ook voor de officieren? wilde PvdA-woordvoerder Wolfsen weten. Zijn verzoek om dat door een commissie te laten onderzoeken, stuitte op een resoluut `nee' van Donner: ,,Ik ga geen commissie instellen die gaat bekijken hoeveel spanning je nog meer zou kunnen vaststellen.''