Op weg naar China via Tsjechië

Een Nederlandse bedrijf laat in Tsjechië onderdelen maken voor een pretpark in China. Waarom? Vanwege de lage lonen en het technisch personeel.

Veertig vrachtauto's vol. In twee dagen rijden de wagens van het Tsjechische Ostrava naar Schiedam. Met alle onderdelen van een hele grote achtbaan voor een pretpark in China. De Looping Coaster is ontworpen in Vlodrop, door de achtbaanbouwende dochter Vekoma, gebouwd in de fabriek in het Tsjechische Ostrava en nu weer op weg naar Schiedam om afgebouwd en geschilderd te worden. Is dat gebeurd, dan wordt alles per onderdeel gelabeld en apart verpakt met houtjes ertussen in 175 containers naar China gevaren. Dat transport in mei vorig jaar was in aantal containers, het grootste ooit voor Huisman Itrec in Schiedam, vertelt de Delftse ingenieur Joop Roodenburg. Hij is algemeen directeur en eigenaar van Huisman-ITREC in Schiedam en heeft een groot deel van zijn productie verplaatst van Schiedam naar Tsjechië.

Huisman ontwerpt en bouwt hijsinstallaties en pijplegsystemen voor de olie- en gasindustrie en maakte twee jaar geleden de grijpers waarmee de Russische kernonderzeeboot de Kursk van de zeebodem is opgetakeld. Dochter Vekoma bouwt achtbanen voor grote pretparken als Disneyland. In de grote hal op het terrein in Schiedam ligt nu een pijplegsysteem op de laatste schilderbeurt te wachten zodat het aan de klant kan worden worden opgeleverd. Daarmee kan een schip op volle zee tot drie kilometer diepte pijpleidingen leggen. Op een caroussel, die er uitziet als een reuzen garenklos met een doorsnede van 22 meter, kan vijftig kilometer buizen worden opgerold.

Huisman bouwt de meeste systemen in Tsjechië en werkt ze af in Nederland. ,,Dat is voor ons nog steeds veel goedkoper.'' Per kilo verwerkt staal betaalt Roodenburg in Tsjechië een derde van wat het hem in Nederland zou kosten. ,,Dat komt vooral omdat de lonen in Tsjechië nu nog veel lager zijn dan in Nederland terwijl het technisch opleidingsniveau van de mensen in Oost-Europa goed is'', zegt de Delftse ingenieur.

Hij zocht begin jaren negentig al naar een manier om de productiekosten van zijn arbeidsintensieve bedrijf structureel te verlagen. Tijdens een skivakantie liep hij toevallig aan tegen een fabriek in het Tsjechische Ostrava. ,,Het was net een staalmuseum: een koude donkere hal zonder verwarming en met ouderwetse machines'', vertelt Roodenburg. Inmiddels staat er een modern machinepark, zijn er lichtkoepels aangebracht en is er verwarming.

Volgens het Nederlandse ministerie van economische zaken laat een toenemend aantal Nederlandse bedrijven met succes arbeidsintensieve onderdelen in Tsjechië maken. In de Tsjechische metaal- en machine-industrie werken 122.000 mensen, verdeeld over 10.000 bedrijven. Roodenburg is, zoals veel West-Europese ondernemers, enthousiast over het opleidingsniveau van de Tsjechen. Van de ruim vierhonderd mensen die Huisman in dienst heeft, werkt de helft onder leiding van een Tsjech in de fabriek in Ostrava.

,,Onze Tsjechische mensen komen steeds vaker voor een paar weken naar Schiedam om door hun Nederlandse collega's verder te worden geschoold'', vertelt Roodenburg. Dat leidt soms tot mooie taferelen: ,,Stel je voor een groep grote kerels, enthousiast bezig met technisch lego.'' Dat spreekt volgens hem vaak meer tot de verbeelding van een ontwerper dan het platte scherm van een computer met een geavanceerd ontwerpprogramma.

Roodenburg zelf bezoekt de fabriek in Tsjechië niet meer dan eens in de paar maanden. Hij zegt daar geen tijd voor te hebben omdat het voor hem geen afzetmarkt is. ,,Ik ga onze klanten langs en die zitten over de hele wereld, van China tot Brazilië.''

Dat Huisman niet dichter bij zijn klanten gaat zitten maar in Tsjechië is neergestreken, komt omdat het bedrijf bijvoorbeeld in China oploopt tegen een bureaucratische muur ter bescherming van de eigen markt. De invoerrechten kunnen er oplopen tot 42 procent terwijl dat in Tsjechië niet aan de orde is als dat wat je invoert ook weer uitvoert, weet Roodenburg. Verder maakt de Tsjechische overheid geen onderscheid tussen buitenlandse en lokale investeerders, zoals bijvoorbeeld Brazilië dat wel doet in zijn scheepvaartindustrie. ,,Tsjechië stimuleert'', volgens Roodenburg, ,,buitenlandse investeringen juist met startersubsidies en vrijstelling van vennootschapsbelasting.''

Tsjechië trok in 2002 met een totaal van bijna tien miljard euro de hoogste buitenlandse investeringen aan binnen de landen van Centraal- en Oost-Europa. Hoger dan Rusland, Polen en Hongarije. In de eerste drie kwartalen van 2003 kwam het totaal van die investeringen uit op 3,6 miljard euro. Ter vergelijking: volgens staatssecretaris Karien van Gennip van buitenlandse handel bedroegen de totale directe buitenlandse investeringen in Nederland in de eerste drie kwartalen van 2003 zeshonderd miljoen euro. In diezelfde periode investeerde alleen Nederland al bijna een miljard euro in Tsjechië.

Het land is populair bij ondernemers en dat is goed voor de werkgelegenheid in de toekomstige nieuwe lidstaat van de Europese Unie, vindt Roodenburg. Alleen, betekent dat volgens hem ook dat de lonen zullen stijgen: ,,Als de lonen in Tsjechië voor ons te hoog worden om rendabel te zijn zullen we misschien verder Oost-Europa in moeten, naar de Oekraïne.''

Dit is deel elf in de serie `Zakendoen in het nieuwe Europa'. Eerdere afleveringen zijn na te lezen op: www.nrc.nl