Het Beeld

555 boeken las Erik de Vries tijdens zijn driejarig verblijf in jappenkampen. Tot op hoge leeftijd kende de deze week op 91-jarige leeftijd overleden televisiepionier veel van wat hij gelezen had uit het hoofd, om die kennis niet verloren te laten gaan. In de kampen wisselde hij boeken uit met Leo Vroman en Bernard van Tijn, die ook vonden dat geen tijd verspild diende te worden. Tussen die boeken zaten misschien vijf detectivejes, want naar ontspanning stond zijn hoofd meestal niet.

De Vries vertelde in 1984 aan Ageeth Scherphuis in de NOS-rubriek Markant (vannacht herhaald) dat hij er als geïnterneerde van overtuigd was dat de wereld er na de oorlog heel anders zou uitzien. Vooral de muziek moest heel anders klinken. Het eerste wat hij na de bevrijding in Palembang op de radio hoorde was de vertrouwde stem van Bing Crosby.

In de twee decennia sinds 1984 is onze cultuur veel ingrijpender veranderd dan in die paar oorlogsjaren. Er zijn nu heel veel steeds terugkerende vertrouwde stemmen. Het toppunt van éducation permanente is de introductie van jazzmuziek in Idols. Een gesprek van twaalf minuten vormt de absolute limiet van wat de kijker geacht wordt te kunnen verdragen. De portretrubriek Markant bestaat niet meer, en zo'n wijs, geestig en diepgravend gesprek zou ook niet meer mogen op de Nederlandse televisie, zelfs niet na middernacht. Wel op het tweede Duitse publieke net ZDF, waar een vergelijkbare ontmoeting deze week te zien was met Nobelprijswinnaar Imre Kertesz in de serie Zeugen des Jahrhunderts.

Erik de Vries was een bevlogen televisiefanaat, die niet alleen de techniek vanaf 1935 bij Philips leerde beheersen, alle vroege televisieregisseurs persoonlijk opleidde en tot in de jaren tachtig zelf programma's maakte, maar vooral een visionair. Televisie moest mensen leren om niet passief te zijn, om de wereld te ontdekken en, net als hij, zich genoodzaakt te voelen om alles te weten. Hij had als kind met zijn vader, een Amsterdams raadslid voor de Vrijzinnig Democratische Bond, een loge in de schouwburg en de complete Olympiade bezocht. Van dat alles en nog veel meer moest het televisieoog de mensen kond doen.

Maar al in 1953, twee jaar na de eerste openbare uitzending, werd De Vries aan de kant gezet door de omroepen. Die wilden radio met een plaatje maken, en hadden geen ruimte voor een ziener. Alleen bij de VPRO mocht hij de eerste televisiemaker Jack Dixon het vak leren, en hij bereidde de komst voor van het IKOR, de voorloper van het IKON. Maar De Vries was toch een agnost, verbaasde Ageeth Scherphuis (voormalig AVRO-omroepster) zich. ,,Ja, maar ik geloof in mensen die geloven!''

Tot voor kort nam Erik de Vries enthousiast en alomtegenwoordig deel aan het culturele leven. Hij stond aan de wieg van onder meer Teleac, de Zilveren Nipkowschijf, STAD Radio Amsterdam, de allochtonenomroep bij SALTO en de cineacformule van permanente herhalingen. Wat een fantastische netcoördinator zou Erik de Vries nu geweest zijn. Maar hij zou geen schijn van kans hebben gemaakt, net als in 1953.