Gatti dirigeert met flair

Het spectaculaire operaconcert met instrumentale muziek van Strauss en Wagner dat het Koninklijk Concertgebouworkest dezer dagen speelt, lijkt wel een hartenwens-concert van Riccardo Chailly. Maar de Amsterdamse chef-dirigent dirigeert in juni Verdi's Don Carlo in het Muziektheater en komt nog maar één keer in het Concertgebouw. Op 11 juni neemt hij daar afscheid.

Het Concertgebouworkest wordt nu gedirigeerd door Daniele Gatti, een Italiaan die wel iets weg heeft van de jonge Claudio Abbado en die met zijn superieure flair soms lijkt op Riccardo Muti. De prachtig dirigerende Gatti, thuis in de operahuizen van Milaan, Venetië, Londen, Berlijn en New York, maakt zijn debuut bij het Concertgebouworkest. Eerder dirigeerde hij andere wereldberoemde orkesten: de New York Philharmonic, het London Symphony Orchestra en de Berliner Philharmoniker.

Het Concertgebouworkest treedt op een vergroot podium aan op bijna maximale sterkte met vier harpen, een celesta en veel slagwerk. Overrompelend is het begin van dit briljante concert – zondag op Radio 4 – met Salome's dans uit Strauss' Salome met, waarin Gatti de sensuele verleiding mengt met valsheid en dreiging, daarmee de fatale afloop van de opera voorspellend.

Richard Strauss stond vele malen voor het Concertgebouworkest en de dubbelzinnige wufte Strauss-klank hoorde men ook exemplarisch in de suite uit Der Rosenkavalier, zijn opera die Strauss in 1917 in de Amsterdamse Stadsschouwburg dirigeerde, ver voor de huidige orkestleden ter wereld kwamen. Nu presideert Gatti op meeslepende wijze over de verfijnde vleugjes Wiener Schmalz, de lange zanglijnen die aan de subtiele strijkers zijn toebedeeld en de dubbelzinnig zwelgende passages met hun milde ironie. Het publieke succes was gisteravond enorm.

Na de pauze klonk Wagner, altijd lastig in de concertzaal waar de klank zich niet zo mooi mystiek mengt als in Wagners overhuifde orkestbak in Bayreuth. In de Karfreitagszauber uit Parsifal waren sommige blazersinzetten nog niet perfect, maar Gatti realiseerde in deze Goede Vrijdag-muziek hoogst bijzondere overgangen van plechtige uiterlijkheden naar diep gevoelde innerlijke geloofsbeleving. Dat een opener klank in Wagner ook zeer aantrekkelijk is, demonstreerde in delen uit Götterdämmerung: het bleke en vale Tagesgrauen, de triomfantelijke Siegfrieds Rheinfahrt en de indringende Trauermusik beim Tode Siegfrieds. Ook de veelal langzame tempi waren uiterst effectief en zo beluisterde men een schat van zelden gehoorde details. De Trauermusik klonk monumentaal en majestueus, voor zo'n uitvoering wil elke held wel sneven.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti. Programma: muziek van Strauss en Wagner. Gehoord: 21/4 Concertgebouw Amsterdam. Herh. 22, 23/4. Radio 4: 25/4 14 uur (opname 23/4).