Welvaart en Letzeburgs zijn onze trots

Op 1 mei wordt de Europese Unie uitgebreid tot 25 landen. Het verhaal van de Luxemburgse familie Badu. `Onze taal is zó moeilijk, dat slechts 460.000 mensen haar spreken.'

,,Dat was behoorlijk stressen.'' Jean-Pierre Badu heeft er een zware ochtend op zitten. In restaurant Road Haus ofwel Rood Huis – even buiten het Luxemburgse centrum – zijn deze middag alle tafels weer bezet. Een gemêleerd publiek laat zich asperges en lokale moezelwijn smaken. Sinds negen jaar heeft Jean-Pierre (43) z'n eigen zaak. Bijna dagelijks staat hij in z'n witte outfit in de keuken. ,,De helft van mijn cliëntèle zijn niet-Luxemburgers of Luxemburgers met buitenlandse ouders'', zegt hij.

Vader Jean-Paul, die als cameraman van de Luxemburgse zender RTL veel van de wereld zag, stelt lachend vast dat zijn land ,,een beetje geglobaliseerd'' is. Beter gezegd: geëuropeaniseerd. Luxemburg heeft nauwelijks moslim-migranten, omdat regeringen altijd een voorkeur hadden voor katholieke immigranten. Van de 460.000 inwoners zijn er bijna 60.000 van Portugese afkomst. Dan zijn er nog 20.000 Italianen en ook 45.000 Belgen, Duitsers en Fransen. Jean-Paul (68) en zijn vrouw Nicole (65) hebben Deense buren. Daarvoor hadden ze het gezin van een Nederlandse EU-medewerkster naast zich.

Jean-Paul vertelt over de conservatieve politicus Joseph Bech, die als een van de belangrijke grondleggers van de Unie wordt beschouwd. Bech was Luxemburgs premier tussen 1926 en 1937 en van 1953 tot 1958. Hij haalde Europese instellingen naar Luxemburg. ,,De EU is heel goed voor ons'', beaamt Badu junior. Zijn restaurant profiteert er dagelijks van. De verworven welvaart lijkt Luxemburgers het meest met trots te vervullen. Naast de eigen taal, het Letzeburgs. Al moet moeder Nicole toegeven dat ze in het Frans droomt. ,,Onze taal is zo moeilijk dat slechts 460.000 mensen het spreken'', grapt Jean-Pierre.

De welvaart is volgens Nicole het eerste waarmee Luxemburgers in het buitenland worden geïdentificeerd. Zelf verdiende ze haar geld tot haar pensioen als grimeur bij RTL. ,,Mensen in Thailand zeiden `u bent rijk' toen we op vakantie waren.'' Al sinds 1959 wonen Jean-Paul en Nicole in een bescheiden huis, maar met veel grond in de buitenwijk Cents. Het zwembad in de tuin werd een vijver, toen hun zoon en dochter het huis uit gingen.

Eerst bracht de staalindustrie welvaart, waarvoor Italiaanse en Portugese gastarbeiders werden binnengehaald. Niet voor niets was Luxemburg een drijvende kracht achter de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die de voorloper van de EU was. De laatste decennia drijft de economie op financiële dienstverlening. ,,Luxemburg heeft de economie hervormd volgens z'n eigen model'', zegt Jean-Paul. ,,Dat wil zeggen door overleg van overheid, werkgevers en vakbonden.''

Luxemburgers hebben volgens Jean-Paul erg veel gevoel voor eigenwaarde, maar ze zijn niet chauvinistisch. Hoe zouden ze ook. De enige echte sporthelden zijn Joseph Bartel, die in 1952 Olympisch goud won op de 1.500 meter hardlopen, en wielrenner Charlie Gaul, die in 1958 de Tour de France op zijn naam schreef.

Luxemburgers houden zich volgens Jean-Paul rustig, tenzij ze echt op hun tenen worden getrapt. Zo stond hij zelf jaren geleden met de Luxemburgse vlag op sneeuwhellingen in Tirol om de wereldtitel slalom van Marco Girardelli te vieren. Toen Duitsers pesterig opmerkten dat de winnaar een genaturaliseerde ex-Oostenrijker was, riep hij dat Adolf Hitler ook Oostenrijker was geweest.

Luxemburgers dienen zo nu en dan de `groten' in de EU graag hard van repliek, als ze er zelf om vragen. Jean-Paul wijst op uitlatingen van de christen-democratische premier Jean-Claude Juncker, die onlangs de `kleinheid' van een Frans-Duits-Spaanse deal over een benoeming bij de Europese Centrale Bank kritiseerde. ,,Juncker is niet van mijn partij, maar hij verdedigt de belangen van het land goed'', zegt Jean-Pierre. Zoals vorig jaar bij het EU-akkoord over de belasting op spaargeld, toen hij het Luxemburgse bankgeheim recht overeind hield.

