Delaware gokt op een moordende kunsthater

Jonathan Kellerman is al jaren een grote naam, met inmiddels twintig vertalingen in het Nederlands. Nu is er Doorbraak, het zoveelste mysterie rond de in Hollywood woonachtige psycholoog Alex Delaware en de braaf-homoseksuele rechercheur Milo Sturgis, met wie hij veel samenwerkt. Enkele jaren geleden liet Kellerman in Billy Straight Delaware en Sturgis achterwege en verving ze door rechercheur Petra Connor. In Doorbraak maakt Connor opnieuw haar opwachting.

De altijd opmerkzame, rationeel, maatschappijbewuste Delaware ziet verband tussen de moorden op een oude blueslegende en een veelbelovende schilderes. Dat is kras omdat beide zaken op vrijwel geen enkel punt overeenstemmen. En alsof het nog niet kras genoeg is, redeneert hij de onder kenners beroemde bluesmuzikant om tot een aanstormend talent, op het punt door het grote publiek in de armen te worden gesloten. Ziedaar het verband: schilderes en bluesmuzikant, beiden kort voor hun doorbraak.

Delaware psychoredeneert zich door onvolledige gegevens heen naar een daderprofiel van een obsessieve kunsthater. Hij gaat daarbij voorbarige en anderszins onwaarschijnlijke conclusies niet uit de weg, want hij moet de lezers voorblijven. Op andere momenten is Kellerman te traag of uitleggerig. Zo laat hij iemand diverse malen vertellen wat diegene net in min of meer gelijke bewoordingen heeft beleefd.

En als tempo en geloofwaardigheid het laten afweten, tja, dan wil het met de humor ook niet meer lukken. Petra Connor vraagt vlot van begrip, `homobladen?' als men beweert dat haar homoseksuele verdachte `flikkertroep' krijgt opgestuurd. Daar volgt een sarcastische dooddoener op, weet je dan, maar wat je krijgt is te slap: `Nee, een uitnodiging van de paus.'

Jonathan Kellerman: Doorbraak. Uit het Engels vertaald door Cherie van Gelder. Luitingh-Sijthoff, 367 blz. €17,95