Met een film de waanzin bestrijden

De kracht van Floor Haakman (1973), dat wordt na twee romans steeds duidelijker, ligt vooral in het oproepen van waanzin – van binnenuit. In haar debuut Oneetbaar brood is de filosoof Nadar de waanzinnige, iemand die zijn best doet om zoveel mogelijk in zijn dromen te leven, denkend dat hij de rest van de wereld (waaronder zijn vrouw en zijn vriend) heeft `verzonnen', dit alles om een onhanteerbaar trauma uit het verleden de baas te blijven. Hij gaat er vergeefs vandoor met een studente, Osten-Sibel geheten, en dat meisje heeft op haar beurt wel wat van de 23-jarige Noëlle Vermaar, de eveneens behoorlijk gestoorde hoofdpersoon en vertelster van Haakmans nieuwe roman De inborsteling.

De gelijkenis onderstreept dat we binnen een en dezelfde wereld blijven. Een wereld waarin de grenzen tussen waan en werkelijkheid en tussen dromen en waken op z'n minst flexibel zijn. Het is vooral die schemerige tussenzone die Haakman lijkt te boeien. Iedereen krijgt ermee te maken, in meer of mindere mate, al was het maar op weg naar de volwassenheid; daarbij moet ook vaak een fase worden doorgemaakt, waarin de kinderlijke veiligheid is verdwenen zonder dat er eigen, zelfveroverde zekerheden voor in de plaats zijn gekomen.

In haar nieuwe roman legt Haakman deze situatie onder het vergrootglas, er kennelijk van uitgaand dat extremisme verheldert. Weinigen zullen immers, zoals deze Noëlle, een komische film over hun familie hebben vervaardigd, die bij de betrokkenen heel wat losmaakt, niet in de laatste plaats bij de scenario-schrijfster zelf. Maar weinigen zullen ook over zo'n bizarre, excentrieke familie beschikken als Noëlle, een verzameling `volslagen mislukte oetlullen', aldus haar frivole, egoïstische en schatrijke grootmoeder.

Van de overmoedige ambities van haar kinderen is inderdaad niet veel terecht gekomen, maar of je blindelings op het oordeel van Noëlles grootmoeder af kunt gaan, blijft in het midden. Wat dit betreft wordt ook de lezer in het diepe gegooid: temidden van de vage, niet eenduidige en soms tegenstrijdige gegevens moet hij zijn eigen weg zien te vinden – wat aan de spanning en de levendigheid van het boek overigens geen afbreuk doet. Integendeel.

Duidelijk is wel dat Noëlle eraan onderdoor dreigt te gaan, en niet zo'n beetje ook. Anders dan in Haakmans vorige roman, ontbreekt één concreet en gruwelijk trauma; in De inborsteling zijn er diverse zaken in het verleden van de hoofdpersoon die haar wankele positie in het leven rechtvaardigen. Allereerst de afwezigheid van een duidelijke vaderfiguur, met als gevolg onder meer dat zij bij oudere minnaars op zoek moet gaan naar vervanging. Daarnaast heeft zij last van een algeheel onvermogen om zich van haar familiale milieu, haar vreemde ooms en tante, haar grootmoeder (op wie zij nog het meest zou lijken) en haar alcoholistische moeder, los te maken.

Burqa

Drastische middelen, zoals de film over haar familieleden, zijn daarom geboden, vooral na de dood van grootmoeder. De film is een gevolg van Noëlles project `Mijn eigen leven', waarmee ze niet tot de kunstacademie wordt toegelaten, maar wel een kunstenaar aan de haak slaat en bovendien de roman van enkele hilarische passages voorziet, bijvoorbeeld die waarin het plan en de fabricage van een `eigen burqa' uit de doeken worden gedaan.

Noëlles grote angst is `niemand' te zijn, een `leeg omhulsel', een `invulplaatje', en juist deze angst wordt haar fataal. Want haar remedie, de bevestiging van haar eigenheid oftewel van haar eigen `inborst', neemt de pathetische gedaante aan van een veruiterlijkte `Inborsteling', die haar voortaan als een strenge en sadistische tiran gaat regeren.

Schizofrenie of overspannen verbeelding – welk etiket we erop plakken, maakt niet zoveel uit. Binnen de roman speelt deze `Inborsteling' de rol van een personage, dat Noëlle dwingt zichzelf daadwerkelijk af te breken, teneinde een nieuw, authentiek begin mogelijk te maken. Eerst moet zij al haar `eigenwaarde' en `eigenliefde', haar hele `persoonlijkheid', met inbegrip van haar haren en spullen, kwijtraken, alvorens als een fenix uit de as te kunnen herrijzen. In een nieuwe, kale flat in Buitenveldert zou dit wonder moeten geschieden.

Het is daar dat de grens met de waanzin definitief wordt overschreden. In de tekst komt dat tot uiting, doordat Noëlle over haarzelf verder in de hij-vorm vertelt. In eigen ogen is zij een man geworden, `Inborsteling' neemt de macht volledig over; een vorm van feminiene zelfhaat, die wat mij betreft (maar mijn ervaringen in deze zijn beperkt) enigszins uit de lucht komt vallen. Na eerdere speculaties over genetische manipulatie door Noëlles in een privé-laboratorium experimenterende grootvader en het misverstand dat de regisseur van Noëlles film haar biologische vader zou zijn, kan dit er ook nog wel bij, zal de schrijfster hebben gedacht.

De speculaties en het misverstand, die de verwarring vergroten en het relaas rekken, zijn eerlijk gezegd niet zo sterk. Mij dunkt dat het vergrootglas zijn werk hier te goed heeft gedaan. Zelfs als verzinsels binnen het verhaal gaat het om zaken die te vergezocht, te onwaarschijnlijk en te willekeurig zijn. Ook met minder grove of bizarre gegevens is het mogelijk iemands geestelijk ontsporen invoelbaar te maken. Dat laatste lukt Haakman goed genoeg met haar stijl en haar toon, waaruit op subtiele wijze een geschift karaktertje spreekt, doortrapt en aandoenlijk tegelijk; de melodramatische ondersteuning had gerust achterwege kunnen blijven.

Zonnebril

Het raadselachtige `vermoeden' van de familieleden, het grote `familiegeheim' (de kinderen zouden klonen van hun vader zijn en daarom zo vreemd doen tegen hun moeder, Noëlles grootmoeder), is zelfs te potsierlijk om grappig te zijn. Jammer, want in andere scènes bewijst Floor Haakman dat waanzin en humor onder haar pen juist heel goed samen kunnen gaan, zoals in de herinnering aan het bioscoopbezoek van Noëlle en haar licht pedofiele oom Harmen aan Lolita, toen het meisje tot oomliefs grote verlegenheid uitriep in de zaal: `Zo'n zonnebril heb ik ook!'

Een ander, meer algemeen bezwaar is dat voor een roman als deze, die zich volledig concentreert op de krankzinnige binnenwereld van een personage of een groep personages, de rest van het universum nauwelijks nog lijkt te bestaan. Het relatieve autisme van de karakters slaat terug op de roman zelf. We zullen genoegen moeten nemen met een microkosmos, die geen macrokosmos meer lijkt te verdragen, tenzij de schrijfster ons indirect heeft willen duidelijk maken dat niet alleen dit quasi-incestueuze gezelschap maar de hele mensheid op één krankzinnig misverstand berust.

Voor dat standpunt valt beslist iets te zeggen, zij het niet alléén op basis van deze – ondanks enkele nadelen – alleraardigste roman.

Floor Haakman: De inborsteling. Querido, 244 blz. €15,95