Stripmuseum toont vooral de bekende strips

In Groningen opende gisteren het eerste Nederlands Stripmuseum haar deuren. Het is vooralsnog een mainstream museum, gericht op dagjesmensen en met weinig oog voor de alternatieve strips.

Het stripmuseum beschikt over ongeveer 2500 vierkante meter tentoonstellingsruimte, verdeeld over twee verdiepingen in het winkelcentrum Westerhaven, te betreden via de stripwinkel Silvester. Het museum leidt de bezoeker eerst naar een attractiepark-achtige ervaring in het multimediatheater, waar de stripfiguren Jan, Jans en de kinderen in een tekenfilm de vaste tentoonstelling aanprijzen. Interessanter is het atelierplein. Daar is op film te zien hoe Don Lawrence (Storm), Theo van den Boogaard (Sjef van Oekel) en Erik Kriek (Gutsman) een tekening maken. Met een vaste camera zijn hun handen gefilmd, terwijl ze aan het werk zijn. Een summiere geschiedenis van de strip leidt naar een wand met alle tot nu toe verschenen afleveringen van Stripschrift, Nederlands beroemdste tijdschrift over het beeldverhaal.

Voorlopig zwaartepunt van het in warme pasteltinten geverfde museum zijn de kabinetten met tekeningen, documentatiemateriaal, filmpjes, merchandising en `interactieve attracties' rondom tien algemeen bekende stripfiguren als Suske en Wiske, Kuifje, Agent 327, Donald Duck, Eric de Noorman, Paulus de Boskabouter en Ollie B. Bommel. Al het materiaal van deze permanente tentoonstelling is in bruikleen van tekenaars en verzamelaars.

Daarnaast heeft gastcurator Joost Pollman, directeur van de Stichting Beeldverhaal Nederland, een tijdelijke expositie ingericht die is gewijd aan de Familie Doorzon van Gerrit de Jager: Het omgevallen huis. Blikken mannen is de titel van een expositie over de robot in het stripverhaal, en in de spiegelzaal worden de animatiefilms getoond van Nils Mühlenbruch, wiens werk bekend is van www.drifter.tv.

Hoewel de stichting Het Nederlands Stripmuseum veel subsidie krijgt, kwam het stripmuseum moeizaam tot stand. Plannen moesten steeds worden bijgesteld en streefdata werden verschoven. De echte doorbraak kwam toen recreatie-ondernemer Libéma zich garant stelde voor de exploitatie van het museum de komende tien jaar. De stichtingskosten van het museum zijn 5,5 miljoen euro, waarvan de gemeente Groningen 3 miljoen bijdraagt en de provincie 450.000 euro. De bijdrage uit Europese fondsen: 1,8 miljoen. Het aangekochte gebouw is in het bezit van de stichting.

De steun van Libéma heeft ook een keerzijde: op zijn verzoek is de bibliotheek moest uit het oorspronkelijke plan geschrapt. Dat betekent een ernstige beperking van een eventuele onderzoeksfunctie van het museum. Een andere teleurstelling is de voorspelbare vaste opstelling van het museum: Suske en Wiske en Kuifje zijn de grote publiekstrekkers voor een dagje uit. Het zal vooral van de verdere initiatieven van de stichting en van de tijdelijke tentoonstellingen afhangen of het museum zich zal ontwikkelen tot een erkend instituut waar de geschiedenis van de Nederlandse beeldverhaal zich thuisvoelt. Bestuursvoorzitter Brink van de stichting Het Nederlands Stripmuseum beseft dat er nog veel te doen is: ,,Het museum moet nu actief stripcollecties gaan verwerven. Verder zullen de contacten met andere stripmusea en met de kunstacademie hier worden aangehaald.'' Tekenaar en medebestuurslid Jan Kruis: ,,De boreling is er. Dit is nog maar het begin, nu moet het gaan gebeuren.''