Driftig op zoek naar de uitgang

Europese landen volgen elkaars discussies over cultuur en integratie nauwgezet, blijkt uit een drietal studies die zich onder meer buigen over het Franse hoofddoekjesverbod en de gedachten aan een `Derde Weg' in het Verenigd Koninkrijk.

Frankrijk worstelt als geen ander Europees land met de multiculturele samenleving. Een commissie van wijzen zocht vorig jaar maandenlang naar een Republikeinse uitweg voor de conflicten rond gesluierde leerlingen op openbare scholen. Daarbij ging het in de eerste plaats om de laicité: de strikte scheiding tussen kerk en staat die in Frankrijk de basis vormt voor de godsdienstvrijheid en de gelijke behandeling van alle religieuze en levensbeschouwelijke organisaties. Maar de discussies over de islamitische sluier gingen ook over vrouwenemancipatie, nationale identiteit, culturele rechten, islam en democratie.

De discussies in Frankrijk worden in de rest van Europa met grote interesse gevolgd, vooral in die landen waar de publieke opinie steeds nadrukkelijker vraagtekens zet bij het integratiebeleid van de afgelopen decennia. In Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië lijkt zich een etnische onderklasse te hebben gevormd. De toenemende segregatie tussen verschillende bevolkingsgroepen zal, zo vreest men, leiden tot sociale en etnische spanningen. Met name sinds 11 september is daar de angst bijgekomen voor de invloed van islamitische bewegingen die migranten oproepen om westerse waarden en normen links te laten liggen en te kiezen voor de islam en de eigen cultuur. Volgens velen zou het tij gekeerd moeten worden door een strenger immigratie- en integratiebeleid. Nieuwkomers moeten niet alleen de taal leren van het land waar zij zich vestigen, zij moeten ook de centrale normen en waarden van de hen omringende samenleving overnemen. In dat opzicht is het Franse verbod op het dragen van hoofddoekjes op openbare scholen een stap in de goede richting.

Ideologie

Volgens de Vlaamse politiek filosoof Fernand Tanghe verdient het Franse voorbeeld dan ook navolging, zo blijkt uit zijn beschouwingen over democratie, gelijkheid en multiculturalisme. Democratische samenlevingen zijn gebaseerd op de gelijkheid van alle burgers en dat principe verstaat zich slecht met wat hij `de ideologie van het multiculturalisme' noemt. Volgens die ideologie kunnen de leden van minderheidsgroepen een uitzonderingspositie opeisen met als voornaamste argument dat het voortbestaan van hun cultuur in gevaar is. De wortels van het multiculturalisme liggen in Noord-Amerika, waar het debat zich toespitste op de rechten van nationale minderheden, zoals de Quebecois en Inuit(-eskimo) gemeenschappen. In West-Europa werd het multiculturalisme echter ingezet als argument tegen de gedwongen assimilatie van niet-westerse migranten. Het ging volgens de vermaarde slogan van het Nederlandse minderhedenbeleid om `integratie met behoud van eigen identiteit'.

De ideologie van het multiculturalisme heeft er in de praktijk toe bijgedragen dat etnische en culturele minderheden in West-Europa hun eigen gang gingen zonder zich veel aan te trekken van de ontvangende samenleving. Om die situatie te doorbreken moet er volgens Tanghe een integratiebeleid komen dat is gebaseerd op duidelijke eisen.

Het is echter ook zaak een alternatief te bieden voor de geborgenheid van de etnische of culturele gemeenschap. In het onderwijs bijvoorbeeld zouden etnische en religieuze verschillen geen rol mogen spelen, zodat leerlingen ingewijd kunnen worden in de gemeenschap van burgers. Juist in dat opzicht zou de Nederlandse overheid zich door de Franse école de la République moeten laten inspireren. Dat is althans de strekking van het artikel waarmee Huib Pellikaan en Margo Trappenburg de bundel Politiek in de multiculturele samenleving afsluiten. De Nederlandse overheid heeft het bestaan van afzonderlijke etnische en cultureel homogene migrantengemeenschappen jarenlang in de hand gewerkt door voortdurend leden van die groepen als zodanig te behandelen. Integratie is er echter juist bij gebaat als culturele en etnische scheidslijnen vervagen. Een liberale staat moet daarom specifieke regels en voorzieningen afbreken ten gunste van algemeen beleid. Leden van migrantengemeenschappen krijgen zo ook uitzicht op serieuze exit-opties indien zij uit hun culturele gemeenschap willen stappen.

