Shakespeare bij Shell

De schelp heeft zich op een kier geopend. Een Amerikaans advocatenkantoor onderzocht de gang van zaken bij Shell over de kwestie van de verdwenen oliereserves en bracht daarover een dik rapport uit. Het inzicht dat het rapport biedt in de wijze waarop het management aan de top van een van de degelijkste bedrijven ter wereld omgaat met een strategisch probleem doet niet onder voor een koningsdrama van Shakespeare. Macht, achterdocht, haat en venijn in de board room – met als antagonistische hoofdrolspelers de bestuursvoorzitter en zijn machtigste directeur – hebben twee jaar lang het hoofdkantoor van Shell in hun greep gehad. Daarbij zijn de markten, de aandeelhouders, de toezichthouders en ook de rest van het bedrijf willens en wetens onkundig gehouden van de werkelijke omvang van de bewezen reserves, de hoeveelheden olie en gas in de grond die Shell in de toekomst kan exploiteren.

Koninklijke Olie/Shell Groep, naar omzet de derde oliemaatschappij ter wereld, worstelt nu al maanden om dit olieboekhoudschandaal onder controle te krijgen. Topbestuurders zijn aan de kant gezet, de geprivilegieerde status van optimale kredietwaardigheid is een tandje verlaagd, het prestige van het bedrijf heeft een deuk opgelopen, de geloofwaardigheid van het management is aangetast. Shell beschikt over een kwart minder bewezen reserves dan beweerd, haalt sneller olie boven de grond dan het nieuwe reserves aanboort en is zonder vondsten van nieuwe olievelden over tien jaar en drie maanden door zijn voorraden heen. De aandelenkoers blijft systematisch achter bij die van concurrerende oliemaatschappijen. De nieuwe topman van Shell, Jeroen van der Veer, verklaarde deze week in een reactie op het onderzoeksrapport dat hij de ernst en omvang van de problemen had onderschat. Na deze oefening in nederigheid mocht hij van de raad van commissarissen aanblijven.

De interne ruzies over de aanpak van de reserveboekingen begonnen toen Walter van de Vijver aan het hoofd van productie en exploratie kwam te staan. Hij volgde in die functie Sir Philip Watts op, die was doorgeschoven naar de hoogste positie binnen de gecompliceerde Nederlands-Britse bestuursstructuur van Shell. Simpel gesteld: Van de Vijver ontdekte dat Sir Philip in zijn periode als hoofd exploratie de bewezen reserves had overdreven en toen hij de cijfers wilde herzien, stuitte hij op een muur van tegenwerking van zijn baas. Van de Vijvers ambitie tot opvolging van Sir Philip en hun botsende karakters vormden de ingrediënten voor een stellingenoorlog in de top van het bedrijf.

Pas twee jaar na de eerste interne memo's kwam de zaak in de openbaarheid. Dat alleen al valt Shell zwaar aan te rekenen. Lippendienst aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, na de schandalen waarbij Shell in de jaren negentig betrokken was (Nigeria, Brent Spar), heeft niets veranderd aan de cultuur van geslotenheid. Het onderzoeksrapport, waarvan alleen een samenvatting uit 463 pagina's openbaar is gemaakt, toont hoezeer de reputatie van deugdelijkheid waarop Shell prat ging is geschonden. Een onderneming die zichzelf tot de beste ter wereld rekent op het gebied van management en planning was niet bij machte op een professionele manier een crisis in het bestuur op te lossen. Het moet niet verbazen als er nog meer slachtoffers aan de top van Shell vallen. Shakespeare had het niet kunnen evenaren.