Opstand der armen in het paradijs

Een vergeten opstand in het islamitische zuiden van Thailand speelt na dertig jaar weer op. Nu is de inzet niet onafhankelijkheid, maar brood op de plank. Armoede onder moslims in het boeddhistische paradijs.

`Bestaat er nog rechtvaardigheid?', staat er in dikke zwarte letters gespoten op het hek dat langs de grens tussen Thailand en Maleisië is neergezet. Het staat er niet voor niets. Rechtvaardigheid is ver te zoeken in het achtergestelde islamitische zuiden van Thailand: decennialange slechte behandeling door de overheid, discriminatie op scholen en op het werk, mishandeling door leger en politie en sinds januari meer dan honderd verdwijningen.

Wat is er mis in het Thaise zuiden, het ooit zo trotse sultanaat van Pattani – het onafhankelijke islamitische bolwerk van eertijds? Sommige, vooral boze opstandige moslims wijzen juist op die oude geschiedenis: de drie overwegend islamitische provincies (Yala, Pattani en Narathiwat) in het verder boeddhistische Thailand moeten hun onafhankelijkheid weer terug.

Thaise politici in de hoofdstad Bangkok zijn geneigd hetzelfde te zeggen: de bomaanslagen, schietpartijen en munitiediefstallen die de regio sinds januari teisteren en waarbij al meer dan zeventig militairen, politieagenten, monniken, een ex-parlementariër en een dorpshoofd zijn omgekomen, zijn het werk van moslimseparatisten.

Maar is dat wel zo? Vorige week maandag had de Thaise premier Thaksin Shinawatra een ontmoeting met zijn Maleisische ambtgenoot Abdullah Badawi. En bovenaan de agenda stond het moslimgeweld in de Thaise grensprovincies. De reden dat Thaksin daarover met Badawi sprak, had vooral te maken met de Thaise beschuldiging dat Thaise moslimextremisten een veilig heenkomen zouden zoeken in het aangrenzende Maleisië. De Maleisische media reageerden hevig ontstemd en ook premier Badawi wees die suggestie vorige week van de hand. ,,De kern van het probleem is armoede'', wist Badawi.

En wat schetst ieders verbazing: Thaksin, die alles en iedereen tegen zich in het harnas jaagt met zijn uitgesproken meningen, geeft Badawi gelijk. De heren beloven het grensgebied meer economische hulp te bieden opdat terreur geen kans krijgt.

Het is een opmerkelijk inzicht van de autocratische Thaksin in een tijd waarin veel wereldleiders terreur vooral bestrijden met geweld. Concrete toezeggingen zijn er nog niet gedaan, maar het probleem is in elk geval herkend.

Eerder al baarde Chaturon Chaisaeng, een van de zes Thaise vice-premiers, opzien door te zeggen dat aan het geweld onder de vier miljoen Thaise moslims uit Narathiwat, Pattani en Yala pas een einde zou komen wanneer de Thaise politie de moslimbevolking niet zo slecht zou behandelen. ,,De belangrijkste manier om een einde te maken aan geweld, is wanneer de politie stopt met moorden, ontvoeringen en martelingen'', zei hij twee weken geleden tegen de pers. Het getuigt van een zeldzame openhartigheid. Nadat in januari de staat van beleg werd afgekondigd in het gebied zijn zeker 102 vermeende moslimseparatisten verdwenen.

Chaturon, die zelf ooit werd vervolgd wegens zijn communistische overtuiging, was in opdracht van Thaksin naar de opstandige regio gereisd om het probleem te onderzoeken en er snel een oplossing voor te vinden. Hij sprak met honderden dorpelingen, luisterde geduldig en vervatte hun wensen in een aanbeveling. Daarin dringt Chaturon aan op gratie voor de separatisten (maar niet voor de mishandelende politieagenten en militairen), terugtrekking van het Thaise leger en opheffing van de noodtoestand.

Niet verrassend zijn vooral de conservatieven, het leger en de politie tegen het plan. Zij pleiten juist voor meer legergroen op de straten in het zuiden. Voor hen betekent terugtrekken feitelijk dat het harde optreden van Thaksin heeft gefaald.

Thaksin heeft grote haast met de oplossing van het probleem. In de jaren zeventig liep de kwestie nog uit op oorlog. De premier vreest nu dat aanhoudende onrust resulteert in een dramatische terugloop van de voor Thailand zo belangrijke toeristenindustrie.

Direct na de beroving van een wapendepot in januari, waarbij vier militairen om het leven kwamen, reageerde Thaksin nog zoals hij het liefste doet: hij probeerde de kwestie uit het nieuws te houden, net als aan het begin van de uitbraak van de vogelgriep. Maar sinds begin dit jaar is het aantal toeristen dat het zuiden van Thailand bezoekt al met 20 procent teruggelopen. De merendeels Maleisische toeristen blijven liever weg.

Het is misschien in het voordeel van de Thaise moslims. Problemen, zoals de verdwijningen (onder anderen van een vooraanstaande Thaise advocaat die de verdediging van vier vermeende moslimextremisten op zich had genomen), de economische achterstand en het gebrekkige onderwijs, zijn nog steeds niet opgelost. Maar Bangkok heeft beterschap beloofd. Zo werd de regio vorige maand al voor 300 miljoen euro aan noodhulp geboden en komt er een islamitische universiteit. En hoewel de bouw van een afscheidingshek tussen de Thais-Maleisische grens onverminderd doorgaat en alle 1.580 dorpen in het gebied een vrijwillige burgerwacht krijgen die wordt bewapend met maximaal acht geweren per dorp, is de gevreesde politiemacht al verminderd van 5.800 tot 1.800 man. Agenten van wie wordt vastgesteld dat zij mensenrechten hebben geschonden, zullen voor de rechter ter verantwoording worden geroepen.

De grote vraag is: komen de maatregelen op tijd? Deskundigen aan weerszijden van de grens zijn sceptisch. De Thaise moslims die nooit hebben kunnen tippen aan de welvaart van hun boeddhistische landgenoten, hebben nooit hoop gekend. Maar de regering in Bangkok lijkt zich er voor het eerst in decennia van doordrongen dat wanneer zij stilzit of slechts terugslaat met geweld, de oplaaiende agressie wel eens zou kunnen omslaan in een regelrechte opstand. En dan is het afgelopen met de rust in het paradijs.