Gezicht van Spanjes voorspoed

Op de avond van de veertiende maart, toen duidelijk werd dat de conservatieve Partido Popular op verpletterende wijze was verslagen door de socialisten, trok het gezicht van één man de bijzondere aandacht. Rodrigo Rato stond naast de vertrekkende partijleider José María Aznar op het podium de nederlaag te verbijten met de ingehouden woede van een man die zijn eigen gelijk alsnog op bittere wijze bevestigd zag. Als híj lijsttrekker was geweest, was het allemaal anders gelopen ...

Rodrigo Rato gold als een potentiële opvolger van Aznar. Gedurende twee kabinetten was hij als minister van Financiën en Economische Zaken en vice-premier het gezicht van de Spaanse economische voorspoed. Spanje groeide op een manier zoals niet eerder in de geschiedenis was vertoond: constant en met een index die gemiddeld aanzienlijk hoger lag dan het Europese gemiddelde. Een uitdijende middenklasse zag haar bestedingsvermogen zienderogen groeien. Wie huizen had, bleek in een paar jaar tijd zijn vermogen te hebben verdriedubbeld. En met de lage rente konden er hypotheken en consumptieve kredieten worden afgesloten tegen bedragen die vijftien jaar geleden nog ondenkbaar waren.

Rato hield onderwijl de Spaanse economie goed op koers. Strikt genomen was het zijn socialistische voorganger Pedro Solbes geweest die Spanjes staatsfinanciën met bezuinigingen op orde bracht voor de toetreding tot de monetaire kopgroep van Europa. Maar Rato zette dat beleid vakkundig door. Het begrotingstekort bleef nul, de privatiseringen werden versneld doorgevoerd. Enig minpuntje was wellicht dat de inflatie wat aan de hoge kant was, maar wat wilde je ook in een booming economie waar de huishoudens al dan niet op de pof er op los consumeerden.

Wat was er logischer geweest dan dat deze telg uit een rijke zakenfamilie naar voren werd geschoven als de nieuwe man van conservatief Spanje? Dat het uiteindelijk de ietwat fletse Mariano Rajoy was die Aznar als kroonprins koos, kan verklaard worden uit het feit dat Rato de laatste jaren een van de weinigen was die binnenskamers nog wel eens een kritische noot liet horen aan het adres van de premier. Rato was reeds vanaf begin jaren tachtig conservatief Kamerlid en dus een oudgediende met recht van spreken. Hij was een verklaard tegenstander van de Spaanse bijdrage aan de oorlog in Irak, bij uitstek stokpaardje van de premier. Wat ook niet hielp was een buitenechtelijke affaire die niet goed viel in de steeds conservatievere partij.

Met Rato (55) vertrekt een man die met recht een liberaal genoemd mag worden. Gevormd door zijn studie economie aan de universiteit van Berkeley was hij bij uitstek een vrijemarkteconoom, hetgeen vrij zeldzaam was in Spanjes conservatieve kring. Recent gepromoveerd als doctor in de economie en met zijn staat van dienst als minister kan zijn positie als gezaghebbend worden aangemerkt. Voor Spanje onderstreept de benoeming van Rato dat het land economisch en politiek aan gewicht gewonnen heeft. Ook politiek gesproken komt het vertrek van Rato richting IMF goed uit voor de conservatieve partij. Het is een impliciete erkenning dat de afgelopen twee regeringen de zaken monetair gesproken op een rijtje hadden staan. En het verlost de partij van een verslagen opvolger die in de naderende machtsstrijd klaarstaat om vanuit de coulissen alsnog wat oude rekeningen te vereffenen. ,,U zult binnenkort voorzitter worden'', zo voorspelde een waarzegster die tijdens de verkiezingscampagne de hand van Rato las. De gepasseerde partijleider moest daar toen wat zuurtjes om lachen. Ten onrechte, zo blijkt nu.