Karma bezoedeld door een kiwi

Dat was het dan. Met de door News of the world gebrachte overspelbekentenis van David Beckham is niet alleen de reputatie van een van de meest geliefde voetballers van het moment geknakt. En passant is zijn club Real Madrid in een cruciale fase van het seizoen uit de concentratie gehaald. Bovendien is bliksemsnel een pijnlijk einde gekomen aan een nog maar amper ingeburgerd stijlfenomeen: de metroseksueel.

Dat was de man die vrijelijk kiest uit verschillende stijlkenmerken uit de homo- en heterocultuur en zo tot een nieuw soort flexibele mannelijkheid komt. Die heeft ook veel weg van de ultieme vrouwendroom: een man die openlijk durft te winkelen, niet terugschrikt voor gezichtscrème, die in voorkomende gevallen zelfs nagellak wil overwegen, maar die toch in alles een man blijft. Een krappe negen maanden nadat de Nederlandse media zich stortten op de `metroseksueel', steeds in de persoon van Beckham, is deze verworden tot een al veel langer bekend mantype: de softe schuinsmarcheerder.

Want de laatste stelregel uit het net verschenen, en dus wel zeer ongelukkig getimede, stijlzelfhulpboek Metroseksueel. Het handboek voor de moderne man van Michael Flocker is kraakhelder: `Wees geen klootzak'. En: `Liegen, bedriegen en je anders voordoen dan je bent ondermijnen je zelfvertrouwen. Als je je zo gedraagt, loop je het risico elk moment te worden ontmaskerd, vernederd en afgewezen [...] op een gegeven moment gaat de beerput altijd open en wordt er een hoge tol betaald. Daarom zie je die mensen op het Journaal en weet je nu wat ze op hun kerfstok hebben. Dat heet karma.'

Van Beckhams metroseksuele karma blijft na de onthullingen van de afgelopen weken niet meer over dan een paar stukjes aardbei en kiwi, het fruit dat de voetballer 's ochtends te eten gaf aan zijn persoonlijke assistente Rebecca Loos: ,,Ik weet nog hoe ik mijn tanden in de eerste aardbei zette en het was zo heerlijk.'' Nummer twee (na witte wijn) in de lijst `artikelen die een metroseksuueel in de koelkast moet hebben' is `Vers fruit'.

Het is verleidelijk je vooral vrolijk te maken over de ondergang van een fenomeen, de metroseksueel, dat lijkt te zijn voortgesproten uit overhaaste, commercieel gedreven, cultuursociologie: de behoefte een etiket te plakken op de eerste man die solo de cover van Marie Claire sierde (juni 2002) en wiens stijl nadrukkelijk wordt ondersteund door een flinke stoet persoonlijke sponsors, zoals Castrol, Meiji, TBC, Pepsi en Upper Deck. Want wie was er, behalve David Beckham, verder nog metroseksueel? Weinigen. `Voorbeeldmetro's' uit Metroseksueel zijn David Bowie (hooguit een extravagante voorloper), James Dean (een mooie jongen) en George Clooney (een echte kerel). Die overtuigen nauwelijks, zoals ook de incidenteel gedropte namen van Lenny Kravitz en Patrick Rafter dat niet doen. Brad Pitt is een twijfelgeval. Zo zaten de onderzoekers, zoals socioloog Andrew Parker (University of Warwick), met een empirische onderbouwing van welgeteld één persoon, wat een zekere kwetsbaarheid van de theorie met zich meebrengt. Als, zoals nu, zijn geloofwaardigheid aan gruzelementen ligt, is het hele fenomeen weer net zo snel verdwenen als het opgekomen was.

