Live in de Waterloo-zaal: Oesmanov

Ofschoon hij, als grootaandeelhouder, niet naar de jaarvergadering van Corus was gekomen, sprak Alsiher Oesmanov gisteren toch de verzamelde pers toe.

Alisher Oesmanov was gisteren de grote afwezige op de aandeelhoudersvergadering van Corus, maar de Rus slaagde er toch in alle aandacht naar zich toe te trekken. Met gevoel voor dramatiek gaf hij na afloop in de Waterloo-zaal van het Londense hotel waar Corus zijn jaarvergadering hield een telefonische persconferentie vanuit Moskou. Een tolk vertaalde de in het Russisch gehouden monoloog van de grootaandeelhouder, die de afgelopen maanden een belang van 13,4 procent in het Brits-Nederlandse staalconcern opbouwde.

Zes maanden schat Oesmanov nodig te hebben om de andere aandeelhouders van Corus ervan te overtuigen dat ze zijn plan om de vroegere Corus- en Hoogovensbestuurder Aad van der Velden te benoemen tot commissaris moeten steunen. Omdat dat voor de vergadering van gisteren nog niet gelukt was, trok hij zijn pas een week geleden ingediende voordracht op het laaste moment weer in. ,,De andere aandeelhouders zien het voordeel van de benoeming van Van der Velden nog niet.''

Met die andere aandeelhouders bedoelt Oesmanov vooral de Amerikaanse zakenbank Brandes, die 15,2 procent van Corus bezit. ,,Wij hebben intensief contact met Brandes'', zegt Pieter Mulier van Gallagher Holdings, Oesmanovs investeringsvehikel. ,,Zij willen de voordracht van Van der Velden eerst aandachtig bekijken, voor ze beslissen of ze hem steunen.'' Aangezien Oesmanov, die al de steun heeft van een Russische zakenpartner die 3 procent van Corus bezit, met de steun van Brandes het draagvlak voor de benoeming van Van der Velden aanzienlijk zou verbreden, heeft hij zijn knopen geteld en besloten de voordracht uit te stellen.

,,Misschien hebben we de andere aandeelhouders te weinig tijd gegeven om de voordracht goed te bestuderen'', zegt Oesmanov. ,,We willen ze nu de kans geven dat alsnog te doen.'' Enkele aandeelhouders, die hij niet bij naam wil noemen, hebben ,,in beginsel positief'' gereageerd op de voordracht van Van der Velden. Maar niet allemaal: ,,De Nederlandse institutionele beleggers die in Corus zitten steunen Van der Velden niet. Dat heeft mij zeer verbaasd.''

Oesmanov vond het niet nodig om zelf op de jaarvergadering van Corus te verschijnen. ,,Ik zit hier niet om lucht te verplaatsen, ik zit hier om geld te verdienen. Ik kan wel vragen stellen, maar ik krijg toch geen serieus antwoord.'' Van de `constructieve dialoog' die Corus met Oesmanov zegt te willen voeren, is volgens de Rus geen sprake. Met de huidige president-commissaris Jim Leng is volgens hem zelfs ,,geen enkele vorm van dialoog mogelijk''.

Oesmanov herhaalde nog eens zijn pleidooi voor meer Nederlanders in het bestuur van Corus. ,,De huidige bestuurders die verantwoordelijk zijn voor alle verliezen, hebben het recht niet om dit bedrijf nog langer te leiden.'' Van het in het eerste kwartaal behaalde positieve operationele resultaat is hij niet onder de indruk. ,,De staalmarkt zit nu in de top van zijn cyclus en Corus boekt nog steeds een nettoverlies.'' Over de saneringsoperatie `herstel van succes' van bestuursvoorzitter Philippe Varin zegt Oesmanov: ,,Welk succes wil Varin herstellen? Het succes van jarenlang verlies maken?''

Maar terwijl hij zijn hand niet omdraait voor ronkende uitspraken, houdt Oesmanov zich op de vlakte over wat precies zijn toekomstplannen zijn met Corus. ,,Ik bezit een zesde van dit bedrijf, dus ik heb legitieme redenen om mij zorgen te maken over de winstgevendheid ervan.'' Eerste prioriteit lijkt het vergaren van zo veel mogelijk bondgenoten te zijn. Zo probeert hij de Nederlandse tak van Corus voor zich te winnen door voortdurend te zeggen wat die wil horen, bijvoorbeeld dat het ,,onvermijdelijk is dat de Nederlanders uiteindelijk de macht zullen overnemen bij Corus, omdat zij weten hoe je een staalbedrijf winstgevend maakt''. Oesmanov zegt iedere vorm van steun hard nodig te hebben, want hij rekent op een ,,publiciteitsoffensief'' van Corus. ,,Corus voert een vuile oorlog tegen mij.''