De schaakturk ontmaskerd

Wie het werk van Edgar Allen Poe heeft gelezen, kent `De schaakmachine van Maelzel'. Die schaakmachine werd op veel tournees in de toenmalig beschaafde wereld vertoond als zijnde kunstmatige intelligentie, verpakt in een kast met een schaakbord erop waarachter een als getulbande Turk verklede pop zat die zelden verloor. Was het echt de machine die schaakte, of zat er een klein grootmeestertje in de kast en was er sprake van briljant illusionisme? Poe bezocht een aantal demonstraties in Amerika en liet er zijn redeneertalent op los: dat essay zou een voorbeeld worden voor zijn detectiveverhalen, waarin op vergelijkbare wijze zou worden gededuceerd.

Maelzel was uitvinder noch maker van de schakende Turk. Dat was Wolfgang von Kempelen, die hem al in 1770 ontwierp voor keizerin Maria Theresia van Oostenrijk. In die periode dachten tal van uitvinders na over automaten die zoveel mogelijk handelingen van de mens konden nabootsen en (dus) overnemen, een noodzakelijk voorstadium van de industriële revolutie. Beroemd automatenmaker was de Fransman Vaucanson, die zijn omgeving verbijsterde met een automatische fluitspeler en een mechanische eend. Natuurlijk werd aan illusie en bedrog gedacht, maar Vaucansons automaten bleken echt. Hij begon aan het ontwerpen van een kunstmatige mens, maar bleef steken, werd overheidsdienaar en lid van de Académie des Sciences. De rest van zijn leven werkte hij aan de verbetering van frees- en boormachines, maar de mede door hem aangestoken automatenrage was een feit en de in vele opzichten briljante Wolfgang von Kempelen raakte geïnspireerd.

In 1770 gaf Kempelen aan het Oostenrijkse hof zijn eerste schaakturk-demonstratie. Als geboren entertainer gedroeg hij zich als een Hans Klok avant-la-lettre, wat het publiek de indruk gaf dat hij iets te verbergen had. De kast leek leeg, geen grootmeestertje te zien, en toch won de Turk keer op keer. Zou Kempelen het onmogelijke hebben volbracht? Hij werd alvast door de keizerin beloond met een royale jaarwedde en verwierf internationale roem. Kempelen reisde naar Londen en Parijs, waar de beroemde schaker Philidor met gemak van de Turk won, wat Kempelens roem alleen maar vergrootte.

Grote geesten braken zich het hoofd over het geheim van de machine, maar niemand begreep hoe Kempelen het deed. Om de zoveel tijd kreeg de Oostenrijker genoeg van alle demonstraties en werd de Turk gedemonteerd. Van Kempelen stierf in 1804, zijn Turk lag al bijna twintig jaar in onderdelen te verstoffen. En toen verscheen Maelzel ten tonele, die dit `automaton' van Kempelens zoon kocht en daarmee ook het geheim, dat wel degelijk bleek te bestaan. Maelzel maakte nieuwe tournees en bleek al evenzeer een Barnum-achtige Klokfiguur. Zelfs Napoleon wist hij aan het schaakbord te krijgen (die zijn verlies als een geërgerd man neemt).

Tom Standage schreef het definitieve boek over Kempelens schaakmachine: De mechanische Turk. Op een smakelijke, spannende manier beschrijft hij alle ins and outs van de geschiedenis van deze illusie, want dat was het: er zat een klein grootmeestertje in, niet veel kleiner dan een grootmeestertje van normaal postuur. Standage schetst de context van de achttiende-eeuwse automaten, de levens van Kempelen, Maelzel en die van de schakers in de kast, en de felle discussies rond de echtheid van het gebodene. Een voorbeeldige geschiedenis van een bijverschijnsel van het denken over mechanisatie, èn de historie van twee briljante illusionisten die de wereld bijna een eeuw lang voor het lapje wisten te houden.

Tom Standage: De mechanische Turk. Vertaald uit het Engels door Irene Groothedde. De Arbeiderspers, 237 blz. €16,95