De verdraaide verbeelding

Veertig jaar geleden publiceerde H. C. ten Berge zijn eerste dichtbundel. Nu, na een ontzagwekkend oeuvre, is hij genomineerd voor de Libris-prijs die dinsdag wordt uitgereikt.

`Ik pleit niet voor ontoegankelijke kunst, wel voor het recht om exclusieve dingen te doen die niet voor een miljoen mensen bestemd zijn. Waarom moet ik als ik zit te werken, denken aan honderdduizenden mensen die het allemaal moeten kunnen begrijpen? Niet dat ik onbegrijpelijke dingen maak, maar ik zoek een eigen weg. En als dat elitair is, prachtig. Het interesseert me geen fluit.'

H.C. ten Berge ten voeten uit. Geen publiekslieveling. Maar aan waardering in literaire kring heeft het de 65-jarige dichter, vertaler, essayist en romancier nooit ontbroken. Sinds zijn debuut in 1963 oogstte hij prijzen voor zijn literaire werk. Begin dit jaar nog wijdde het tijdschrift Bzzzlletin een heel nummer aan zijn werk. Van zijn romantrilogie over Edgar Moortgat werd het eerste deel, Het geheim van een opgewekt humeur, genomineerd voor de AKO-literatuurprijs en bekroond met de Multatuliprijs. Het tweede deel De jaren in Zeedorp verwierf een plaats op de longlist van de AKO-prijs. Het vorig jaar verschenen laatste deel Blauwbaards ontwaken is genomineerd voor de Libris-prijs, die aanstaande dinsdag wordt uitgereikt.

Ik verwacht de schrijver in juichstemming aan te treffen in zijn idyllische `werkhuisje' aan de rand van Zutphen. Maar van verwachtingsvolle opgetogenheid is weinig te bespeuren. Het eerste dat opvalt zijn rijen ongeopende dozen van het Centraal Boekhuis. Daarin bevinden zich Ten Berges verzamelde gedichten tot 1993 onder de titel Materia Prima. ,,In de loop van zes jaar zijn er misschien vierhonderd van verkocht'', vertelt hij. ,,Het restant heb ik zelf opgekocht, omdat ik niet wil dat het in de ramsj terechtkomt.''

Hans ten Berge wil niet negatief overkomen. Zodra hij over de inhoud van zijn werk praat, of over geliefde dichters als Pound, Eliot en Hilda Doolittle slaat zijn stem zelfs over van enthousiasme. Het gebrek aan lezers van zijn poëzie doet hem geen pijn, verzekert hij, maar van zijn romans had hij meer verwacht. ,,Na tien maanden waren er van Blauwbaards ontwaken zevenhonderd exemplaren verspreid. De Libris-keten weigerde het in te kopen, dat hebben ze nu, vanwege die nominatie alsnog gedaan. Gelukkig maar, want voor zo'n kleine verkoop kun je eigenlijk geen roman schrijven. Bij poëzie vind ik dat geen punt. Het komt voor dat ik maar driehonderd bundels verkoop, of nog minder. Toen ik begon, verkocht ik er duizend. Dat is vervelend, maar niet onoverkomelijk.''

De boeken van zijn medegenomineerden heeft hij allemaal gelezen. Vooral over Lieskes Gran Café Boulevard is hij te spreken. ,,Het heeft een gedurfde vorm, het waaiert uit en het is duidelijk dat er iemand aan het woord is die geen recht-toe-recht-aan verhaaltje wil vertellen, terwijl het tegelijkertijd een geweldige vaart en spanning heeft.''

Ten Berge, een uitgesproken modernist, vindt dat op het ogenblik het conservatisme overheerst in de literatuur. ,,Nieuwsgierigheid naar nieuwe vormen bestaat nauwelijks meer. De meeste boeken hebben geen ruggengraat en ook geen stijl. Nog maar enkelen ontwikkelen een eigenzinnige stijl waaraan je een oeuvre kunt herkennen.''

