Het hart moet worden gekoeld

Weinig dichters durven zo genadeloos onmodieus te zijn als Paul Claes. Zonder enige gêne etaleert hij in zijn poëzie een vorm van eruditie die al decennia eerder achterdocht dan bewondering wekt. Hij dicht over dichters die niemand nog leest, zoals Aeschylus en Dante, geeft zijn gedichten titels als `Épithalame' en `Archipelagos – Insulae Fortunatae', noemt zijn verklarende aantekeningen `Scholiën', schrijft vormvast en gunt zichzelf geen enkele concessie aan de vorm, is eerder uit op milde bewondering om de virtuositeit van zijn taalspel dan op het effect van grote emoties, dicht even makkelijk in het Nederlands als in het Frans, Duits of Engels en hij schrikt er zelfs niet voor terug om verzen op te nemen in het Latijn en Grieks. Dit alles geeft Paul Claes iets onaantastbaars, want zodra je iets in een gedicht van hem niet bevalt, zul je, geïntimideerd door zoveel vertoon van geleerdheid, eerder geneigd zijn je ongenoegen te wijten aan je eigen onwetendheid dan aan een tekortkoming van de dichter en wanneer je zijn poëzie slecht zou vinden, zou je je wel drie keer bedenken dat hardop uit te spreken uit angst voor dom te worden versleten.

Ook zijn nieuwe bundel, De waaier van het hart, onttrekt zich opzichtig aan alle actuele ontwikkelingen in de Nederlandse en Vlaamse poëzie en zoekt aansluiting bij poëticale tradities van eeuwen geleden. In zijn toonzetting, thematiek en vormelijkheid is deze bundel een imitatie van een collectie Alexandrijnse epigrammen. De bundel bestaat uit vier afdelingen, die evenals de afzonderlijke boeken van Alexandrijnse epigrammenverzamelingen als de Anthologia Palatina elk een centraal thema hebben. Ook de keuze van de vier thema's is, misschien met uitzondering van het tweede, bijzonder Alexandrijns. De eerste afdeling, `De dichter', bestaat uit portretten van beroemde voorgangers. `Decaloog' is een wereldgeschiedenis in tien gedichten, waarbij in elk gedicht een van de tien geboden wordt overtreden. `Atlantis' is een reeks schetsen van Griekse eilanden. De slotafdeling, `Urne', draait om de herinnering en bevat een aantal in memoriam-gedichten. De toonzetting varieert van bedrieglijk simpel tot ongegeneerd complex. Maar complexiteit bij Claes is altijd conceptueel, nooit talig:

In deze kamer zonder ramen

waar zij zich met een blind gebaar

in de gespreide armen namen

raadden de spiegels slechts elkaar

tot wij hun onder ogen kwamen

en in het overspelig paar

veranderden dat wij te zamen

ontmaskerden voor hem en haar

die als hun beider evenbeelden

zich in ons dubbele duel

vermenigvuldigden en deelden

en spiegels werden van het spel

dat zij met zoveel slapers speelden

in dit versplinterend Hotel

De formuleringen zijn eenvoudig, maar het spel van spiegeling, verdubbeling, deling en vermenigvuldiging van het overspelige paar vormt een doolhof waarin je snel verdwaalt. Het is een geraffineerd gedicht, waarin effectief gebruik wordt gemaakt van de dubbelzinnigheid van het werkwoord `vermenigvuldigen' en waarin de verwarring van spiegeling en verwisseling illustratief is voor het thema. En dan heet het gedicht ook nog `Het huwelijk'. Maar het is allemaal wel uiterst cerebraal. Voor grote emoties zijn we bij Claes aan het verkeerde adres, zoals de flaptekst al duidelijk maakt die uitlegt hoe de titel van de bundel dient te worden opgevat: `De waaier van het hart is een omschrijving voor de long, die het hart verkoelt, zoals lyriek dat doet.'

Het meest Alexandrijns is Claes in zijn eilandbeschrijvingen, die bestaan uit Nederlandse kwatrijnen die elk onder aan de pagina vertaald zijn in Latijnse disticha. Niet alleen de bizarre ambitie om in het Latijn te dichten getuigt van een Alexandrijns gemoed, maar ook de stijl en toonzetting van de Nederlandse kwatrijnen:

Onder een hemel van druiven

Demeter en Dionysos.

Dronken van Cyprische zon

lokt de cicade rondom.

Een lichtvoetig, elegant puntdichtje zonder pointe, in de beste Griekse traditie. En de Latijnse vertaling van dit gedicht bevat enkele virtuoos geplaatste alliteraties en een zeer geleerd archaïsch graecisme. Overigens valt elders wel wat af te dingen op het Latijn. In het `Naenia' en `Regia Gnosia' is de caesura media in de pentameter niet gerespecteerd. `Somnus stare potest non pede marmoreus' is onhandige poëzie vanwege de loze toevoeging `pede'. De hexameter van `Apocalypsis Patmia' ontbeert een cesuur.

Maar de grootste vraag is natuurlijk: wat moeten we hiermee? In de slotafdeling staat een in memoriam voor Johan Polak, in het Latijn, Nederlands, Frans, Duits, Engels en Grieks. De Nederlandse versie luidt als volgt: `Zoals de kleine urn zijn machtig lichaam hoedt,/ zo berg ik in dit kort gedicht een groot gemoed.' Het gedicht is gebaseerd op een elegante parallellie en is niets meer dan dat. Het grootste bezwaar van dit versje is dat de dichter wel beweert dat zijn korte gedicht een grote geest wil bewaren, maar dat hij het niet doet. Het is een leeg gedicht dat niets meer formuleert dan een elegant bedachte intentie en dat met veel vertoon van eruditie en virtuositeit in vijf verschillende talen wordt vertaald. In dit opzicht is dit gedicht representatief voor de bundel als geheel. In alle vormbeheersing, polyglossie en intellectuele elegantie is deze bundel uiteindelijk niet meer dan ongevaarlijke Spielerei.

Paul Claes: De waaier van het hart. Gedichten. De Bezige Bij, 71 blz. €16,50