Het nieuws van 23 april 2004

Verraad 1

Roel Bentz van den Berg doet in het provocerende stukje `God heeft al opgehangen' (Cultureel Supplement, 16 april) de bijbel geen recht met de stelling dat die een geschiedenis van verraad is, culminerend in de kruisdood van Jezus. Hij onderbouwt zijn these met de uitspraak die Jezus voor zijn dood zou hebben gedaan: `Mijn god, mijn god, waarom hebt u mij verlaten?' Aldus zou, vlak voor zijn dood, Jezus zich bewust geworden zijn van het verraad van zijn vader. Bentz van den Berg verwijst naar Psalm 22, waarin de dichter zich ook afvraagt waar god is in tijden van nood.

Mijns inziens heeft de auteur de uitspraak van Jezus, die overigens alleen in de evangeliën van Mattheüs (27:46) en Marcus (15:34) terug te vinden is, op een misleidende manier uit haar context gehaald. Hoezo zou god verraad hebben gepleegd, als we vervolgens lezen dat Jezus is opgestaan? De uitspraak van Jezus moet eerder gezien worden als het laatste restje twijfel in het proces van innerlijke strijd dat Jezus moet doorstaan alvorens zijn missie te voltooien. In die zin is het niet verwonderlijk dat hij verwijst naar Psalm 22, waarin inderdaad iemand spreekt die door god verlaten lijkt te zijn.

Maar uit het gedeelte dat niet wordt geciteerd (vers 23 en volgende), blijkt juist een enorm vertrouwen in diezelfde god, dat het uiteindelijk allemaal goed zal komen.

De zin die Jezus volgens twee evangelisten vlak voor zijn dood zou hebben uitgesproken, doet mij daarom heel menselijk aan: als de hartgrondige twijfel waardoor iedereen wel eens wordt gekweld, met name in moeilijke tijden. Maar net als in Psalm 22 weten we door het verloop van het verhaal dat het uiteindelijk allemaal goed komt. Wat de uitspraak van Jezus hoe dan ook niet is, is een bewijs voor een eventueel verraad van god.

De andere BB

Hoofdpersonages in de subversieve filmspeeltuin van de Franse regisseur Bertrand Blier stuntelen, twijfelen, bluffen en blunderen zich, tot groot vermaak van hun geestelijke vader, door hun absurde leventjes. Van de schelmenklassieker Les valseuses (1973) tot en met het maffe ensemblestuk Les acteurs (2000) zijn die hoofdpersonages doorgaans mannen en vrouwen die dermate onzeker zijn over zichzelf, de veranderende wereld en hun verhouding tot elkaar, dat zij zich als overjarige schoolkinderen onnodig in de nesten werken. Bertrand Blier – jaargang 1939 en zoon van de vermaarde karakterspeler Bernard Blier – attaqueerde in Les valseuses het Franse kleinburgerdom op een filmisch frisse wijze die zijn kenmerk zou worden. Wat Gérard Depardieu en Patrick Dewaere tijdens hun schuinsmarcheerderspolonaise door Frankrijk allemaal uithalen werkt na al die jaren onveranderd op de lachspieren. Treurig dat de Nederlandse publieke omroepen al twintig jaar collectief hun plicht verzaken inzake het uitzenden van markante Europese cinema als deze. Wie zich eenmaal heeft gelaafd aan de esprit de Blier in films als Préparez vos mouchoirs, Beau-père, het van een briljante finale voorziene Notre histoire of aan 't iets wildere werk van latere datum (Merci la vie), die is levenslang verslaafd. Dat de altijd bedaard pijprokende vrijdenker in al die jaren geen millimeter van de anarchistische toon uit Les valseuses is afgeweken, levert hem bonuspunten op voor standvastigheid. En we zullen er niet van opkijken als hij, in de slotscène van zijn eigen leven, malicieus naar de aanwezigen zal knipogen en zeggen: Mesdames et messieurs, het was allemaal een geintje, maar ik bedoelde het serieus. In het prikkelende Trop belle pour toi! doet Blier zijn dwarse zegje over uiterlijke en innerlijke schoonheid, toont hoe de eerste nogal eens het zicht op de laatste belemmert en hoe liefde mensen soms hulpeloos maakt. Plot: met ranke schone (Carole Bouquet) gehuwde autohandelaar (Gérard Depardieu) raakt smoor op onopgesmukte, matig aantrekkelijke secretaresse (Josiane Balasko). Het wordt een drama, uiteraard, waarover ondertussen ook veel te gniffelen valt. Weer een geslaagde genre-spagaat van die andere BB.