`Conflict moet beheersbaar blijven'

Super-procureur-generaal De Wijkersloot krijgt kritiek van Amsterdamse officieren van justitie. ,,Justitie en politie in Amsterdam zijn altijd een buitenbeentje geweest.''

De justitiewoordvoerders van de fracties in de Tweede Kamer reageren verdeeld op de forse kritiek van Amsterdamse officieren van justitie op voorzitter De Wijkerslooth van het college van procureurs-generaal.

Waar D66-woordvoerder Dittrich de uitgelekte e-mail van hoofdofficier De Wit beschouwt als een geïsoleerde aanval van het Amsterdamse parket om De Wijkerslooth te beschadigen, signaleert PvdA-woordvoerder Wolfsen een breder, landelijk levend ongenoegen over het functioneren van De Wijkerslooth.

Dittrich noemt het `niet toevallig' dat de e-mail één dag voor het debat in de Tweede Kamer over een reorganisatie van het openbaar ministerie gelekt wordt. ,,Iedereen is gemobiliseerd om de poten onder de stoel van De Wijkerslooth weg te zagen. Maar ik laat me niet gebruiken om op deze wijze de aanval te openen.''

Maar Wolfsen toont zich uitgesproken ongerust. ,,De geluiden over onvrede leven breder, ook in andere parketten. Minister Donner (Justitie, CDA) en De Wijkerslooth zijn te veel twee handen op één buik. Ze lopen met zijn tweeën zozeer voor de troepen uit dat de werkvloer ze als vijand is gaan beschouwen.''

Ook de VVD wil van Donner opheldering over de vraag of de e-mail een geïsoleerd incident uit Amsterdam is, aldus woordvoerster Griffith. Want volgens haar is het niet toevallig dat De Wijkerslooth de tweede `super-pg' is die aan het eind van zijn termijn op het openbaar ministerie in die vuurlinie ligt. ,,Dat overkwam Docters van Leeuwen in 1998 ook. Ik wil discussie met de minister of dat te maken heeft met de zwaarte en de inhoud van de baan.''

De Haagse hoofdofficier van justitie H. Moraal bezwoer gisteren dat er geen sprake is van crisis tussen het De Wijkerslooth en de verschillende parketten. ,,De beelden die collega De Wit oproept in zijn interne memo, herken ik niet. Die leven ook niet bij de andere parketten'', zegt Moraal.

Maar Wolfsen en ook Dittrich signaleren wel dat De Wijkerslooth slecht communiceert met zijn achterban. ,,Je zag dat in het conflict tussen De Wijkerslooth en de Amsterdamse politie over het opsporingsbeleid, vorige maand. Ze vochten daarover openlijk in de media, aldus Dittrich. ,,Maar als dan achteraf blijkt dat De Wijkerslooth al anderhalf jaar niet gesproken heeft met de Amsterdamse hoofdcommissaris Kuiper, zijn de communicatielijnen niet goed.'' Wolfsen refereert aan de manier waarop De Wijkerslooth is omgesprongen met de Amsterdamse officier van justitie Plooij. ,,Het college van pg's kan goede redenen hebben om tegen de zin van Amsterdam te opereren. Maar leg dat dan uit. Praat op zijn minst met die officier, want wat hem is overkomen is niet niks.''

Het dossier-Plooij was in Amsterdam de steen des aanstoots, zo blijkt ook uit de e-mail van De Wit. Het Amsterdamse parket wilde een `deal' sluiten met een criminele infiltrant die informatie zei te hebben over de bron van bedreigingen aan het adres van Plooij, maar stuitte op een veto van het college. Een dergelijke deal was tegen de regels. En bovendien viel het wel mee met de aard van de bedreigingen, was in februari het antwoord van Donner aan de Kamer. Daarin gaf hij aan, persoonlijk betrokken te zijn bij dat besluit. Die bedreigingen waren volgens De Wijkerslooth ,,niet anders of ernstiger'' dan de gevaren of dreigingen die doorgaans aan de bestrijding van zware criminaliteit kleven. Bovendien had hij ,,ernstige twijfels'' over het waarheidsgehalte van cruciale delen van de verklaringen van de betrokken getuige.

De mensen op de werkvloer op het Amsterdamse parket voelen zich met die houding in de steek gelaten, zo blijkt uit het e-mailverslag van een bijeenkomst met officieren van justitie. ,,Hij wekt de indruk van buitenaf naar het OM te kijken, hij lijkt primair het openbaar ministerie als een probleem te beschouwen. [..] Een organisatie voelt zich door deze beelden onzeker. Het raakt ook de noodzakelijke vertrouwensrelatie'', zo vatte De Wit de stemming samen. ,,Een leiding zet daarmee de binding met zijn eigen organisatie op de tocht. Officieren voelen zich verbonden met hun werk. Leiding dient die authentieke trots uit te stralen en te versterken. Extern en intern.''

Die `punten van zorg', zo zegde de Wit op die bijeenkomst in februari toe, zou hij bepreken met het college van pg's. ,,Maar dat is geen boodschap waarin het vertrouwen in dat college wordt opgezegd'', stelt CDA-woordvoerder Haersma Buma. ,,We wisten in februari al dat er onenigheid was tussen Amsterdam en het college van pg's. Deze mail is daar de weerslag van. En justitie en politie in Amsterdam zijn buitenbeentjes in de landelijke justitie- en politiewereld. Dat was zo en zal ook altijd zo blijven.''

Haersma Buma vindt niet dat daarmee het conflict gebagatelliseerd mag worden. Interne kritiek, ook in deze bewoordingen, vindt in iedere organisatie plaats. Maar het is iets anders wanneer zoiets vervolgens uitlekt. Dat schept het beeld dat het openbaar ministerie meer met zichzelf dan met criminaliteitsbestrijding bezig is. En als zoiets speelt, moet de top van de organisatie het wel beheersbaar houden.''

WWW.NRC.NL: volledige tekst