Emotie

De Moortgat-trilogie die tussen 1986 en 2003 verscheen en met name het deel De jaren in Zeedorp heeft duidelijk autobiografische trekken. Uitzonderlijk voor een schrijver die in het strenge, tekstgerichte tijdschrift Merlyn debuteerde en in 1967 het tijdschrift Raster oprichtte. Daarin zette hij zich af tegen de publiciteit rond literaire figuren wegens `de verwarring tussen persoon en werk, waarvan het werk meestal de dupe is'. Nu relativeert hij dat. ,,Ik vond altijd al dat de autobiografische achtergrond aanwezig hoort te zijn in het werk. Maar liever zonder al te veel nadruk. De modernisten en T.S. Eliot en Ezra Pound vonden dat de persoonlijke emotie er niet zoveel toe doet omdat de artistieke emotie onpersoonlijk is. Ik denk nog steeds dat de levensgeschiedenis van schrijvers minder belangrijk is dan wat ze maken. Want zodra je begint te schrijven wordt alles verdraaid. Van een componist wordt ook niet verwacht dat hij zijn autobiografie in muziek omzet. De verbeeldingskracht wordt op het ogenblik in de Nederlandse literatuur vreselijk onderschat. Als iets niet op werkelijkheid berust, vindt het publiek er niets aan. Of de makers denken dat het publiek er niets aan zal vinden.''

Dat recensenten zijn Moortgat-cyclus autobiografisch noemden, vindt hij vermakelijk. ,,Voor het merendeel is het verzonnen.'' Niettemin achtte hij het nodig om het laatste deel, Blauwbaards ontwaken, de ondertitel `een verdraaide geschiedenis' mee te geven. Als het om pure fictie zou gaan was dat een overbodige toevoeging geweest. ,,In de Moortgat-cyclus berusten bepaalde lijnen op werkelijkheid, maar met veel is dat niet het geval. Over Blauwbaards ontwaken heb ik wel eens gezegd: er lopen een paar vrouwen in rond die ik ook wel eens zou willen ontmoeten. Dat boek moest bevolkt worden met vrouwen vanwege het motief. In het eerste deel, Het geheim van een opgewekt humeur, is de verbeelding allesoverheersend, maar je kunt geen boek schrijven zonder gebruik te maken van de ervaringen die je hebt opgedaan. Er zitten ook wel degelijk allerlei ervaringen, waarnemingen en vriendschappen in die ontleend zijn aan de werkelijkheid. De drie boeken zijn totaal verschillend van techniek. De structuur is hetzelfde: er is steeds sprake van driemaal drie locaties, waarvan sommige terugkomen.''

Toen hij in de jaren tachtig aan Het geheim van een opgewekt humeur begon, dacht hij nog niet aan een cyclus. ,,Ik had wel eerder het tweede deel willen schrijven, maar ik kwam er niet aan toe. Ik was bezig om de drie delen mythen en fabels te herzien, toen kwam er een bundel essays, daarna de novelle Een Italiaan in Zutphen en vervolgens ben ik weer aan het dichten geslagen, afgewisseld met een bundel verhalen en beschouwingen, De honkvaste reiziger. Pas ver in de jaren negentig begon ik aan Zeedorp. Dat is verstandig geweest, want ik was er toen pas rijp voor. Ik had erg opgezien tegen de autobiografische kant van dat verhaal, omdat ik dat nooit eerder gedaan had. De vriendenclub uit Bergen die er in voorkomt, heeft bestaan. Dat waren jongens en meisjes met wie ik omging in de jaren vijftig. Allemaal mensen die bevlogen waren door kunst, poëzie en muziek, omdat er weinig anders was, behalve jazzconcerten in het Concertgebouw. Voor die sfeer moet je de goede toon treffen en dat kon ik pas toen de afstand groot genoeg was. Emotioneel beroerde dat boek me niet. Dat bedoel ik met: de artistieke emotie is onpersoonlijk. In Zeedorp kon ik het persoonlijke verwoorden zonder daar al te zeer bij betrokken te zijn, maar wel identificeerde ik me heel intens met de tekst. Het is een soort paradox dat je je identificeert met de tekst en daar tegelijk een zodanige afstand toe bewaart dat je hem op z'n scherpst kunt neerzetten. In dat opzicht is voor mij proza en poëzie hetzelfde: het moet allemaal gehakt en gebeiteld zijn en de zinnen moeten niet anders kunnen zijn dan ze daar staan.''

