Verkeersdeelname

Het artikel van Tracy Metz geeft op voortreffelijke wijze weer hoe neurotisch wij met de dood omgaan (NRC Handelsblad, 2 april). In plaats van relaties te leggen met de bevolkings- en welvaartstoename, met de bijbehorende mobiliteitsbehoefte, wordt er steevast gehamerd op de verantwoordelijkheid van de overheid terwijl de individuele verantwoordelijkheid onbespreekbaar is.

Deelname aan het verkeer heeft nu eenmaal een risico-aspect, dat wij allen bewust nemen. Dit is, evenals de dood, een onderdeel van het leven.

Toch zijn er veel maatschappelijke, economische en sociale voordelen te halen uit ongelukken. Er is een tekort aan donoren: elke dode biedt dus een kans op leven voor een ander. Werkgelegenheid: het opruimen van wrakken, reparaties aan auto's en wegen, vernieuwingen van materieel en de menselijke verzorging, zijn allen gebaat bij een ongeluk.

Overbevolking en verkeersagressiviteit worden door dodelijke ongelukken verminderd. Snelheidsremmende effecten zijn bij dodelijke ongelukken het meest effectief. De dood heeft dus een voortreffelijke functie in onze overvolle maatschappij en dient dan ook gerust gebruikt te worden om de voornoemde voordelen uit te buiten. Het volproppen van auto's met zogeheten passieve veiligheidsitems zorgt er niet voor dat veiliger gereden wordt. Hooguit dat de kans groter wordt levend uit een wrak te komen.