Voorbije woondromen van de Smithsons

Huizen van de toekomst zijn altijd vermakelijk: ze slaan onveranderlijk de plank mis. Zo ook het `House of the Future' dat het Britse architectenduo Alison (1928-1993) en Peter Smithson (1923-2003) in 1956 ontwierp voor een tentoonstelling over wonen van het dagblad The Daily Mail. De moderne Brit zou in 1981 leven in een organisch gevormde patiowoning van plastic. Nog vermakelijker dan het ruimteschipachtige interieur was de kleding van de figuranten in het huis van de toekomst. De mannen gingen als ridders gehuld in strakke maillots en droegen truien met enorme schoudervullingen, de vrouwen droegen een soort badmuts met krullerige versieringen.

Het House of Future is een van de minder bekende ontwerpen van Alison en Peter Smithson, die als twee van de invloedrijkste architecten in het naoorlogse Engeland gelden. Foto's, tekeningen en een filmpje van dit huis zijn nu te zien op de tentoonstelling Alison en Peter Smithson. From the House of the Future to a house of today in Witte de With in Rotterdam. Het bekendere werk van de Smithsons – hun gebouw voor The Economist en het sociale woningencomplex Robin Hood Gardens in Londen – ontbreken op de tentoonstelling. Wel te zien zijn hun zelden uitgevoerde ontwerpen voor vrijstaande huizen.

De Smithsons dankten hun roem misschien wel meer aan hun geschriften en polemieken dan aan hun gebouwen. Ze speelden een rol in de ontstaansgeschiedenis van de Britse popart-beweging en behoorden tot de pioniers van het New Brutalism, de stijl die voorschreef dat materialen in architectuur in onbewerkte vorm moesten worden gebruikt. Maar bovenal waren ze, samen met de Nederlanders Aldo van Eyck en Jaap Bakema, de grondleggers van Team 10, het losse verband van jonge architecten dat in de jaren '50 de ondergang bespoedigde van het Congrès Internationaux d'Architecture Moderne, de internationale beweging van het Nieuwe Bouwen.

De Smithsons hadden een tweeslachtige houding tegenover het modernisme van de eerste generatie. Net als Van Eyck hadden ze veel bewondering voor de eerste generatie modernisten, met name voor Le Corbusier. Maar in Le Corbusiers definitie van een woning (`un machine à habiter') zagen ze niets. Een huis moest volgens de Smithsons zijn verankerd in de omgeving en ruimte bieden aan het banale dagelijkse leven.

Vooral de woningen die ze voor zichzelf ontwierpen en inrichtten, zijn dan ook weldadig gewoon. Vaak zijn architectenhuizen smetteloze, strakke ruimtes die niet bedoeld lijken om te worden bewoond, maar de interieurs van de Smithsons staan in het teken van `gezelligheid', het begrip waar veel moderne architecten juist van gruwen. Zo lagen er in hun oude huis in Londen oude tapijten op de grond en stond de geornamenteerde schoonsteenmantel, zoals in zoveel huizen, vol met kaarten, kunstwerkjes en prullaria.

Hoe gezellig de interieurs van de Smithsons zijn, valt op als je ze vergelijkt met de ontwerpen van andere architectenparen (Charles en Ray Eames, Pierre Jeanneret en Charlotte Perriand, Jean Prouvé en Charlotte Perriand en Gerrit Rietveld en Truus Schröder) die op de tentoonstelling zijn te zien. Alleen het huis van Ray en Charles Eames lijkt op dat van de Smithsons: ook het echtpaar Eames hield van planten, prullaria en dingetjes die ze overal in hun zelf ontworpen huis in Los Angeles hadden neergezet.

Toch waren de Smithsons niet vrij van paternalisme. Blijkens een toelichting bij een van hun ontwerpen meenden ze de bewoners te moeten `bevrijden'. De tweeslachtige houding van de Smithsons tegenover het modernisme, dat ze verwierpen én bewonderden, komt tot uiting in een door hen ontworpen stoel uit 1953. ,,De meeste moderne meubelen zijn vogelstokken'', schrijven ze in de toelichting op het ontwerp. ,,Ze zijn niet duurzaam en snel sjofel. Ze kunnen meestal slechts voor een doel en in een anatomische positie worden gebruikt.'' De goede, oude, comfortabele Engelse clubfauteuil vinden de Smithsons een goed alternatief. Maar in plaats van iets te maken dat lijkt op zo'n clubfauteuil, ontwierpen ze een stoel die lijkt op een variant met kussens op Rietvelds beroemde maar onzitbare rood-blauwe stoel.

Alison and Peter Smithson. From the house of the Future to a house of today. T/m 13 juni. Witte de With, Witte de With Straat 50, Rotterdam. Boek €49,50.