Dit is een zelfmoordstuk

Peter Verhelst bewerkte Shakepeare's bochelkoning Richard III tot een vergaande nihilist. Fedja van Huêt speelt hem: ,,Net als iedereen zit ik vol zwarte gedachtes.''

Als de moeilijk liggende zoon op een familiefeest schuifelt Richard III verveeld rusteloos over het podium. Hij rommelt met een zakdoek, veegt zijn schoenen af, deinst achteruit als iemand hem dreigt aan te raken. Zwart pak, zwarte krullen in het vet, licht verwrongen gelaat. Hij vindt het allemaal gezeur, het verhaal dat de familie bezighoudt: over de lange Rozenoorlogen en de daarop volgende hofintriges. Toch gaat het over hém, en over wat hij aanricht in die familie, met haar meedogenloze machtspelletjes. Maar hij kijkt alsof het hem, als buitenstaander, niet kan boeien. Hij weet toch al hoe het afloopt.

Fedja van Huêt (Tiel, 1973) speelt de hoofdrol in het toneelstuk Richard III van ZT Hollandia. Bij het grote publiek is Van Huêt vooral bekend uit de bioscoop. Hij speelde de hoofdrol in Karakter, en ook in Wilde mossels, Terug naar Oegstgeest, Amnesia en Rosestrasse. Voor theatergangers is hij echter alweer acht jaar een van de boegbeelden van ZT Hollandia, als een krachtig aanwezige, intelligente speler.

Nu speelt hij Shakespeares best geslaagde schurk: de bochelkoning Richard III, charmant als Berlusconi, geestig als Idi Amin, wreed als Saddam Hussein; een moordenaar die aardigheid heeft in zijn werk. Het is niet Van Huêts eerste wrede schoft. Hij was ook de, als een charmante klasgenoot vermomde, verkrachter in het stuk De Bitterzoet; hij speelde een dubbelrol als goede communist en boertige SA'er in De val van de goden; hij was de roodharige treiterbroer in de Leenane Trilogie. In Duitsland speelde hij de Carthaagse veroveraar Hannibal in zijn nadagen, toen hij nog maar één olifant had. In de solo Ongebluste kalk speelde hij juist een licht onnozele idealist: Marinus van der Lubbe, die volgens Van Huêt door zijn goedbedoelde daad – het in brand steken van de Rijksdag – juist veel kwaads aanrichtte. Hij gaf Hitler een motief om de communisten uit de weg te ruimen.

De oorspronkelijke Richard III van Shakespeare is onherstelbaar verbouwd door de Vlaamse schrijver Peter Verhelst. Net als regisseur Johan Simons is Verhelst geobsedeerd door geweld en vernietiging. Dat belooft dus een gezellige avond te worden. Volgens Van Huêt moet het publiek niet te veel Shakespeare verwachten: ,,Bij Shakespeare zit je vooral te smullen van de slimme manier waarop de snoodaard zijn plannen ontvouwt. Hij neemt het publiek mee: kijk eens hoe die gebochelde dat allemaal voor elkaar krijgt. Oh, wat doet hij dat héérlijk. En ze trappen er nog in ook. Zelfs Lady Ann! Kijk eens hoe hij met taal die vrouw inpakt. Maar Verhelst en Simons zijn niet geïnteresseerd in de charmes en verleiding van Richard. Zij beginnen op een ander niveau.

,,Verhelst en Simons maken er een zelfmoordstuk van, verbeeld als de nachtmerrie van Richards moeder. Toen zij haar kind voor het eerst vasthield, zag ze een mond vol volgroeide tanden: `Het lacht maar ik zie alleen zijn tanden/ Een glimp van wat hem, wat ons zal verslinden.' Vanaf het begin denkt Richard: `Ach ja, ik kan het proberen maar het gaat toch kapot. Alles wat ik aanraak gaat kapot. En ik wil zelf ook dood.' Vanaf het begin is hij doordrenkt van het besef: `op het einde blaas ik hier toch het hele theater op.' De schoonheid van het geweld verschaft hem nog enig plezier. Maar hij wil vooral zeggen: `wanneer staat nou eindelijk de eerste op die mij kan weerstaan. Vermóórd me! Dan ben ik er van af.' Hij kan niet meer. Uit een drang tot zelfvernietiging maakt hij bewust fouten. Hij geeft Buckingham zijn landgoedje niet, zodat deze zich met een leger tegen hem keert en zijn ondergang bewerkstelligt. Dat lijkt dom en kinderachtig, maar volgens mij doet hij het expres.''

