Letteren: braaf en bleek

De Raad voor Cultuur bracht deze week advies uit over de kunstsubsidies. Voor het te laat is voorziet het Cultureel Supplement staatssecretaris Medy van der Laan nog eenmaal van advies.

Met 13,7 miljoen, nog geen vier procent van het budget, is de Letterensector een kleine speler in de race om geld van het Rijk. Die kleinheid weerspiegelt zich in het advies, dat braaf en bleek is. Nergens anders worden zoveel stichtelijke woorden gesproken. Over het belang van leesbevordering, de afnemende aandacht voor literatuur in het onderwijs en, let wel, het risico dat literaire festivals, hoe leuk ook, meer tijd opslokken dan het lezen zelf. En alles zonder passie geformuleerd, want ook bij Letteren moet het proza mat en futloos zijn.

Financieel is er weinig aan de hand; de sector zit muurvast. Voor 18,1 miljoen aanvragen en 13,7 miljoen te verdelen. Zo'n 11,5 miljoen wordt direct doorgesluisd naar vier grote instellingen. Tien van de twintig positief beoordeelden krijgen minder dan een ton. De producenten, de schrijvers, doen niet zelf mee. Zij krijgen geld van de fondsen. Het Fonds voor de Letteren geeft schrijvers beurzen en ontvangt de hoofdmoot, 5,2 miljoen. Het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds (NLPVF) volgt met 2 miljoen. Andere slokoppen zijn het Letterkundig Museum dat 2,3 miljoen krijgt en de Stichting Lezen met 2 miljoen.

Dat lijkt allemaal te billijken, maar hoe goed deze, en andere aanvragers het ook doen, steevast worden ambities gesmoord. De raad vindt het al gauw te veel. Dan volgt een berisping, met in de conclusie: ,,De Raad adviseert subsidie op het huidige niveau, verminderd met een korting van drie procent in verband met de concentratie op kerntaken.''

Die eenvormige argumentatie biedt inzicht in de werkwijze van de Raad. Want bij het NLPVF, ,,belangrijk en goed werkend'', staat niets over beperken tot kerntaken en toch eindigt het positieve advies van de Raad ook met ,,verminderd met een korting van drie procent''. De zorgvuldigheid blijkt schijn, de onderbouwing van de kerntaken een holle frase, de korting blind voor kwaliteit. De Letterencommissie volgt de grote lijn van de Raad als geheel: korten zonder verder te kijken. Dat kan ook wel zonder Raad.

Dossier Cultuurnota 2005 met de voorgaande Ongevraagde Adviezen uit het Cultureel Supplement:www.nrc.nl