Rem gebruik steenkool en aardgas in Derde Wereld af

Dit weekeinde beslist de Wereldbank over financiering van aardolie- en steenkoolprojecten in de Derde Wereld. Hopelijk valt een negatief besluit en gaat de bank zich toeleggen op efficiënt energiegebruik, betoogt Mark Hertsgaard.

Op haar halfjaarlijkse bijeenkomst in Washington dit weekeinde staat de Wereldbank voor een zwaarwegend besluit: moet zij gehoor geven aan een officiële aanbeveling om geen aardolie- en steenkolenprojecten in derdewereldlanden meer te financieren? De beslissing van de bank zal niet alleen gevolgen hebben voor het leven van miljoenen mensen in heel de wereld en voor miljarden geïnvesteerde dollars. Ze zal mede bepalen of onze beschaving zal kunnen afwenden wat misschien wel het grootste gevaar is van de eenentwintigste eeuw: een catastrofale, wereldwijde klimaatverandering.

De stemming hierover plaatst Wereldbank-president James Wolfensohn voor een dilemma, want de aanbeveling is afkomstig van een topadviescommissie die hij zelf heeft benoemd om te laten zien dat de bank openstaat voor bijdragen uit de civil society. Maar Wolfensohn staat onder druk van de leiding van de bank en van regeringen van belangrijke lidstaten, waaronder de Verenigde Staten, om het advies te verwerpen. In een conceptantwoord van de leiding van de bank werd er juist op aangedrongen om per jaar 300 tot 500 miljoen dollar in nieuwe fondsen voor steenkolen- en aardolieprojecten te steken. Na overleg dit weekeinde zal de raad van bestuur naar verwachting in mei over de kwestie stemmen.

De aanbeveling om te stoppen met aardolie en steenkool werd in januari gedaan door de commissie Heroverweging Delfstoffenwinning (Extractive Industries Review commission). Deze commissie, die wordt voorgezeten door Emil Salim, voormalig minister van Milieuzaken van Indonesië, maar ook voormalig lid van de raad van bestuur van een oliebedrijf, telt vertegenwoordigers van bedrijfsleven, vakbonden, derdewereldregeringen, inheemse volkeren en niet-overheidsorganisaties. Onder verwijzing naar de gevaren van klimaatverandering en de veelal funeste gevolgen voor de plaatselijke bevolking op het gebied van mensenrechten en vervuiling, drong de commissie er bij de bank op aan om alle leningen voor steenkool onmiddellijk te staken, en die voor aardolie uiterlijk in 2008. Voorts drong zij er bij de bank op aan om leningen voor duurzame energie met 20 procent per jaar te verhogen, en de plaatselijke bevolking een vetorecht te geven tegen ongewenste projecten.

Zulke veranderingen zouden een ware revolutie in de activiteiten van de Wereldbank betekenen, en reusachtige gevolgen hebben voor zowel het energiebeleid als het optreden van bedrijven in de Derde Wereld. Hoewel de bank per steenkolen- of aardolieproject maar een betrekkelijk klein deel van de financiering verzorgt, is haar invloed zeer groot, want particuliere ondernemingen beschouwen het fiat van de Wereldbank als een waarborg dat hun eigen, veel grotere investeringen in veilige handen zijn. Dus als de bank niet langer geld steekt in steenkool en aardolie, zullen veel projecten waarschijnlijk niet doorgaan.

En dat is precies wat actievoerders hopen. Tussen 1992 en 2002 heeft de Wereldbank meer dan 24 miljard dollar toegewezen aan 229 projecten op het gebied van fossiele brandstoffen. Over hun totale looptijd gemeten zullen die projecten bijna tweemaal zoveel kooldioxide produceren als de gehele mensheid in het jaar 2000 heeft geproduceerd. Een planninggroep van het Pentagon heeft onlangs verklaard dat klimaatverandering een nijpend gevaar is voor de nationale veiligheid, dat al vóór 2020 megadroogtes, hongersnood op grote schaal en zelfs een kernoorlog zou kunnen veroorzaken.

