Het op een na beste of slechtste

Minister De Graaf wil best met de Kamer praten over een alternatief voor zijn veelbekritiseerde nieuwe kiesstelsel. Maar wel één dat hij zelf bedacht heeft.

De minister van Bestuurlijke Vernieuwing begrijpt het niet. Zeventien pagina's stuurde hij deze week naar de Tweede Kamer over allerlei varianten voor een nieuw landelijk kiesstelsel. Op verzoek van de Kamer heeft hij bekeken of de voorstellen van CDA, PvdA en VVD voldoen aan de doelen in het regeerakkoord en van het kabinet. Versterken ze de band tussen kiezer en gekozene? Komen er meer Kamerleden met een eigen kiezersmandaat? Profiteren alle partijen mee?

Hij heeft een ,,zo open en eerlijk mogelijke afweging gemaakt''. En toch loopt de irritatie in de Kamer op. Omdat De Graaf volhoudt dat zijn eigen ideeën de beste zijn. Hij wil vanaf 2007 naast de landelijke stem die de zetelverdeling in de Kamer bepaalt, een tweede stem invoeren waarmee kiezers vanuit ongeveer twintig districten meerdere vertegenwoordigers per regio kiezen. CDA en PvdA willen liever één afgevaardigde per district, maar met een uiteenlopend aantal districten: het CDA dertig, de PvdA 75. Andere partijen willen niets veranderen, of weer iets anders, zoals de VVD en de LPF. De Graaf ziet niks in al die plannen. En nu wordt hij regentesk genoemd. ,,Alsof ik alles van me afsla.'' Hij vindt dat hij juist méér doet dan de Kamer vroeg. Omdat de plannen van CDA en PvdA niet werken, doet hij een eigen suggestie voor een systeem met één vertegenwoordiger per district dat wél werkt. ,,Zestig districten, dat blijft binnen de grondwettelijke kaders, zoals de evenredige vertegenwoordiging, én komt tegemoet aan de doelen.''

Het `minst bezwaarlijke' alternatief, zegt u. Is dat een aanbeveling?

,,Dat is niet een zomaar gekozen bewoording. Ik zie bezwaren, maar daar staat niet `onaanvaardbaar' of zoiets. Maar ik zeg niet voor niets dat er ook in het kabinet uitvoerige discussies zijn geweest over enkelvoudige of meervoudige districten. Ik had aanvankelijk een voorkeur voor enkelvoudige districten. Dat heeft grote voordelen: het is helder voor de kiezer, er is één winnaar, één districtsvertegenwoordiger.

,,Een nadeel als je te weinig districten hebt, is dat één kandidaat een heel grote bevolking heeft. Als je er meer hebt, blijft er nog één groot bezwaar. Dat is dat de regiozetels bijna alleen gaan naar de twee grootste partijen, die overal relatief het sterkst zijn. Maar dat hoeft voor de Kamer geen doorslaggevend bezwaar te zijn. Ik bied ruimte. We moeten nú kiezen of het wetsvoorstel straks uitgaat van enkelvoudige of meervoudige districten. De Kamer kan het kabinet niet kwalijk nemen dat het zijn eigen voorstel verdedigt.''

Welk model er ook komt, er wordt zoveel in aangepast dat niemand het straks echt zo wilde. Is u dat om het even, als er maar iets verandert?

,,Nee, het moet zinvol zijn. Alleen de voorkeursdrempel afschaffen zou niet voldoende zijn, dat heeft geen zin. Maar ik ben geen Prinzipienreiter. Voor sommigen zal de uitkomst de op een na beste zijn, voor anderen de op een na slechtste. Maar moet je het daarom maar helemaal niet doen?''

Hoe groot moet de meerderheid vóór zijn, gezien de mogelijk grote gevolgen voor de partijen?

,,Ik vind dat institutionele wijzigingen zo breed mogelijk gedragen moeten worden, maar formeel is het niet nodig meer dan een gewone meerderheid te hebben. En waarom zou dat hiervoor wel moeten, en niet voor de hervorming van de sociale zekerheid, of het zorgstelsel?''

Begrijpt u de vrees van kleine partijen, behalve D66, dat hun iets door de strot geduwd wordt waarvan zij vooral de dupe zijn?

,,We gaan ervan uit dat de nationale krachtsverhoudingen niet bepaald worden door het succes van regiokandidaten, maar door andere factoren, zoals standpunten in de maatschappelijke debatten. Daarom denk ik niet dat de districtsstem de evenredige vertegenwoordiging voor de kleine partijen aantast. De principiële ChristenUnie-stemmer zal in zijn district wellicht op een CDA'er stemmen, als hij ziet dat zijn `eigen' kandidaat geen kans maakt. Maar landelijk blijft hij CU stemmen. Dat bepaalt het zetelaantal van de CU.''

Waarom zou het niet andersom werken? Landelijk stem je voor een grote partij met het oog op de gewenste regeringscoalitie, regionaal kun je straks met je hart stemmen, hoe klein de partij ook is.

,,Het zal net als nu zo blijven dat de grote partijen landelijk winnen door de machtsvraag. Maar dat effect wordt straks niet versterkt. Succesvolle regio-Kamerleden gaan de volgende keer wel in het district meer stemmen trekken. Het kan zijn dat een VVD'er het in zijn regio zo goed doet dat hij daar ook stemmen trekt van PvdA'ers. Maar dat is nog geen reden om landelijk op zijn partij te stemmen.''