Volgens Pellikaan en Trappenburg kan de politieke gemeenschap etnische en culturele verschillen overstijgen omdat allochtonen en autochtonen een `lotsverbondenheid in een staatsverband' met elkaar delen. Publicist Paul Scheffer daarentegen wil de verbondenheid tussen allochtoon en autochtoon juist vormgeven via de gedeelde trots op de Nederlandse nationale identiteit. Allochtonen in Nederland moeten, volgens Scheffer, kennisnemen van de Nederlandse geschiedenis en zich aanpassen aan de Nederlandse taal, cultuur en waarden om zich zo te kunnen vereenzelvigen met de Nederlandse natie.

Scheffers essay `Het Land van Aankomst' vormt de opening van een Engelstalige bundel waarmee de Wiardi Beckman stichting, samen met Engelse, Duitse en Oostenrijkse collega's, een bijdrage tracht te leveren aan het debat over immigratie en integratie in Europa. Veruit het interessantste stuk in die bundel is van de hand van de in Oxford werkzame politicoloog en historicus Stephen Howe. Howe richt zijn pijlen zowel op voorstanders van assimilatie die nieuwkomers willen dwingen zich aan te passen aan de dominante cultuur, als op multiculturalisten die een samenleving voorstaan bestaande uit afzonderlijke culturele groepen. Als een soort Derde Weg voor de multiculturele samenleving pleit Howe ervoor de verwevenheid en verbondenheid van de identiteiten van allochtonen en autochtonen als uitgangspunt te nemen voor een `transculturele dialoog'.

Verhalen

Volgens Howe zou Groot-Brittannië een betere sparring partner voor Nederland kunnen zijn dan Frankrijk als het gaat om ideeën over nationale identiteit en multiculturalisme. Van oudsher is het Verenigd Koninkrijk een multinationaal fenomeen waarbij de Britse politieke gemeenschap verschillende nationale gemeenschappen (Schots, Welsh, Engels, Iers) overkoepelt zonder deze te vervangen. Dat contrasteert met het Franse republikeinse en centralistische model. Het Britse koloniale rijk is in sterke mate vormgevend geweest voor de Britse nationale identiteit, zodat de huidige discussies historisch gezien aansluiten bij een geschiedenis van migratiebewegingen van en naar Groot-Brittannië. Migranten zijn daardoor geen vreemden die van buitenaf worden toegevoegd aan een bestaande Britse natie, maar zij vormen al heel lang een onderdeel van de verhalen over de Britse geschiedenis, identiteit en politieke cultuur, aldus Howe.

In een kritische reactie op Paul Scheffer signaleert Howe dat op het Europese vasteland de publieke discussie nog altijd gedomineerd wordt door vragen als `hoe wij moeten reageren op immigranten' en `hoe moeten immigranten inburgeren'. In Groot-Brittannië daarentegen hebben `allochtone' intellectuelen, filosofen, schrijvers en religieuze leiders een prominente plaats verworven in de politieke en intellectuele discussie over de multiculturele samenleving. Die discussies gaan daarmee niet alleen over hoe minderheden zich moeten aanpassen aan de meerderheid, maar over hoe er gezamenlijk gewerkt kan worden aan de vorming van een nieuwe nationale identiteit en politieke cultuur.

Volgens Howe gaat het erom de waarden, ideeën en opvattingen van allochtonen en minderheden niet voortdurend voor te stellen als evenzovele bedreigingen voor westerse samenlevingen. Het transculturele gesprek waarvoor hij pleit heeft de ambitie zich te ontwikkelen tot een gezamenlijke zoektocht naar gedeelde waarden die de leidraad van de samenleving kunnen vormen. Aan dat gesprek kunnen eerste, tweede en derde generaties `allochtonen' deelnemen als medevormgevers van de nationale identiteit, zonder dat zij voortdurend gepositioneerd worden als vertegenwoordigers van een onveranderlijke `cultuur'.

René Cuperus, Karl A. Duffek, Johannes Kandel (eds.): The Challenge of Diversity. European Social Democracy Facing Migration, Integration, and Multiculturalism. Studien Verlag, 332 blz. €42,70

Huib Pellikaan en Margo Trappenburg (red.): Politiek in de multiculturele samenleving. Boom, 244 blz. €24,50

Fernand Tanghe: Links is soms rechts. Over gelijkheid, democratie en multiculturalisme. Houtekiet, 295 blz. €16,95