Erasmus

In haar sympathieke bespreking van het eerste deel van Erasmus' Brieven (Boeken, 09.04.04) zet Heleen Pott Erasmus neer als relativist. Dit naar aanleiding van de discussie over de `vrije wil' met Luther, die, in tegenstelling tot Erasmus, meende de waarheid in pacht te hebben. Maar dat maakt Erasmus nog niet tot relativist. Erasmus ideaal is harmonie. Oordeelsvorming vindt plaats door vrije uitwisseling van standpunten door ingewijden. Het streven daarbij is consensus.

Dit proces impliceert de vrijheid tot het innemen en ook weer verlaten van een standpunt. Dat is de kern van de `vrije wil' bij Erasmus. Maar er is wel zoiets als de waarheid, en het is de taak van de mensheid die te vinden via studie, kritiek en overleg. Een afsplitsing van de gemeenschap van gelovigen past daar niet in. Luther daarentegen dankt zijn standpunt (zijn geloof) aan de goddelijke genade. Zijn waarheid is individueel en onwrikbaar. Er is geen ruimte voor overleg en kritiek, en afscheiding is een logisch gevolg.

De in protestantse kringen zo gewaardeerde individuele relatie met God is echter maar één stap verwijderd van relativisme: want waarom zou men anderen misgunnen wat men voor zichzelf claimt? Luthers streven tot afscheiding impliceert een acceptatie van onenigheid, zodat relativisme dus eerder lutheraans dan erasmiaans erfgoed genoemd kan worden.