Ook van Beckham valt te betwijfelen of hij wist dat hij een metroseksueel was, maar dat hij een warme belangstelling voor lichaamsverzorging en glamoureuze kitsch combineerde met een uitgesproken mannelijk beroep én een diepe liefde voor vrouw en kinderen, is zeker. Zoals hij ook in het vorig jaar verschenen Mijn verhaal, de best verkochte autiobiografie in Engeland ooit, keer op keer zijn aanhankelijkheid aan zijn familie betoont en zijn huwelijksleven zelfs aanvoert als de belangrijkste reden voor zijn breuk met Alex Ferguson, de trainer van zijn vorige club, Manchester United. En die zich nog steeds gekwetst betoont door de relatief recente scheiding van zijn ouders.

In die strakke burgermansmoraal schuilt een deel van de contradicties waaraan de metroman ten onder is gegaan. Want een uitgesproken flamboyante levensstijl op het snijvlak van seksuele identiteiten laat zich moeizaam combineren met de burgermoraal. Je zag Bowie dertig jaar geleden ook niet na thuiskomst weer in een huisvader transformeren. Dat de verleidingen van het sterrendom kennelijk onweerstaanbaar waren voor Beckham, is wat dat betreft niet verwonderlijk. Uiteindelijk slaat de uiterlijkheid van de rich and free naar binnen, met alle gevolgen van dien.

Een empirisch tekort in de analyse heeft doorgaans te maken met een ideologische inslag. Nauwkeurige lezing van Metroseksueel. Het handboek voor de moderne man wijst ook nadrukkelijk in die richting. Daarbij gaat het niet om de meest voor de hand liggende commerciële motieven – het aanzetten tot consumptie van de vele producten (kleding, accessoires, kappersdiensten) die een man tot metroman zouden maken. Flocker lijkt aan een ander, veel socialer project te werken. De instructies zijn namelijk zo basaal (werk aan tafelmanieren, drink rode wijn bij vlees en witte wijn bij vis, word niet liederlijk dronken, vermijd verkeersborden in je interieur), dat de auteur zich niet zozeer lijkt te richten tot beginners in het metrodom, maar tot beginners in het volwassen leven in het algemeen.

Die indruk wordt sterker bij het hoofdstuk `Seks en romantiek'. Dat is zo fundamenteel – kijk niet naar de grond als je met een meisje praat, tracht een vroegtijdige zaadlozing te voorkomen – dat je je in een voorlichtingsboek voor pubers waant. Is metroseksualiteit iets voor adolescenten? Het hoofdstuk over seks zingt eerst de lof van `diversiteit': `Het is zowel vermoeiend als zinloos je leven lang te proberen mensen in hokjes te stoppen. Het heeft geen zin anderen een etiket op te plakken of je zorgen te maken over welk etiket anderen jou opplakken.'

Dat is in al zijn algemeenheid al een beetje vreemd voor een boek dat zelf zo duidelijk een etiket in de aanbieding heeft, maar er staan nog een paar gelijksoortige passages in het boek die de aspirant-metroman voorhouden dat hij zich niet te veel moet aantrekken van wat anderen van hem, en dan vooral van zijn seksuele gedragingen, zullen denken. Dan gaat het niet meer zozeer om lifestyle, maar om welgemeende aanmoedigingen aan jongens dat ze niet moeten schrikken als ze zich aangetrokken voelen tot mannen. Dat is een lovenswaardig streven, en zeker in Engeland, waar auteur Flocker vandaan komt, nog steeds geen overbodige luxe. Het maakt de metroseksualiteit intussen wel tot een heel opmerkelijke stijlfiguur: het neutraal maken van homo-stijlkenmerken om jonge twijfelaars de ruimte te geven. Met duiding van de maatschappelijke realiteit heeft dat niet veel te maken. En met Beckham, die zondag met Real Madrid moet aantreden tegen Barcelona, ook al niet.

Michael Flocker: Metroseksueel. Het handboek voor de moderne man. Vertaald door Gert-Jan Kramer. A.W. Bruna, 176 blz. €12,50

David Beckham: Mijn verhaal. Vertaald uit het Engels door Studio Imago. Vip, 428 blz. euro 19,90