Wetenschappers waarschuwen dat klimaatverandering de arme bewoners van de wereld het hardst zal treffen. Volgens een schatting van de Wereldgezondheidsorganisatie sterven nu al 160.000 mensen per jaar aan de gevolgen van klimaatverandering. Naarmate door hogere temperaturen de opbrengst van gewassen afneemt en het leefgebied van ziekteverbreidende muskieten groeit, zal het aantal slachtoffers toenemen.

Op de benarde toestand van de armen beroepen zich echter ook de tegenstanders van het voorgestelde verbod op aardolie en steenkool. Of wij dat nu leuk vinden of niet, zeggen zij, aardolie en steenkool zijn de goedkoopste energiebronnen die beschikbaar zijn. Het lijkt misschien barmhartig om ze te verbieden, maar in feite zal dat de arme landen arm houden.

Helaas is het zo dat de meeste aardolie- en steenkoolprojecten in de Derde Wereld de plaatselijke bevolking weinig baten. Volgens een rapport van het Institute for Policy Studies in Washington is 81 procent van de aardolie- en steenkoolleningen van de Wereldbank besteed aan projecten waarvan de opbrengst niet in eigen land werd gebruikt om de plaatselijke economie op te bouwen, maar waarvan de gewonnen olie en steenkool werden uitgevoerd naar de Verenigde Staten, Japan en andere rijke landen. Zo subsidiëren de armen ten slotte de rijken.

Zo'n kwalijk effect zou de Wereldbank niet moeten steunen. Salim, de voorzitter van de commissie, heeft in een interview met Reuters gezegd dat het mogelijk moet blijven om privé-kapitaal in aardolie- en steenkoolprojecten te steken, maar dat de fondsen van de Wereldbank dienen te worden ingezet ter bevordering van duurzame energietechnologieën die op de markt nog geen rol van betekenis spelen. In de afgelopen tien jaar heeft de Wereldbank 17 maal zoveel geld in steenkool en aardolie gestoken als in duurzame energiebronnen. Had de bank daarentegen, zoals Salims commissie nu voorstelt, de steun aan duurzame energie met 20procent per verhoogd, dan zouden zonne- en windenergie thans veel concurrerender zijn.

Wat de Wereldbank op de korte termijn echter vooral moet doen, is zich toeleggen op efficiënt energieverbruik. Het is geen sexy onderwerp, maar het isoleren van tochtige flatgebouwen, het vervangen van oude verwarmingsketels en motoren, en het plaatsen van hoogst efficiënte lampen is in de wereld van vandaag de snelste en goedkoopste manier om energie te `produceren'.

Dat geldt zelfs, zoals eigen onderzoek van de Wereldbank uitwijst, voor een relatief arm land als China. China zou 50 procent minder steenkool kunnen verbruiken als het eenvoudigweg de thans beschikbare technologie voor efficiënt energieverbruik inzette. De Chinese bevolking – die de meest vervuilde lucht ter wereld moet inademen – zou dan 50 procent minder kolenrook binnenkrijgen, en de atmosfeer van de aarde zou de helft minder broeikasgassen opnemen.

Efficiëntie is geen tovermiddel, maar als brug kan ze wel dienen. Ze kan de mensheid de gelegenheid verschaffen om zonne- en windenergie en andere energiebronnen op gang te brengen – en dat zal moeten gebeuren, als wij opgewassen willen zijn tegen de grote taak van deze eeuw: de halve mensheid moet worden bevrijd uit rampzalige armoede, zonder de ecosystemen die het leven op aarde überhaupt mogelijk maken, te vernietigen.

De Wereldbank heeft als taakomschrijving ,,armoede te verlichten en duurzaam milieubeheer te bevorderen''. Geen van beide doelstellingen is gediend met een jaarlijkse investering van 2,4 miljard dollar in de winning van steenkool en aardolie, maar ze zouden dat wel zijn als die miljarden werden geïnvesteerd in efficiënt gebruik van duurzame energie. Op dit moment loopt onze beschaving met ferme tred naar een steile klip, waarachter een rampzalige klimaatverandering opdoemt. De Wereldbank heeft de macht om onze koers te verleggen, mits zij de juiste beslissing neemt.

Mark Hertsgaard is journalist en auteur van onder meer `De schaduw van de macht: waarom de rest van de wereld Amerika haat en bewondert' (Uitgeverij Cossee).

© Agence Global