Toren van haat

De Richard volgens Verhelst wil niet zomaar dood, hij heeft een missie: ,,Ik zal mezelf tot een toren van haat bouwen, opdat ik mijn volk leer spuwen.'' Verhelsts Richard citeert pacifist Mahatma Gandhi: ,,Alleen wie iets beters kan bouwen, mag slopen.'' Deze Richard ziet zichzelf als de verlosser, een idealist van het nihilistische soort. Van Huêt: ,,Alle teksten van Verhelst dragen dezelfde boodschap uit: luister mensen, de enige manier waarop wij van het kwaad verlost kunnen worden, is door de mensheid op te heffen. Eerst moet alles kapotgemaakt, en dan kunnen we bouwen, opnieuw beginnen. Richard is een zelfmoordterrorist; een idealist die hemel en aarde wil verenigen door alles op te blazen.''

Waarom loopt deze Richard steeds met zijn zakdoek te poetsen, en deinst hij terug voor aanrakingen? ,,Veel schurken hebben een zuiverheidobsessie. Bin Laden is geobsedeerd door de zuivere islam, voorzitter Mao verslond steeds weer nieuwe maagden en Richard lijdt aan smetvrees. Daarom wil Richard Elizabeths jonge dochter bezitten: nóg zuiverder. Die angst om mensen aan te raken verwijst naar iets wat veel seriemoordenaars kenmerkt. Met gemak werken ze zich door allerlei lichaamsdelen van lijken heen, maar een levende menselijke aanraking kunnen ze niet verdragen.''

Van Huêt laat zijn personage zo verveeld tussen zijn hofhouding dwalen omdat Richard de beweegredenen van de anderen vals en onzinnig vindt. Hij gelooft niet in het goede. ,,Broederschap?'' zegt hij smalend, ,,Broederschap, geloof je het zelf?'' Van Huêt: ,,Hij is als Al Pacino in de film Scarface, een maffiafilm die door Richard III is geïnspireerd. Scarface zegt over de zogenaamd goede mensen: `They just know how to híde better, that makes them no good. Look at those mummies.'' Richard gelooft dat iederéén zo slecht is als hij, maar dat hij gewoon beter en slimmer is. En waarschijnlijk denkt Peter Verhelst daar ook zo over.''

Waaróm is Richard zo'n schurk geworden? Het toneelstuk geeft hem allerlei motieven mee. Zijn moeder heeft hem te weinig geknuffeld. Hij kan niet neuken dus gaat hij maar doden. Hij is getekend door de oorlog, en kan daardoor in vredestijd niet functioneren. Hij wordt koning maar raakt verveeld door de macht en het gebrek aan tegenstand. Allemaal waar, volgens Van Huêt, maar niet relevant: ,,Je kunt het hebben over een slechte jeugd, en wat daarna allemaal nog komt, maar die psychologie is niet zo interessant om te spelen. Ik denk dat je slecht geboren wordt. Kwaad is genetisch bepaald, dat zit in ons allen. En sommigen, als Richard, krijgen er wat meer van mee. In de oorlog komt het wezen van de mens naar boven: elkaar kapotmaken.''

Het decor stelt een museumzaal voor die wordt gedomineerd door Rubens' schilderij Kindermoord te Bethlehem (1610). Zo leven Richard en zijn familie: hogere kringen, een prachtige, wat stijve omgeving, extreem geweld is een mooi plaatje aan de wand. De kindermoorden van Richard worden buiten beeld door een ondergeschikte gepleegd. De smetzieke koning hoeft zijn handen niet vuil te maken. Tijdens de repetities ligt op het fraaie rode tapijt een plastic zeiltje. Dat is natuurlijk voor al het bloed dat straks gaat vloeien, denkt de argeloze toeschouwer. Maar nee, het zeil dient om wat eierstruif op te vangen, en gemorst tomatensap.

