Tjap tjoy op z'n Hollands

Dorp van steen is het Nederlandse debuut van de in Londen woonachtige Chinese schrijfster Xiaolu Guo. De roman beschrijft de verwerking van een traumatische jeugd door de vrouwelijke hoofdpersoon, die is opgegroeid in een besloten vissersgemeenschap in het oosten van China. Het door tyfonen geteisterde en volledig van de buitenwereld afgesloten `dorp van steen' is een opzichtige metafoor voor de gemoedstoestand van de hoofdpersoon, die pas in de laatste pagina's haar bijkans versteende hart opnieuw voor liefde openstelt. (De oorspronkelijke Chinese titel van het boek is dan ook Het stenen dorp in mijn hart).

Xiaolu Guo toont zich met deze roman een bekwame schrijfster die in een spaarzame stijl een duidelijk verhaal weet te vertellen. De hoofdpersoon is niet met al te veel psychologische diepgang neergezet, maar haar worsteling met de geestelijke littekens van een ouderloze jeugd en seksueel misbruik zijn herkenbaar genoeg om de roman een zekere universele waarde te geven. De mooie vertaling van Lidy Pol draagt verder in grote mate bij aan de leesbaarheid van het boek.

Op zich niets mis met dit boek, dus, en ik heb het met plezier gelezen. Wat mij echter al lezende dwars begon te zitten, waren de erg opvallende parallellen met de in China hoogst populaire, en ook in het Westen in vele talen verbreide roman Hongerdochter van Hong Ying. Net als bij Hong Ying, legt de hoofdpersoon in Dorp van steen een traject af dat leidt langs een verhouding met een leraar op de middelbare school, een gedetailleerd beschreven en pijnlijke abortus en een onverwachte ontmoeting met een doodgewaande vader, naar een afsluitend, door nostalgie ingegeven bezoek aan de verre geboorteplaats. Deze duidelijke poging om een succesformule na te bootsen doet voor mij flink af aan de waarde van het boek. Het is echter, naar ik vrees, wel de reden waarom juist deze roman van Guo, en niet haar eerste (betere) roman, op de westerse boekenmarkt terecht is gekomen. Dat de Londense literaire agent van Guo dezelfde is die ons ook Hongerdochter (en Wilde zwanen en andere in dit genre) heeft gebracht, is dan ook niet verbazend. Wat ook niet verbaast is dat de roman kennelijk uitvoerig is bewerkt voor de Engelse vertaling (waarop de Nederlandse editie gebaseerd is). Dit wordt min of meer toegegeven in het nawoord. Ik heb ter controle een aantal willekeurige bladzijden vergeleken met de originele Chinese uitgave, en er zijn inderdaad geregeld hele zinnen weggelaten of toegevoegd. Zo staat er in het Chinese origineel: `In de lente zweven rond de populieren talloze vieze witte pluizen.' Dat wordt in vertaling: `Deze populieren verliezen iedere lente miljoenen met zaad gevulde pluizen die als vaalwitte plukken katoen door de lucht zweven.'

Naar de reden voor dit soort ingrepen kan men slechts raden. Misschien was de Engelse vertaler-redacteur bang dat het westerse lezerspubliek meer omschrijvingen nodig had om zich een populierenpluis voor de geest te kunnen halen. Nogmaals: de Nederlandse vertaling van Lidy Pol is prachtig. Het gaat mij er niet om de vertaling te bekritiseren, maar om een verschijnsel bloot te leggen dat weinig met vertaling te maken heeft, en alles met de wetten van de internationale boekenmarkt. Boeken die in China goed genoeg zijn om op de literaire markt te verschijnen, worden hier door de auteurs zelf in samenwerking met Engelse vertalers en redacteurs bijgeschaafd voor publicatie voor een westers publiek. Die bijgeschaafde versie verschijnt nooit in China, maar wel als hervertaling in andere talen. De ironie moge duidelijk zijn: het westerse lezerspubliek dat iets `echt Chinees' denkt te lezen, krijgt in werkelijkheid aan zijn eigen smaak aagepaste kost voorgeschoteld. Dorp van steen is, kortom, een soort tjap tjoy.

Xiaolu Guo: Dorp van steen. Uit het Engels vertaald door Lidy Pol. Amsterdam. Mouria, 223 blz. €17,50