Natuurbeheer 1

Frans van der Helm trekt van leer tegen de koehandel die bedreven wordt met onze natuur (Opinie & Debat, 17 april). Wanneer natuurgebied moet wijken voor een woonwijk, laten natuurorganisaties zich volgens hem al te gretig compenseren met elders verworven cultuurgrond. Maar met een bevolking die blijft dóórgroeien is dat onvermijdelijk.

Van der Helm voert aan dat natuurontwikkeling niet verzonnen was om de oude natuurgebieden te vervangen. Het gaat hem om de oude, `historische authenticiteit', die mag je niet zomaar prijsgeven. Dat is waar. Des te treuriger stemt de teloorgang van het landschap in bestáánde natuurreservaten door wanbeheer. Willens en wetens verwaarloost Staatsbosbeheer eeuwenoude houtwallen. Houtwallen bevatten zeldzame soorten en genen uit het natuurbos van duizend jaar terug. Indien de wallen niet worden gekapt, zoals de boer vroeger deed om de acht of twaalf jaar, werpen straks een paar bomen hun slagschaduw over de zeldzame vegetatie. Die verdwijnt, mét de kenmerkende fauna. Geld besparen op actief beheer is een mooi motief om de filosofie aan te hangen dat de natuur spontaan zijn gang moet gaan. Het kleinschalige verkavelingspatroon, van hagen en houtwallen die intieme hooilandjes omsluiten, wordt verder opgeofferd aan wilde begrazingsexperimenten. Grazers zijn goed voor de duinen en heidevelden. Het weinige antieke boerenlandschap moeten je koesteren en afschermen, dat mag je niet kapot laten lopen door vee omdat het prikkeldraad te duur is, dat is cultuurbarbarij. Staatsbosbeheer heeft onder andere als opdracht het `instandhouden van cultuurhistorische waarden'. Staatsbosbeheer beweert tevens dat de vergoedingen voor zorgvuldig beheer `volstrekt ontoereikend' zijn. De recent opgerichte Landschapswacht vindt daarom dat het onvermogende Staatsbosbeheer deze terreinen aan zijn opdrachtgever, het ministerie van Landbouw, terug moet geven.