PvdA eist uitleg contacten BVD

De PvdA wil dat het kabinet de Tweede Kamer vertrouwelijk informeert over contacten tussen wapeninspecteurs van de Verenigde Naties en agenten van de voormalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) aan de vooravond van de Irak-oorlog.

Dit heeft fractieleider Bos gisteren aangekondigd. Hij zal de zaak aanhangig maken bij de vertrouwelijk vergaderende Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer (CIVD). Fractiegenoot Koenders had eerder de ministers Bot (Buitenlandse Zaken) en Remkes (Binnenlandse Zaken, waaronder de BVD viel) gevraagd naar de inhoud van deze contacten. Koenders wilde, naar aanleiding van uitlatingen van chef-wapeninspecteur Blix en Nederlandse wapeninspecteurs voor de televisie, weten of de Nederlandse regering in de aanloop naar de Irak-oorlog bewust de opvatting van de wapeninspecteurs (UNSCOM) heeft genegeerd dat het met de samenwerking tussen het Iraakse regime en UNSCOM steeds beter ging en dat er nog geen concrete bewijzen waren gevonden voor de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak.

Volgens Bot heeft ,,de Nederlandse regering (destijds) geen additionele informatie aan de Kamer onthouden''. De Nederlandse houding ten opzichte van de komende oorlog was ingegeven door een gebrekkige naleving door Irak van een reeks soms al oudere VN-resoluties, betoogde Bot. Irak zou in totaal 128 aan het land gestelde vragen niet beantwoord hebben.

Bot ging niet in op vragen van Koenders ten aanzien van de Nederlandse reactie op een presentatie van de Amerikaanse minister Colin Powell in de Veiligheidsraad, waarvan de feitelijke juistheid door Blix en anderen inmiddels in twijfel is getrokken. De PvdA'er verweet premier Balkenende en de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, De Hoop Scheffer, deze presentatie als geloofwaardig of zelfs `indrukwekkend' te hebben gekenschetst.

Blix zei in het tv-programma Zembla dat het Nederlandse kabinet destijds geen belangstelling zou hebben getoond voor wat UNSCOM Den Haag had kunnen vertellen: dat de wapeninspecteurs in weerwil van de dia's en andere bewijzen van de aanwezigheid van massavernietigingwapens die Powell presenteerde uit ervaring wisten dat de Verenigde Staten over ,,0 procent kennis'' beschikten ten aanzien van de eventuele locatie van zulke wapens; en dat UNSCOM meende met nog wat meer tijd zijn inspectie van mogelijke locaties te kunnen afronden.