Het puzzelen is begonnen voor hockeycoaches

Slechts zestien hockeyers mag iedere bondscoach deze zomer meenemen naar de Olympische Spelen in de Atheense `bakoven'.

Hij staat bekend als de waaghals onder de hockeycoaches. Maar durft Marc Lammers in zijn olympische selectie een keepster op te offeren omwille van een `extra' veldspeelster, nu hij slechts zestien hockeysters mag meenemen naar de bakoven van Athene? ,,Nee, dat risico is me te groot'', zegt de Nederlandse bondscoach in Oss op kordate toon, na de oefenzege (3-1) op Duitsland.

Het klinkt bijna ongeloofwaardig uit de mond van de coach, die al meermalen bewees het experiment niet te schuwen. Lammers (35) stuurde zijn elftal al eens met een `vliegende keep' het kunstgras op, en zorgde tijdens het wereldkampioenschap in Australië (2002) voor beroering door een aantal speelsters uit te rusten met een `oorzendertje'. ,,Maar ditmaal wegen de voordelen niet op tegen de nadelen. Een ongelukje, hoe klein en onbenullig ook, en ik zit bij het belangrijkste toernooi zonder keepster.''

Nee, zijn selectie is volgens Lammers fysiek voldoende uitgerust om de Atheense hitte (circa 40 graden) te doorstaan. ,,Bovendien is het één dag spelen, één dag rust. Dat is voldoende om te herstellen. Het mag daar dan warm zijn, we nemen onze voorzorgsmaatregelen en zijn na onze ervaringen in Macau en Perth intussen wel wat gewend.''

Gelukkig is Lammers evenwel niet met het onverzoenlijke `dictaat' van het Internationaal Olympisch Comité, dat het aantal deelnemers binnen de perken wil houden, en hij is niet de enige. Hockey heeft zich de afgelopen jaren meer en meer ontwikkeld tot een razendsnelle en krachtenverslindende sport, waarbij het aantal spierblessures niet voor niets is toegenomen. Hetzelfde geldt voor botbreuken en kneuzingen.

Eén ding is zeker: met zo'n smalle selectie speelt de medische staf straks een cruciale rol op het Helleniko-complex. Spitsvondige oplossingen zijn niettemin vereist, en de meest voor de hand liggende mogelijkheid is het selecteren van vijftien veldspelers en één doelman. Maar als Lammers die gok al niet durft te wagen, wie wel? Geen coach die zich vooralsnog in de kaarten durft te laten kijken.

Zeker Terry Walsh niet, al is vanzelfsprekend ook voor de bondscoach van olympisch titelhouder Nederland het puzzelen begonnen op minder dan vier maanden van `Athene'. Voorlopig houdt de Australiër alle deuren open. Als bondscoach van Maleisië en Australië ging hij al prat op een grote en open selectie, vanuit de rotsvaste overtuiging dat onderlinge concurrentie het beste naar boven brengt bij zijn spelers.

Walsh' olympische keurkorps, dat gisteren in Oss met 5-1 won van Pakistan, telt vooralsnog 22 namen. Op de nominatie staat ook nog altijd Laurence Docherty, de 24-jarige Schot die al enige tijd aast op een Nederlands paspoort. Zolang de naturalisatie van de aanvallende middenvelder van HCKZ (nog) niet is afgerond, is hij niet in beeld. Maar wat niet is, kan nog komen, liet Walsh gisteren weten na het verplichte nummer tegen Pakistan.

Die woorden waren ook van toepassing op Marten Eikelboom. Na een absentie van twee jaar maakte de 30-jarige goaltjesdief van Amsterdam gisteren zijn rentree in de nationale ploeg. Hij mocht, enigszins tegen zijn gewoonte in, 25 minuten lang zijn kunsten vertonen op het middenveld, als vervanger van zijn geblesseerde clubgenoot Sander van der Weide (gebroken middenvoetsbeentje). Hij deed dat naar behoren, maar in tegenstelling tot sterspeler Teun de Nooijer komt Eikelboom op het middenveld aanzienlijk minder goed uit de verf.

Walsh was niet ontevreden over het optreden van de 154-voudig international, maar had wel een waarschuwing in petto voor de met een conditionele achterstand worstelende herintreder. ,,Marten wacht de zwaarste tweeënhalve maand uit zijn carrière.'' En: ,,De toekomst zal uitwijzen of hij op tijd klaar is voor het internationale tophockey.''

Eikelboom is, met behulp van zijn werkgever en de inspanningsfysioloog, bereid die uitdaging aan te gaan. Hij viel twee keer op rij buiten de boot: voor de Spelen van Atlanta (1996) en voor het WK in Utrecht (1998), en dat is de spits nog niet vergeten. Maar: ,,Het Nederlands elftal is geen charitatieve instelling, dat besef ik drommelsgoed. Niemand is zeker van zijn plaats, behalve Teun.''

Roderick Weusthof (21) bewees zichzelf gisteren een goede dienst door tegen het na rust uitgebluste Pakistan drie doelpunten voor zijn rekening te nemen. Of het de kansen van de neo-international van Kampong vergroot, valt te bezien. Maar telkens op de juiste plaats staan is ook een kunst. Die gave beheerst overigens ook Sander Dreesmann, de flegmatieke spits van HCKZ die met 26 doelpunten momenteel tweede staat op topscorerslijst in de hoofdklasse.

Zijn clubcoach en tevens bondscoach van Pakistan, Roelant Oltmans, heeft hele andere zorgen. Wegens de politieke instabiliteit op het Aziatische subcontinent is de oud-gymnastiekleraar uit Oegstgeest gedwongen om in de aanloop naar `Athene' voortdurend uit te wijken naar het buitenland. Geen sparringpartner die bereid is naar Pakistan te komen voor het spelen van een of meer oefenduels.

Sinds vorige week verblijft Oltmans' selectie voor een trainingsstage in Nederland. Negen trainingen en één oefenduel, tegen overgangsklasser Victoria (7-0), hadden zijn spelers in de benen, toen ze gisteren bij de fusieclub uit Brabant aantraden tegen Nederland. ,,Geen wonder dat het licht na rust uitging'', meende Oltmans, die morgen met Pakistan de strijd aanbindt met zijn andere werkgever, HCKZ.