Tegen de vergetelheid

In het Joods Museum in Vilnius beheert Joseph Shapiro (83) zijn levenswerk, een grote collectie ex-librissen. Een stille getuigenis van wat ooit een mooie joodse stad was.

Het is doodstil in het Joods Museum in de Pylimostraat in Vilnius. De dame achter de kassa – omslagdoek tegen de kou – kan mijn bankbiljet voor het toegangskaartje niet wisselen. Er is niet genoeg geld in kas. Ze is zelf joods en komt uit Wit-Rusland. Het donkert al en de zalen van het museum zijn slecht verlicht, aan de muren hangen goedkope reproducties van verbrande synagogen, slachtoffers van de holocaust, joodse partizanen die in de Litouwse bossen deelgenomen hebben aan het gewapende verzet tegen de nazi's. Er is niemand te zien.

Een eenzame zaalwachter wijst me op de kamer van Joseph Shapiro. De deur staat open. Ik loop de kamer binnen. De muren, vitrines en wandkasten, de hele kamer is van onder tot boven behangen met kleine afdrukken van honderden ex-librissen. Vanachter een openstaande deur klinkt wat gekuch en geschuifel. Daar verschijnt Joseph Shapiro zelf, op weg naar zijn bedlegerige vrouw. Hij zit hier elke dag en bewaakt zijn levenswerk, een collectie van 40.000 ex-librissen, waarvan 6.000 op joodse thema's. Hij troont me mee naar het achterkamertje, waar de collectie zorgvuldig in kartonnen bewaardozen staat opgeslagen. Rusland, Litouwen, Kazachstan, Amerika, Nederland, allemaal in aparte dozen, voorzien van keurige met de hand geschreven etiketten.

Shapiro is 83 en komt uit Kaunas, de tweede stad van Litouwen en korte tijd zelfs de hoofdstad, toen Vilnius bij Polen was ingelijfd. Hij moet daar in de Tweede Wereldoorlog in het getto gezeten hebben, maar ik durf er niet naar te vragen. Na de oorlog is hij naar Vilnius gekomen, ooit het `Jeruzalem van het noorden'. In de negentiende eeuw was Vilnius een centrum van joodse cultuur. Je had er de beroemde drukkerij van de familie Romm, de beroemde Strashun-bibliotheek, het Hebreeuwse weekblad Ha-Karmel, een joodse krant. De stad was het belangrijkste centrum voor het zionisme in het Russische Rijk, waar Litouwen tot 1918 deel van uitmaakte. In 1897 werd de Bund, de joodse socialistische partij, in Vilnius opgericht.

Shapiro zucht eens diep. Wat een mooie joodse stad was Vilnius! Ik hoef hem niks te vragen, want ik heb net het bloedstollende boek De joden van Wilno gelezen van Grigori Szur (ontdekt en gepubliceerd door de Nederlandse uitgeverij Jan Mets). Daar staat het allemaal in, hoe alle 76.000 joden van Vilnius bijeengedreven werden in het getto in de oude stad en daarna in één jaar tijd in Paneriai net buiten de stad in door henzelf gegraven kuilen werden neergeknald. Met fanatieke medewerking van de Litouwse politie.

Szur heeft het allemaal in dagboekvorm opgeschreven, in 39 schriftjes die door de Litouwse verzetsvrouw Ona Simaite uit het getto werden gesmokkeld en op de universiteit van Vilnius verborgen. Hij beschrijft de razzia's, de angst, de wreedheid van de nazi's en de Litouwse politie, maar ook het griezelige kat-en-muisspel van de joodse gettopolitie, die in een poging te redden wat er te redden was steeds meer joden aan de Duitsers prijsgaf.

Ook Szur kwam om. Zijn dochter overleefde de slachting dankzij diezelfde Simaite en kreeg het dagboek na de oorlog onder ogen. Szurs boek is inmiddels ook in Litouwen gepubliceerd, maar in de boekhandels in Vilnius kon ik het niet vinden. Wel vond ik na enig doorvragen het boek With a Needle in the Heart, een recente tweetalige uitgave met tientallen interviews met joodse overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. Sommige zijn niet meer dan een paar droog vertelde kale herinneringen, andere doen je de haren te berge rijzen.

Honderd synagogen telde Vilnius voor de oorlog en er staat er nog maar één overeind. Het getto lag precies in het hart van de stad, in de jodenbuurt. Sommige namen, als de Jodenstraat, doen er nog aan denken, maar verder is Vilnius een door en door katholieke stad geworden, met grote kerken en kloosters op elke straathoek. Een mooie barokke stad, maar een onvoorstelbaar staaltje geschiedvervalsing.

Shapiro trekt intussen steeds meer laatjes open. De ene ex-libris na de andere komt tevoorschijn. Hij vertelt van delegaties uit Israël, die op zoek naar de schamele joodse resten in Vilnius ook zijn kamertje met een bezoek vereren. Shapiro ontwierp zelf ook tientallen joodse ex-librissen. Dit is zijn manier om te strijden tegen de vergetelheid. Ten afscheid krijg ik een hele stapel kleine afdrukjes mee. En zijn visitekaartje: Joseph Shapiro, Member of the Collector's Council of Lithuania.