Denken aan de Zaagmolenstraat

Met een klein feestje herdenkt Rotterdam de 100ste geboorte- dag van Willem de Kooning. De in New York beroemd geworden schilder dacht in Amerika voor het slapen altijd even aan zijn geboortestraat in de Maasstad.

Rotterdam maakt zich op voor de viering van de 100ste geboortedag van Willem de Kooning. Het wordt een bescheiden feestje, want het `Manhattan aan de Maas' heeft nooit veel met zijn wereldberoemde zoon opgehad. Aan het Weena staat weliswaar zijn bronzen beeld Seated Woman, bijgenaamd `de drol van Rotterdam', maar het gemeentemuseum Boijmans Van Beuningen heeft welgeteld één werk van hem in bezit. In het echte Manhattan, aan de Hudson, waar hij zich in 1926 illegaal vestigde, worden twee grote tentoonstellingen aan hem gewijd.

De Kooning werd op 24 april 1904 geboren in het Oude Noorden van Rotterdam. Om precies te zijn op het adres Zaagmolenstraat nummer 13. Er zouden nog vele adressen volgen, want er werd veel verhuisd. Er was woningoverschot en huisbazen lokten huurders met een nieuw behangetje of een maand gratis wonen. Veel bezittingen had men over het algemeen niet en dus werd de huisraad op een kar geladen en vertrok men naar een ander adres, soms een paar huizen verder in dezelfde straat.

Toen hij drie jaar was scheidden zijn ouders. De jongen werd aan zijn vader toegewezen, maar zijn moeder, die bekend stond als een harde vrouw, ontvoerde hem en kreeg alsnog de voogdij over haar zoon. Hij zou zijn leven lang een wrok tegen haar houden. In de 22 jaar die De Kooning in zijn geboortestad doorbracht, woonde hij op zo'n 36 adressen.

Na de lagere school werd hij aangenomen in het schildersbedrijf van Jan en Jaap Gidding. De Giddings waren huisschilders die zich toelegden op decoratiewerk, stoffering en glas-in-loodramen voor villa's, cafés en bioscopen (o.a. Tuschinski Amsterdam), waar veel vraag naar was. Gaandeweg leerde hij de fijne kneepjes van het vak kennen en wat belangrijker was, zijn bazen stuurden hem naar de avondopleiding van de Academie van Beeldende Kunsten.

De leerling kon natuurlijk niet bevroeden dat diezelfde Academie ooit zijn naam zou dragen. Hij heeft die triomf ook niet mogen smaken, want de naamswijziging vond een jaar na zijn dood in 1997 plaats. Niets wees er op dat deze volksjongen wereldberoemd en schatrijk zou worden. Hij gaf weliswaar blijk van talent en schilderde thuis stillevens met de restjes olieverf die hem op de zaak werden toegestopt, maar een carrière als decoratieschilder leek het hoogst bereikbare.

Ook als jong kunstenaar bivakkeerde hij op verschillende plaatsen in het vooroorlogse bohemia van de grote havenstad. Zo herinnerde Wim Engelse zich dat hij samen met De Kooning decoraties voor een winkelstraat maakte, waarvoor ze elk het aanzienlijke bedrag van zeshonderd gulden ontvingen. Na veertien dagen was De Kooning blut. Tijdens het werk sliep hij in het atelier van Engelse. ,,Toen het werk gedaan was, wilde hij er niet uit, wat ik ook probeerde. 's Nachts nodigde hij zijn vrienden en vriendinnen uit en haalde hij op mijn rekening drank en eten bij de waterstoker. Toen heb ik op een zaterdag het slot vervangen, maar de maandag daarop vond ik hem slapend in mijn atelier. Hij had gewoon een ruitje ingetikt. Voor 25 gulden wilde hij wel vertrekken. Die heb ik hem toen maar gegeven. Ik heb hem pas weer teruggezien in 1968, op zijn tentoonstelling in het Stedelijke Museum in Amsterdam.''

De onrust die hem vanaf zijn vroegste jeugd van adres naar adres had gedreven, dreef hem de wijde wereld in. In 1925 werd hij in het register van de burgerlijke stand uitgeschreven wegens vertrek naar Brussel. Een jaar later scheepte hij zich in op het ss Shelley. Of hij de enkele reis naar de Verenigde Staten van Amerika als werkend passagier of als verstekeling heeft gemaakt, behoort tot de mythologie die rond zijn persoon zou ontstaan.

In Amerika werkte hij als huisschilder en timmerman om de kost te verdienen en om verf en linnen te kunnen kopen. Ook daar is een spoor van adressen te volgen waar hij heeft gewoond en gewerkt. In de jaren vijftig was Bill de Kooning een van de leidende schilders van het abstract expressionisme, volgens kenners de belangrijkste bijdrage van Amerika aan de algemene kunstgeschiedenis. Op het toppunt van zijn roem was hij de bestbetaalde levende kunstenaar ter wereld.

Toen hij in 1968 in Nederland was, bezocht hij op aandringen van zijn zus Marie zijn moeder op haar laatste adres in Rotterdam. Ze had laten weten niet eerder te sterven dan dat hij bij haar was geweest. Ze was oud en broos geworden, wat hem enigszins met haar verzoende. Rotterdam was nooit helemaal uit zijn gedachten geweest. Aan zijn vader had hij al eens geschreven: ,,En terwijl ik naar bed gaat denk ik aan de Zaagmolenstraat.''