Toetreding Turkije is einde van Europa

Het enige argument vóór Turkse toetreding tot de Europese Unie is dat Turkije een niet-Arabisch islamitisch land is. Dat geeft de EU een buffer naar het Midden-Oosten en onderstreept dat de Europese Unie openstaat voor burgers met andere religies dan het christendom. Het is niet zeker, maar een Europees georiënteerde democratische markteconomie in Turkije kan een voorbeeld zijn voor stagnerende islamitische landen.

De meeste argumenten pleiten tegen Turkse toetreding, waarover de EU-regeringsleiders eind dit jaar een besluit moeten nemen. Het verzet neemt overigens toe. Het Europees Parlement heeft onlangs een rapport van de Nederlandse christen-democraat Oostlander aangenomen waarin staat dat Turkije niet rijp is voor toetreding. In Frankrijk vindt de regeringspartij dat Turkije slechts een `geprivilegieerde partner' van de EU moet worden.

Er zijn drie indirecte argumenten. Ten eerste is Turkse toetreding in hoge mate een Amerikaans project. Al in 1963, toen Turkije een associatieverdrag met de toenmalige EEG sloot, gebeurde dat onder druk van de Verenigde Staten, omdat de Amerikanen raketten in Turkije wilden stationeren. Aan de vooravond van de top in Kopenhagen in 2002 belde president Bush met Europese regeringsleiders om hen onder druk te zetten. Amerika had een gunstig gestemd Turkije nodig voor de aanval op Irak die op handen was. Van hun kant hebben de Europese regeringsleiders nooit serieus over Turkije gesproken. De discussie over het cruciale besluit op de top in 1999 in Helsinki heeft niet meer dan drie minuten geduurd.

Ten tweede dreigt het Europese standpunt afhankelijk te worden van de kwestie-Cyprus. Oplossing van `Cyprus' wordt beschouwd als een succes van de regering-Erdogan in de beteugeling van de Turkse militairen en daarmee een belangrijke stap naar toetreding. Zo legt de EU het besluit over Turkije bij twee mannen: de Turks-Cypriotische leider Denktash en de Grieks-Cypriotische leider Papadopoulos.

Ten derde beweren voorstanders dat toetreding Turkije aanspoort tot verdere politieke en economische hervormingen. Dat is mogelijk, maar veel landen in de wereld voeren deugdzame hervormingen uit zonder het perspectief van EU-lidmaatschap. In de afgelopen 40 jaar heeft het associatieverdrag met de EU Turkije niet weerhouden van politiek avonturisme en economisch wanbeleid. Ook voor Turkije geldt dat hervormingen wenselijk zijn, en premier Erdogan maakt bewonderenswaardige vooruitgang, maar dat staat los van de vraag of zo een Europees toegangskaartje wordt bemachtigd.

Er zijn ook directe argumenten om Turkse toetreding af te wijzen.

Ten eerste de geografie. Met Turkije komen de zuidoostelijke buitengrenzen van de EU te liggen bij Georgië, Syrië, Irak en de Zwarte Zee. Dat is voorbij iedere vage notie van wat `Europa' is. Kent Europa eigenlijk wel grenzen? Die vraag, altijd ontweken, moet eerst in alle duidelijkheid worden beantwoord alvorens verdere uitbreiding haar beslag mag krijgen.

Ten tweede de demografie. Turkije heeft in 2015, wanneer toetreding zou kunnen plaatsvinden, meer dan 80 miljoen inwoners en in 2050 tegen de 100 miljoen. Als nieuwkomer zou Turkije het bevolkingsrijkste land van de Unie zijn en daarmee het grootste aantal zetels in het Europees Parlement krijgen en een zware politieke stem in Brussel. Voor Duitsland en Nederland, de EU-landen met de grootste Turkse immigrantengemeenschap, zou immigratie uit Turkije toenemen. Het Centraal Planbureau schat het aantal op in totaal 2,7 miljoen Turkse immigranten, van wie ruim 100.000 naar Nederland. Deze immigranten hebben volgens het CPB een loondrukkend effect op de onderkant van de arbeidsmarkt. Over inburgering laat het CPB zich niet uit.

Ten derde de economie. Turkije is overwegend een arm land. Het inkomen per hoofd van de bevolking (2500 dollar in 2002) is ongeveer 10 procent van dat in de huidige EU en lager dan dat van de nieuwe toetreders. Op de ranglijst van Human development van het UNDP staat Turkije op de 85ste plaats, onder Bulgarije en Roemenië. Er is een grote kloof tussen arm en rijk en tussen regio's binnen Turkije. Het Turkse economische model van afscherming, staatsbedrijven en politieke sturing staat ver af van de Europese markteconomie. In 1994, in 1999 en in 2000-2001 beleefde Turkije financiële crises, die gepaard gingen met een ineenstorting van de munt en een scherpe welvaartsdaling van de bevolking. Het land is een permanente klant van het Internationaal Monetair Fonds. Dit zijn geen `Kopenhagen-criteria', maar ze zijn van niet te onderschatten betekenis voor toetreding.

Het CPB komt tot de conclusie dat Turkse toetreding een beperkt welvaartsverhogend effect heeft voor Turkije en een nog beperkter effect voor de EU. Voor Nederland komt het neer op 10 euro per Nederlander. Een groter effect, berekent het CPB, gaat uit van verdergaande hervormingen van de Turkse politieke en economische instituties, die gepaard gaan met financiële stabiliteit. Hier profiteert Turkije van.

Turkije heeft meer baat bij interne hervormingen dan bij het EU-lidmaatschap. Na toetreding kan Turkije een beroep doen op de Europese landbouwsubsidies en structuurfondsen. Het CPB waagt zich niet aan een schatting, maar het ministerie van Financiën heeft uitgerekend dat dit jaarlijks voor Nederland kan neerkomen op een bedrag tussen de 800 miljoen en 1,6 miljard euro. Is het dat waard? De EU zoals die nu functioneert, zal ophouden te bestaan. Turkije is het einde van Europa.

rjanssen@nrc.nl.