Regisseur Johan Simons, die al jaren voorstellingen maakt over geweld en het kwaad, is met zijn vorige stuk Anatomie Titus van Heiner Müller een nieuwe weg ingeslagen: hij wil op het toneel geen geweld meer tonen omdat hijzelf, zijn omgeving en zijn publiek, geweld allang niet meer uit de eerste hand kennen. Geweld is voor de gegoede burgerij vermaak geworden – we kennen de gedachte, niet de daad. Dat wil Simons doorbreken door zijn gewelddadige stukken geserreerd te tonen. Niemand verheft zijn stem, de pakken en lange jurken blijven in de plooi. Het enige dat vloeit is tomatensap. Van Huêt: ,,Johan Simons wordt wat milder. Hij heeft gelijk, we kennen het geweld alleen van de televisie. We zitten ook vol met moorddadige gedachtes, maar we beschikken over een goede rem. Als wij die rem niet hadden, zaten we hier heel anders te eten.''

`Mild'

Blijft staan dat de `milde' Simons toch weer twee van de gewelddadigste Shakespeares opvoert – nog wel in de kaalslag-bewerkingen van respectievelijk Heiner Müller en Verhelst. En moord blijft moord, om met rechercheur De Cock te spreken, of het nu voor of achter het doek gebeurt. Van Huêt: ,,Tja, dat is toch waar iedereen door gefascineerd blijft. Een verlicht mens tonen is niet interessant, die heeft alles op een rijtje. We willen conflict op toneel. Op het hoogste niveau is dat goed tegen kwaad, het liefst in één mens.''

Hoe vindt Van Huêt het om zo'n zwarte tekst van Peter Verhelst te spelen?

,,Verhelst is cryptisch en nihilistisch, dat is een lastige opdracht. De toeschouwers moeten niet afhaken en denken: wat wil je nou vertellen, man? dat de wereld slecht is? dat wist ik allang. We proberen ook genoeg schoonheid te laten zien op het toneel. Die zit in de taal, de vorm, maar ook de totale vernietiging kan schoonheid hebben. Om Verhelsts Richard te begrijpen hoef ik trouwens niet ver te zoeken. Net als iedereen zit ik vol zwarte gedachtes. Je kent het wel, je zit met een groep vrienden en denkt: o wat hebben we het leuk met elkaar. Tegelijkertijd wil je het kapotmaken en denk je: Dat zoetsappige gedoe. Flikker een eind op, zeg. Waar is de lelijkheid?

,,Dat heeft ook te maken met het geloof dat het kwade overheerst op de wereld. Alles wat op het goede wijst, lijkt dan vals. En alles wat op het kwade wijst, is waarheid. Goede mensen zijn een saaie leugen. Daarom zie je ze ook zelden op toneel. Als je een liefdespaar ziet, denk je: ja, ja, maar over een paar jaar komt de haat. In iedere liefde, in ieder geluk zie je de toekomstige mislukking schemeren. Als je je goed voelt, denk je: dat bestáát niet. In je diepste wezen denkt je: zo zit de wereld niet in elkaar.

,,Zeer herkenbaar is de leegte van Richard. Het kwaad ontstaat uit leegte. Richard wil voelen, maar kan dat niet. Zijn leegte maakt hem ook zeer geschikt voor de verleiding. Vanuit een leegte kun je ontzettend goed tonen wat de ander van je wil zien. Omdat Richard leeg is, tracht hij zich wanhopig te vermaken met vernietiging.''

Richard III door ZT Hollandia, première morgen in de Stadsschouwburg van Eindhoven. Tournee t/m 20 juni. Inl. (040) 2333 633 of www.zthollandia.nl.