Moedig rechtsgeleerde

,,Het lijkt me aan geen twijfel onderhevig dat veel oude mensen er een grote rust in zouden vinden als zij over een middel konden beschikken om op aanvaardbare wijze uit het leven te stappen op het moment dat hun dat [...] passend voorkomt.'' Zo opende Huib Drion eind 1991 in deze krant het debat over het zelfbeschikkingsrecht van ouderen.

Drion overleed eergisteren in zijn woonplaats. ,,Mijn ideaal is'', zo schreef hij eind 1991 verder, ,,dat oude mensen die op zichzelf zijn aangewezen, naar een arts kunnen lopen – hetzij hun huisarts, hetzij een daartoe aangewezen arts – om de middelen te verkrijgen waarmee zij op het moment dat hun dat zelf aangewezen voorkomt, een eind aan hun leven kunnen maken op een manier die voor henzelf en voor hun omgeving aanvaardbaar is.''

Drion had toen al afscheid genomen als raadsheer en vice-president van de Hoge Raad. Hij stond er bekend als een geleerd en voorzichtig jurist. Voor zover valt na te gaan zijn er geen bekende arresten naar hem vernoemd. In kleine kring was hij bekend als auteur van literaire essays. Hij verliet de Hoge Raad begin jaren tachtig om zich aan de literatuur te wijden.

Huib Drion werd in 1917 geboren in een gezin van zes kinderen. Zijn vader was Kamerlid voor de liberalen. In 1938 ging Huib Drion rechten studeren in Leiden. Hij sloot zich aan bij het Comité van Waakzaamheid, een club van intellectuelen die waarschuwde tegen de propaganda van de Duitsers. Met zijn broer Jan gaf hij in de oorlog het verzetsblad De Geus uit. Na de oorlog werden beiden hoogleraar in het burgerlijk recht aan de Leidse universiteit.

Het was niet voor niets dat iemand die zijn werkend leven wijdde aan het recht, opzien baarde met een pleidooi voor de vrije verstrekking van zelfdodingsmiddelen aan ouderen. Tien jaar na zijn essay sprak hij zich in deze krant opnieuw uit over wat hij toen had bedoeld. ,,Een overheid die zelfdoding niet wenst te verbieden [...] kan weinig ethische rechtvaardiging claimen voor de gedachte om met behulp van de wet aan oude mensen de mogelijkheid te onthouden een eind aan hun leven te maken op een betere, ook voor de nabestaanden meer aanvaardbare wijze, dan de mogelijkheden die thans voor hen openstaan.''

Drions uitspraken zouden een eigen leven gaan leiden. De `pil van Drion' werd te pas en te onpas aangehaald in het euthanasiedebat dat volgde. De pil die naar hem was vernoemd, bestaat overigens niet. Drion pleitte voor een middel, een drankje dat in twee stappen zou worden ingenomen. Bij spijt zou iemand zich alsnog kunnen bedenken. Ook in bekende euthanasiezaken, gevoerd tot aan de Hoge Raad, zoals die van oud-PvdA senator Brongersma (2002) en de Haarlemse psychiater Chabot (1994) werden Drions standpunten regelmatig aangehaald.

In het debat over de euthanasiewet bleef Drions naam herhaaldelijk terugkomen. De discussie over de `euthanasiepil' leefde in 2001 nogmaals op toen toenmalig minister van Volksgezondheid, Els Borst, verklaarde er een voorstander van te zijn. Ze zei in deze krant: ,,Ik ben er niet tegen als het zó zorgvuldig geregeld kan worden dat het alleen díe hoogbejaarde mensen betreft die klaar met leven zijn.'' Borst zei vanochtend dat ze Drion begin jaren negentig eenmaal heeft gesproken over zijn ideeën, dat het toen nog een nieuw item voor haar was en dat ze later heel veel mensen sprak die `klaar waren met leven'. ,,Het is de grote verdienste van Drion geweest dat hij ons de ogen heeft geopend voor deze problematiek.'' Nu euthanasie bij wet is geregeld is het volgens haar tijd om uitgebreid discussie te voeren over Drions ideeën.

Drions pleidooi was in eerste instantie bedoeld voor alleenstaande ouderen. Na de dood van zijn broer Jan op 48-jarige leeftijd, met wie hij samenwoonde, bleef Drion zelf de rest van zijn leven alleen wonen, in een flat zeshoog in het centrum van Leiden. Zelf heeft hij altijd in het midden gelaten of hij voor zijn eigen dood zou kiezen. Onlangs zei hij nog zich `geheel niet bezig te houden met de dood'.

Het essay van Huib Drion uit 1991 en een interview met hem zijn terug te lezen op www.nrc.nl