Vader Jean-Paul hekelt het conservatisme van vooral oudere Luxemburgers, die volgens hem te weinig open staan voor de buitenwereld. Hij ziet zijn land het liefst als ,,kosmopolitisch''. Zo is ook z'n eigen familiegeschiedenis. Zijn dochter woont met haar Zweedse echtgenoot in Frankrijk. Zijn grootmoeder was onderwijzeres. Ze vertrok voor de Russische revolutie naar Moskou om als Franstalig gouvernante voor een adellijke familie te werken, omdat ze van haar ouders niet met haar geliefde mocht trouwen.

,,Mijn grootvader reisde haar achterna, waarna ze samen naar de Verenigde Staten vertrokken'', vertelt Jean-Paul. Zijn grootvader werkte als vertaler van octrooien in Boston. Diens zoon werd daar geboren. ,,Ik had bij geboorte drie nationaliteiten, de Amerikaanse, de Franse en de Luxemburgse'', glimlacht Jean-Paul. ,,Mijn moeder was Française. Ik ben in Parijs geboren. Tijdens de Algerijnse oorlog riep Frankrijk me op voor de mobilisatie, maar ik had toen al geen Frans paspoort meer.''

Als kleine jongen woonde Jean-Paul eind jaren dertig met zijn ouders aan de Amsterdamse Herengracht, waar vader als portrettekenaar de kost verdiende. Jean-Paul laat bij hem thuis een oude foto zien, waarop hij met zijn vader in Volendammer kostuum staat. In 1939 vertrok de familie wegens de oorlogsdreiging naar Luxemburg, waar ze dacht veiliger te zijn. Maar Duitsland lijfde Luxemburg (`Heim ins Reich') aan het begin van de oorlog in.

De Luxemburgers, destijds sterk anti-Duits, werden gedwongen Duitsers en kregen Duitse voornamen. Jean-Paul heette ineens `Johann-Peter' en Nicole moest zich `Monica' noemen. Jean-Pauls vader moest in het Duitse leger dienen, al had hij geluk dat hij slechts civiele beschermingstaken kreeg. Na de oorlog tekende Jean-Pauls vader vele honderden portretten van aan het oostfront gesneuvelde Luxemburgse jongemannen, aan de hand van foto's die hun moeders naar zijn winkel brachten. Ruim 2 procent van de Luxemburgers kwam tijdens de oorlog om, meer dan in andere EU-lidstaten.

Anti-Duits sentiment speelt bij Luxemburgers nauwelijks meer, al krijgen kinderen opvallend weinig Duitse voornamen. Op de Luxemburgse scholen is – naast Frans en Letzeburgs – Duits officiële onderwijstaal.

Kleindochter Nadia (18) heeft aandachtig meegeluisterd aan de tafel in het restaurant van haar vader, waar ze meehelpt als de studie voor kleuterleidster het toelaat. Voor haar is de oorlog iets van het verleden. ,,Maar ik zeg niet dat het me niet interesseert'', zegt ze. Op school heeft ze er een werkstuk over gemaakt, waarvoor ze bij haar grootvader te rade ging.

Nadia's favoriete band is een lokale Duitstalige groep, Böhse Onkelz. ,,Heavy metal met elektrische gitaren. Ze zingen over het leven. Over de mooie en de moeilijke momenten.'' Maar ze houdt ook van Engelstalige hits en Franse chansons, net als grootmoeder Nicole. Die vertelt over grootheden als Mireille Mathieu, Claude François en Dalida, die ze voor RTL-optredens nog heeft geschminkt.

En Europa? Nadia zegt dat politiek niets voor haar is. Maar ze brengt Europa wel dagelijks in praktijk. In de weekeinden gaat ze met vrienden en vriendinnen, van wie velen van Portugese, Italiaanse of Bosnische afkomst, naar dansfeesten met lokale bandjes. ,,Omdat ik Letzeburgs, Frans, Duits en Engels praat heb ik met niemand problemen'', zegt ze. Al blijft ze in haar hart een Luxemburgse. ,,Het maakt me boos als mensen zeggen nog nooit van Luxemburg te hebben gehoord.''

Dit is de vijfde aflevering in een reeks familieprotretten uit alle 25 lidstaten die vanaf 1 mei in de EU zitten. Zie voor eerdere delen: www.nrc.nl