Broed

De woonboot moet naar de werf. Omdat op het achterdek een eend zit te broeden vragen de bewoners of de slepersknechten het schip vooral rustig willen losmaken. Niettemin vlucht de vogel van haar nest naar het water en zwemt paniekerig kwakend langs de achterzijde van het schip terwijl ze onafgebroken naar het dek opkijkt. De bewoners leggen dekens en kruiken over de eieren. Tijdens de acht uur durende vaart blijft de eend de boot volgen. Aldoor kwakend. De bewoners manen de sluiswachters tot voorzichtigheid bij het sluiten van de deuren.

Zodra de boot op de helling ligt en de rust is weergekeerd, vliegt ze zwijgend terug op het achterdek en stulpt zich over de warmgehouden eieren.