Blauwbaards ontwaken ontstond omdat er `een merkwaardige rest' uit Ten Berges verleden naar buiten moest. ,,Het heeft lang geduurd voordat het me niets meer kon schelen om bepaalde dingen op tafel te leggen. Dat is eigenlijk begonnen met De honkvaste reiziger, vijftig à zestig beschouwingen over van alles en nog wat, waarbij het me niet uitmaakte of ik belachelijk werd gevonden of niet. De honkvaste reiziger met als ondertitel `Dagboekbladen-veldnotities' was eigenlijk een oefening in het wat makkelijker, improviserenderwijs schrijven. Het zijn persoonlijke stukken, maar ook beschouwingen bijvoorbeeld over de toen spelende Rushdie-affaire.''

Oneindige

In alle drie de Moortgat-boeken zit een motief, een thema, dat Ten Berge aanduidt als `de geur van het oneindige'. ,,In het eerste deel vertegenwoordigt het vrouwelijke het oneindige en daarin wil Moortgat verdwijnen. Al op zijn veertiende ontdekt hij dat er iets is dat verder gaat dan het platte seksuele. Noem het een aardse metafysica. In Zeedorp heeft Moortgat een soortgelijke ervaring als hij met zijn jeugdliefde Louise Aptekman 's nachts totaal verregend in het bos staat. Het hier en nu zijn verdwenen en het ruimtelijke doet zijn intrede. In het laatste boek is het veel meer verscholen ook aanwezig. De vrouw, Aleksandra, suggereert uit te zijn op louter seks, voor Moortgat moet het verder gaan. Hij moet zich kunnen onttrekken aan het asfalt waarop hij staat en de sterrenhemel erboven zien, met het melkige licht van de kosmos. Dat zou ook kunnen verwijzen naar voorgeboortelijke symboliek, maar we bedrijven geen psychologie meer in romans. Er is niet veel kinderlijkheid in die boeken, wel veel streven naar het zuivere. Blauwbaards ontwaken draait vooral om dubbelzinnige en problematische verhoudingen. Het gaat om onvolledige mensen die vanuit een gebrekkige voorgeschiedenis hun heil op de verkeerde plaatsen zoeken. Dwangmatig gedrag, ook seksueel, is een van de gevolgen.''

In Blauwbaards ontwaken speelt de Poolse schrijver en schilder Witkiewicz een belangrijke rol. Moortgat schrijft in 1967 een beschouwing over hem voor het weekblad De Vrije Bataaf die wordt geweigerd. Vervolgens richt Moortgat een eigen tijdschrift op. Lachend ontkent Ten Berge dat hieraan een eigen ervaring ten grondslag ligt. ,,Sommige recensenten hebben geschreven dat het stuk over Witkiewicz een bestaand artikel was dat Rinus Ferdinandusse indertijd geweigerd zou hebben voor Vrij Nederland, maar dat is onzin. Ik heb in die tijd nooit iets aan Vrij Nederland aangeboden. Ik heb het speciaal voor de roman geschreven. De reden is dat ik in deze roman als vormexperiment alle genres wilde beoefenen die zich voordoen in proza, het korte verhaal, droom, brief, reisreportage, artikel beschouwing, verslag.''

Platvloers

Precies veertig jaar geleden publiceerde Hans ten Berge zijn eerste dichtbundel, Poolsneeuw. Sindsdien heeft hij een ontzagwekkend en gevarieerd oeuvre opgebouwd, hij heeft de halve wereld afgereisd, twintig jaar lesgegeven, maar klaar is hij nog lang niet. Het liefst zou hij vandaag nog met zijn van oorsprong Jamaicaans-Amerikaanse vrouw en twee zoontjes van tien naar het buitenland vertrekken om te kunnen werken. Nederland bevalt hem steeds minder.

