PvdA moet multiculturele ideaal niet laten kapotmaken

In haar integratienota heeft de PvdA fantasie en daadkracht links laten liggen, meent Adri Duivesteijn. Een aantal voorgestelde maatregelen is nuttig, maar onbeantwoord blijft de sleutelvraag: wat voor samenleving wil je?

Met de discussienota Integratie en Migratie: Aan het werk! heeft de commissie-Patijn en daarmee de PvdA een serieuze poging ondernomen een antwoord te geven op het migratie- en het integratievraagstuk. Het debat werd aangezwengeld door Paul Scheffer, toen hij een paar jaar geleden zijn `multiculturele drama' in deze krant publiceerde. In een kritische analyse gaf hij een overzicht van de stand van zaken op het gebied van de multiculturele samenleving. Hij stelde vast dat Nederland, in tegenstelling tot `de sociale kwestie van weleer', nogal gelaten reageerde op ,,het achterblijven van hele generaties allochtonen en op de vorming van een etnische onderklasse''. Scheffer zag dit als ,,de grootste bedreiging voor de maatschappelijke vrede''. Voor hem was het dan ook ,,geen teken van openheid'' om aan zulke waarnemingen voorbij te gaan met een ontspannen pleidooi voor de multiculturele samenleving. Met deze laatste uitspraak hekelde hij het taboe van progressief Nederland dat tot dan toe de multiculturele samenleving als haar ideaalbeeld koesterde. Het zou beter zijn de werkelijkheid als uitgangspunt te nemen voor het te voeren integratiedebat.

Als het de bedoeling is geweest van Scheffer om een taboe te plaatsen op het ideaal van de multiculturele samenleving, dan is hij daar voor de volle 100 procent in geslaagd. In de nota-Patijn is er sprake van een wonderbaarlijke verdwijning van die multiculturele samenleving. In de literatuurlijst komt het beruchte artikel van Scheffer niet eens meer voor. Waarom heeft een partij, die jaren achtereen het ideaal van een multiculturele samenleving uitdroeg, nu zelfs het woord multicultureel uit het woordenboek geschrapt?

De verdwijning van de multiculturele samenleving als idee is vervreemdend. Het bedrijven van sociaal-democratische politiek bestaat niet slechts uit het besturen van de alledaagse werkelijkheid maar ook uit het ontwikkelen van een concept van de ideale samenleving. Om in de woorden van Olof Palme te spreken: ,,Politiek is een kwestie van willen [...]. Sociaaldemocratische politiek is veranderingen willen, omdat veranderingen verbeteringen beloven, de fantasie en de daadkracht voeden, dromen en visioenen stimuleren.''

Met de discussienota lijkt het erop dat de commissie-Patijn de fantasie en daadkracht links laat liggen en ervoor gekozen heeft vooral realistisch en praktisch te zijn. Het motto is dan ook niet voor niets: Aan het werk! Ditzelfde realisme brengt de commissie overigens wel tot de opvallende constatering dat Nederland een immigratieland is. Op deze werkelijkheid rustte jarenlang, in de top van de PvdA, een taboe, maar nu lijkt een gereguleerde instroom van economische migranten eindelijk geaccepteerd beleid. In deze tijd is dat al winst.

Voor de integratie komt de commissie met een reeks, weinig omstreden, maatregelen en kiest zij voor een wel zeer nationale benadering van het integratievraagstuk. En hoewel de commissie aangeeft niet in `wij-zij'-termen te willen denken, geeft zij aan dat het oude begrip `integratie met behoud van eigen taal en cultuur' achterhaald is. Hiervoor in de plaats staat `aanpassing' van de niet-westerse allochtoon aan de Nederlandse – lees `westerse' – samenleving. Ook ik ben van mening dat de allochtoon onze Nederlandse rechtsstaat moet accepteren en dat hij of zij zich moet inspannen om ook daadwerkelijk deel te nemen aan onze gemeenschappelijke samenleving.

Maar de vraag is welke `gemeenschappelijke samenleving' de commissie-Patijn voorstaat. Anders dan de noodzaak van aanpassing van de migrant geeft de commissie hierop geen nieuwe visie. Daarmee ontbreekt voor mij de ziel of het hart in de nota.

