Het despootje is aanbiddelijk

Mijn exemplaar van De baby zit al onder de perenprak. Het is een boek dat zich uitstekend laat lezen tussen de bedrijven van het ouderschap door. Zo werd het ook geschreven: aan de keukentafel, in korte stukjes van een regel of tien, onderbroken wanneer de baby van Marie Darrieussecq dat eiste. De tekst verloopt volgens het ritme van luiers, huiltjes, flesjes, spelletjes of wandelingetjes.

Er werd in de Franse pers wat laatdunkend gedaan over Darrieussecqs uitstapje naar de moederliteratuur. Een autobiografisch boek over het krijgen van een baby, dat hoeven we niet zo serieus te nemen. Maar al lezend kom je erachter dat de wereld van De baby goed past bij het universum van Darrieussecqs andere romans, waarin de alledaagse wereld vaak aan het wankelen wordt gebracht. Want wat is er nu krankzinniger: dat een vrouw in een zeug verandert, zoals in Truïsmes, of dat er ineens een baby in je bed ligt?

Darrieussecqs boek gaat niet zozeer over de alledaagse perikelen van het moederschap, als wel over de ongerijmdheid van de ervaring die de geboorte van de baby is. `Vreemd', `onbegrijpelijk', `verbijsterend'. Een armzalig vocabulaire voor een wonder, zo constateert de schrijfster zelf ook.

De taal is niet toereikend om de `verontrustende ervaring' van een geboorte te beschrijven, maar de baby blijkt ook een nieuwe taal met zich mee te brengen, vol clichés, door zijn moeder genoteerd in haar steeds vlekkerigere schrift. Ze raakt zo weer `op goede voet' met gemeenplaatsen (truïsmes), waaronder waarheden kunnen schuilgaan. Haar moedergevoel blijkt zelfs opgebouwd uit echo's van frasen uit haar jeugd, van haar moeder, uit het ziekenhuis, uit tijdschriften. Wat men doorgaans instinct noemt is niet meer dan een `overgeleverde woordenkraam'.

Gelukkig legt Darrieussecq zich daar niet geheel bij neer, en vindt ze toch haar eigen (mooi vertaalde) woorden om te omschrijven wat ze ziet. Hoe haar kind huilt met een `zuremelkstemmetje'. Hoe zijzelf zich over de wieg buigt `als een wilg, als een roeier'. Een van de redenen om dit boekje te schrijven, was haar behoefte de taal over de baby te zuiveren: `om woorden te polijsten zoals je koper poetst – de baby, de moeder; om een helderder klank te laten horen' .

In haar gevoelens streeft Darrieussecq eveneens naar helderheid. Zo ontdekt ze dat haar almacht over de baby verbijsterend is maar ook verrukkelijk. Wanneer ze zingend deeg staat te kneden in de keuken, voor haar kirrende zoon door de keuken dansend: `Ik ben de koningin, de beste van alle moeders, de mooiste, de grappigste, zijn ster-moeder, zijn grote liefde'. Op een ander moment propt ze hem in een te kleine luier omdat het pak leeg moet, of zit ze net iets langer dan nodig aan zijn piemeltje. Narcisme, sadisme, pedofilie: hoe fraai is de jonge moederliefde eigenlijk?

Darrieussecq gaat te rade bij de psychoanalyse en vooral bij de literatuur, om uit te zoeken wat het ouderschap is. De sterkste factor die in haar leven is gekomen, blijkt de angst te zijn: `Ik probeer mezelf ervan te overtuigen dat angst niet de essentie is van deze vreemde liefde'. Ze klopt af en bezweert en schreef zelfs dit boekje in de eerste plaats om de dood op afstand te houden.

Alsof zij doelt op het boekje Schaduwkind van P.F. Thomése, staat zij stil bij wat haar boek ook had kunnen zijn: ze ziet `een glimp van het andere boek, de donkere keerzijde van dit boek, op precies dezelfde plekken van onze levens'. Door de angst voor de dood die met de baby in haar leven is gekomen, is ze eenzamer dan ooit, en leeft ze in een `belaagde zeepbel'.

Dus zit er maar een ding op: schrijven om het kind `in leven te schrijven', om het ongeloofwaardige en haast fictieve van zijn leventje vastigheid te geven. Zo staat tegenover de broosheid van het moederschap het portret van de baby. Springlevend, groeiend, kraaiend, kwijlend, despotisch, hartveroverend. Een pasja die zich met alle vanzelfsprekendheid laat bedienen: `ambassadeur van een heel klein land, zonder daadwerkelijke macht, maar dat ons vanwege de geostrategische ligging verplicht hem met alle egards te behandelen'.

Naast dat herkenbare portret schrijft Darrieussecq soms ook over al even herkenbare kanten van het moderne ouderschap. De nooit vermoede controverse van de speen bijvoorbeeld, die de wereld in tweeën blijkt te delen in voor- en tegenstanders. Het geklungel in een Parijse bus waar je alleen met een ingeklapte kinderwagen in mag – en probeer maar eens met één hand een kinderwagen in te klappen. Dat zijn zaken in De baby die alleen jonge ouders zullen interesseren.

Darrieussecq zegt het zelf: het boekje gaat over `het onbenulligste onderwerp dat er maar bestaat'. Maar ze schrijft er wel op een weinig onbenullige manier over. Aanbevolen voor pasgeborenen en hun hele hofhouding.

Marie Darrieussecq: De baby. Vertaald door Mirjam de Veth. De Arbeiderspers, 144 blz. €14,95