Gouden woorden

`Ik mis een Churchilliaanse visie.

Veel voorstellen, maar waar is de daadkracht? Wat als er morgen iets gebeurt?' Jozias van Aartsen

Het kabinet-Balkenende dat beweert voorbereid te zijn op terroristische aanslagen, dat is een muilezel die doet of hij viool gaat spelen. Mooi dat je bezorgd bent, Jozias. ,,Ik mis een Churchilliaanse visie.'' Ferm geformuleerd. We staan volgens jou aan de vooravond van de derde wereldoorlog. Niemand zal zeggen dat jij ons niet bijtijds waarschuwde, Jozias.

Mist dit kabinet enkel een Churchilliaanse visie? Volgens mij, Jozias, mist het elke visie. Alleen al de zelfgenoegzaamheid van het kabinet maakt duidelijk dat het door de realiteit van de wereld ingehaald zal worden als een konijn door de slager. Je boosheid, Jozias, klinkt vooral gemakzuchtig. Ook zelf heb je geen visie. Je riep weer eens wat.

Er mag geen visie te bekennen zijn, daadkracht is er in de politiek genoeg. In tijden had je niet zo'n daadkracht. Iedere politicus beseft overduidelijk dat er moet worden aangepakt. Woonwagenkampen zijn tenminste zichtbaar. De Maastrichtse burgemeester en zijn aannemersvriendjes kunnen nog geen flat bouwen waar de balkons aan blijven hangen, maar een woonwagenkamp is snel gevonden. Wie Vinkenslag pakt heeft al-Qaeda al half te pakken, hoor je ze denken.

Niets dan een zoethoudertje is die oproep van je, Jozias. Dat de politiek iets aan terrorisme zou kunnen doen, vormt een bedotterij van jewelste. Waarom wordt een exacte definitie van terrorisme door politici altijd angstig omzeild? Omdat terrorisme als hoofdeigenschap kent dat er geen maatregelen tegen bestaan. Terroristische daden zijn niet te voorspellen, niet te bestrijden, niet uit te roeien. Daar heet zoiets terrorisme voor. Zelfs als de wereld is platgebrand en er nog twee mensen resteren blijft terrorisme aannemelijk. Terreur heeft geen leger nodig, geen aanvoerder, geen tv-camera, geen partij, geen volume. Terrorismebestrijding is een sprookje.

Geen Churchill die je zal helpen, Jozias.

,,Wat als er morgen iets gebeurt?'' vraag je. Dat weet ook jij niet. Alleen die blinde roep om blinde daadkracht horen we je slaken. ,,Opnieuw blijkt onze kwetsbaarheid. Nu moeten wij veerkracht tonen.'' Daadkracht, veerkracht. Stoere taal.

Terrorisme lijkt een godsgeschenk voor sommige politici. Ik verdenk ze ervan dat ze zich, uit ergernis het onzichtbare niet te kunnen bestrijden, werpen op het duidelijkst zichtbare, op de meest in het oog lopende ergernissen. Op asielzoekers en woonwagenkampbewoners. Die types pakken jullie aan, Jozias, om maar stoer te lijken en te suggereren dat jullie iets aan de grote problemen doen. Een nieuwe zondeboktijd is aangebroken.

Wereldoorlogje spelen, daaruit bestaat je visie. Goochelen met alarmfases – rood en geel – om de kiezers in een voortdurende greep te houden. Je pleit, Jozias, voor harde bevoegdheden bij alarmfase geel en voor een sterke man bij alarmfase rood. Zo verbrijzel je de laatste restjes liberalisme. Het is de vraag wie de democratie de grootste schade toebrengt, de terroristen of de terrorismebestrijders die beantwoorden aan jouw ideaal.