Voor de PvdA is de sleutelvraag: welke samenleving wil je met elkaar vormgeven? Maar om die vraag te beantwoorden, kan de partij niet volstaan met een reeks nuttige maatregelen. De PvdA zal dan ook op het congres in december verregaande uitspraken moeten doen over het type samenleving dat de partij voorstaat.

Ik wil een poging wagen hierop een antwoord te geven. Allereerst moet de PvdA de moed hebben het taboe op de multiculturele samenleving in het integratiediscours te doorbreken. Dat ideaal moeten wij ons niet laten afnemen door conservatief Nederland. Temeer niet omdat Nederland in de toekomst een veelkleurige samenleving zal zijn. De feiten wijzen het uit. Het Centraal Bureau voor de Statistiek gaat ervan uit dat in 2010 zo'n 3miljoen Nederlanders van allochtone herkomst zijn. Daarvan hebben 2 miljoen Nederlanders een niet-westerse herkomst. De autochtone bevolking blijft gelijk of zal licht afnemen. Met andere woorden: de culturele diversiteit van onze huidige, toch nog overwegend witte samenleving neemt toe.

In de steden is er een sterke vertegenwoordiging van allochtonen. Nu al is de meerderheid van de Amsterdamse bevolking van allochtone komaf en huisvest Rotterdam burgers uit maar liefst 160 verschillende culturen. Daarbij is driekwart van de nieuwgeborenen allochtoon en woonachtig in de steden. Zelfs met de meest vergaande spreidingsvoorstellen in het maakbaarheidsideaal van conservatief Nederland kan de verkleuring dus niet worden tegengegaan. Ik deel de opvatting van de commissiePatijn dat er meer woonkansen voor allochtonen moeten komen in de randgemeenten van onze steden. Maar de multi-etnische wijken en scholen in de steden zullen desondanks kleurrijker worden.

Zoals het integratiedebat nu in Nederland wordt gevoerd, geeft het de allochtone burgers het gevoel niet welkom te zijn en te worden beschouwd als de veroorzakers van veel van de problemen in de steden. Dat levert geen basis op van vertrouwen en geen gemeenschappelijke toekomst.

De PvdA dient daarom, samen met de huidige mensen die in de wijken wonen, de kwaliteit van hun wijk en het onderwijs voor hun kinderen te verbeteren. En de burgers mogelijkheden te geven om door middel van zelfbeheer hun eigen vraagstukken ter hand te nemen. Instituten die nu vóór de mensen werken moeten ván de mensen worden, zodat er concreet gewerkt kan worden aan de sociale en culturele acceptatie van elkaar.

De PvdA zou een voorbeeld kunnen nemen aan typische migratielanden als Australië. Het harde asielbeleid van dit land, dat wordt gecombineerd met een sterke assimilatiepolitiek, heeft de allochtonen er niet van weerhouden hun eigen identiteit op te eisen. De PvdA moet de Nederlandse burgers erop voorbereiden dat zij in een multiculturele samenleving gaan leven waarin een ieder het recht heeft inhoud te geven aan zijn eigen culturele identiteit. De vraag kan hoogstens zijn hoe het respect voor eigen identiteit te verbinden aan een actief burgerschap in de Nederlandse rechtsstaat. Wanneer wij daar niet in slagen, zal de vervreemding tussen autochtoon en allochtoon onoverbrugbaar worden.

Mijn laatste punt van kritiek op de nota-Patijn is de verantwoordelijkheid van de autochtoon in het integratieproces. Waarom ontbreekt deze speler in de nota? Heeft deze burger niet ook een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een verdraagzame samenleving? Ik ga terug naar een ervaring in mijn wethouderstijd in Den Haag. Daar werden in 1984 nieuwbouwwoningen in de Schilderswijk opgeleverd. En in plaats van euforie was er een zichtbare

teleurstelling bij de autochtone bevolking. Waarom? Omdat men leefde in de veronderstelling dat een nieuwe Schilderswijk een wijk zonder migranten zou zijn. Dat bleek niet het geval. De gemeentelijke campagne Thuis in de Nieuwe Schilderswijk heeft destijds bijgedragen aan de bewustwording dat de Schilderswijk een veelkleurige wijk zou zijn. De grote vraag die de Nederlandse politiek zich nu zou moeten stellen, is of het niet tijd wordt voor een nationale campagne Thuis in het Nieuwe Nederland, een multiculturele samenleving.

Adri Duivesteijn is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de fractie van de PvdA.