IMF wil geen zwartkijker zijn

Het IMF heeft uiterst rooskleurige economische vooruitzichten. Daar valt wel wat op af te dingen.

,,De knoppen komen uit'', zo typeerde topeconoom Raghuram Rajan van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de huidige toestand in de Wereldeconomie. De 4,6 procent wereldwijde economische groei in 2004, zoals het IMF die voorspelt in zijn gisteren vrijgegeven World Economic Outlook, is de beste sinds 2000. Rajan gaat zelfs verder: de vooruitzichten zijn in tien jaar niet zo goed geweest, en ook volgend jaar wordt, zoals het er nu naar uitziet, een topjaar. De werkelijkheid zou op de korte termijn nog wel eens positiever kunnen uitvallen dan de voorspellingen van het IMF, aldus Rajan.

Die boodschap moet in Europa vreemd overkomen. Het optimisme in Washington staat in schril contrast met het onzekere en magere economische herstel van de Oude Wereld. Voor Nederland is het contrast nog groter. Als een van de slechtst presterende eurolanden bedraagt de economische groei hier minder dan een kwart dan wat gemiddeld in de wereldeonomie wordt voorzien. En ook volgend jaar is het nog minder dan de helft.

Daar zijn drie kanttekeningen bij te plaatsen. Allereerst is het tekenend voor de grootschalige veranderingen in de wereld dat een achterblijvend Europa al bijna als een detail wordt beschouwd. Het gewicht van andere regio's, vooral Azië, neemt sterk toe – zeker als de economieën worden gewogen op basis van koopkrachtpariteit zoals het IMF doet.

Wie denkt vanuit Europa ziet beren op de weg, met een magere groei van iets minder respectievelijk iets meer dan 2 procent, dit en volgend jaar. Wie denkt vanuit een andere geografische locatie ziet een mondiale economie die het inderdaad goed doet: de VS met een economische groei van gemiddeld 4,5 procent in 2004 en 2005. China en India met respectievelijk ruim 8 en ruim 6 procent. De andere Aziatische landen met ruim 5 procent en ontwikkelingslanden met rond de 6 procent gemiddeld. Van Rajan, van oorsprong Indiër, mag worden verwacht dat zijn blik anders is dan die van de gemiddelde Westerse econoom, en dat is terecht.

Tweede kanttekening is dat het IMF meestal de zaken wat rooskleurig voorstelt. Twee jaar geleden, in het voorjaar van 2002, was het fonds even positief als nu. Maar de beloofde opleving, na het zware jaar 2001, kwam er toen nauwelijks van. De Amerikaanse opleving bleek traag, en in Europa zou 2003 pas het echte rampjaar worden. Economen, zei Rajan gisteren, hebben de neiging om te negatief te zijn in een recessie, en juist te optimistisch in een hoogconjunctuur. Het IMF zelf vergist zich in beide omstandigheden liever aan de bovenkant dan aan de onderkant van het scala aan prognoses. De snel stijgende grondstoffenprijzen worden bijvoorbeeld op dit moment bij het IMF niet direct beschouwd als een bedreiging van de economie, maar als een teken dat er kennelijk een gezonde vraag is naar grondstoffen. En dat is eerder een blijk van gezondheid.

Derde kanttekening is dat het IMF in grote lijnen dan wel positief is, maar dieper in zijn Outlook wel degelijk waarschuwt voor risico's. De dreiging van grote terroristische acties is reëel en, zo zegt Rajan filosofisch, ,,we kunnen er zeker van zijn dat het onverwachte zal gebeuren''. Vandaar dat hij er voor pleit dat de belangrijkste leden van de wereldeconomie zich samen inspannen voor een `verzekering' tegen zo'n voorval: het kunnen reageren met stimuli op een negatieve schok. De uitgangspositie daarvoor is op dit moment niet best. Europa kan zijn rente nog verlagen, en Rajan stelt dat de ECB daar ook niet voor moet terugschrikken als het Europese herstel blijft haperen. Maar de grootste economie van allemaal, de VS, heeft haar kruit verschoten. De officiële rente is al laag, op 1 procent. Het begrotingstekort is opgelopen tot 4,8 procent, en in de Outlook bestaat weinig vertrouwen in het plan van Bush om dat tekort te halveren in de komende vijf jaar.

Zo zijn in het meerjarige begrotingsplan geen kosten opgenomen van een langer verblijf van militairen in Irak dan na het komende najaar. En het Congres staat op het punt om de belastingschijven met de inflatie mee te laten lopen, waardoor minder Amerikanen in de hogere tarieven terechtkomen dan nu nog wordt verwacht. Het huidige beleid zal er daarom volgens het IMF toe leiden dat het Amerikaanse tekort tot het einde van dit decennium rond de 4 procent blijft hangen.

Al met al is de verslechtering van de Amerikaanse begroting, met 7 procentpunten van het bruto binnenlands product in vier jaar, de hevigste sinds de Koreaanse oorlog. Het stimuleren van de economie door de regering-Bush is de rest van de wereld ten goede gekomen: het IMF stelt dat een kwart tot de helft ervan via importen is `weggelekt' naar de handelspartners van de VS. Maar de rest van de wereld zal op de langere termijn des te harder meebetalen aan een uit de hand lopend Amerikaans begrotingstekort.

Dat komt niet alleen omdat de Amerikaanse vraag terugvalt wanneer de negatieve consequenties van het tekort toeslaan – lagere consumptie, hogere besparingen en het verdringen van investeringen door de vraag naar kapitaal van de overheid. Het komt ook doordat de op termijn stijgende Amerikaanse rentevoet, door de uit de hand lopende staatsschuld, de rest van de wereld ook treft. Op de wereldwijde, geïntegreerde financiële markten hangen de rentevoeten nauw samen. Er is een grote correlatie tussen de rentes van de VS en die van de andere industrielanden. Voor ontwikkelingslanden en jonge industrielanden geldt dat de rente daar zelfs harder stijgt als de Amerikaanse omhooggaat. Zij worden extra getroffen.

Het aanvankelijke voordeel van Amerika's handelspartners staat in geen verhouding tot het nadeel dat zij straks ondervinden als het Witte Huis de begroting niet op orde krijgt. De goede jaren in de wereldeconomie mogen aangebroken zijn, of ze goed blijven zal afhangen van de vraag of de regering-Bush zich veel gelegen laat liggen aan het effect van het eigen beleid op de rest de wereld. Maar dat laatste geldt voor wel meer beleidsterreinen dan alleen de economie.