,,We leven in een tijd van kleinheid en provincialisme, terwijl voor mij kosmopolitisme een voorwaarde is om literair te overleven. Wat een heleboel mensen parten speelt is de zucht naar snelle successen: snel ergens komen, veel geld verdienen. De mentaliteit van dit moment bevalt me allerminst. Het gaat me aan het hart dat er zoveel verloren gaat dat nou juist een verrijking van het leven inhoudt. Cultuur wordt met veel meer minachting benaderd dan veertig jaar geleden. Toen was er een zeker algemeen respect voor cultuur, juist ook bij die mensen die nooit aan cultuur deden. Nu bemoeit Jan en alleman zich op een populistische manier met cultuur. Neem een platvloers tv-programma als `Barend & Van Dorp' met zijn dagelijkse portie kletsmeiers en een opgewonden schreeuwlelijk als Jan Mulder, die zijn gasten met lompe opmerkingen schoffeert. Neem de tv-boekendiva Sylvana Simons, die er prat op gaat het alfabet gebrekkig te beheersen en die nauwelijks een boek uitleest. Op welk ander vakgebied kun je onwetendheid en onkunde zo onbeschaamd geëtaleerd en ook nog rijkelijk beloond zien worden? Het populisme is op het ogenblik zo sterk, dat iedereen die iets exclusiefs nastreeft of een vorm ontwikkelt die niet voor de massa bestemd is, met verachting tegemoet wordt getreden, omdat dat elitair zou zijn.

,,In de herfst komt er een nieuw boek van mij uit, Op een mat van gele veren, een bloemlezing van alle vertalingen plus nieuwe vertalingen van poëzie die ik gemaakt heb van 1968 tot nu. Noodzakelijk en bij uitstek elitair. Dat boek bevat teksten van oude culturen en van modernisten. Het begint met totaal hernomen canto's van Pound en eindigt met de schitterende poëzie van de Zweed Gunnar Ekelöf. Daar tussenin bevinden zich vijftien dichters, onder wie zeven Amerikaanse en Engelse die beantwoorden aan de levensopvatting die ik eigenlijk al sinds de begintijd van Raster gepoogd heb te propageren: het verbonden zijn met de aarde, het gebaseerd zijn op de traditie enerzijds en op de vernieuwing anderzijds. Wat in de VS de traditie van de vernieuwing wordt genoemd.''

Een nieuwe roman, waarvoor hij al veel voorwerk heeft verricht en die zich afspeelt rond 1900 met voornamelijk Duitse historische figuren, zal voorlopig niet verschijnen. ,,Doordat het zo onvoorstelbaar slecht ging met mijn laatste roman dacht ik: ik ga niet nog eens twee jaar van mijn leven steken in een boek dat niemand leest. Ik heb een idee voor een omvangrijk boek, al zestien jaar, ik heb er documentatie voor verzameld, ik heb in archieven in Duitsland gewerkt. Vorig jaar wou ik eraan beginnen, maar ik bracht er de energie niet voor op. Ik wil een beetje optimistischer gestemd zijn wat betreft het lot van dat boek.''

Optimistisch blijft hij wel over zijn poëzie. Bij het afscheid gunt Ten Berge me een blik in het typoscript van zijn nieuwe bundel Het vertrapte mysterie, waarin een poëtische improvisatie is opgenomen over de jeugdliefde tussen de Amerikaanse dichters Ezra Pound en Hilda Doolittle. ,,Het geeft een beeld van een getalenteerd en gepassioneerd tweetal'', legt hij uit. ,,`Een liefde in 1905' heet het. 't Komt uit in 2005, precies honderd jaar na dato.''

`Blauwbaards ontwaken. Een verdraaide geschiedenis' is verschenen bij uitg. Meulenhoff, €19,50