Onorthodoxe hoogleraar met durf

Ze is commissaris bij Numico en bij busonderneming Arriva, kroonlid van de SER, lid van de raad van toezicht bij het Rijksmuseum, lid van de Advies- en arbitragecommissie Rijksdienst en voorzitter van de Geschillencommissie functiewaardering in de sport. Daarnaast is Irene Asscher-Vonk (1944) vijf dagen per week hoogleraar sociaal recht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Sinds vorige week heeft ze een commissariaat bij KLM, waar ze de vorig jaar overleden Johan Stekelenburg opvolgt. ,,Door mijn nevenfuncties houd ik contact met de buitenwereld. Ten slotte werk ik al sinds 1967 in de universitaire wereld. Ik heb altijd gezocht naar mogelijkheden om te kijken hoe mijn vak in de praktijk werkt.''

Maar bovenal vindt Irene Asscher ,,heel veel dingen leuk, zowel op het zakelijke als op het persoonlijke vlak''. Het interessante aan KLM, zegt ze, is dat ,,het een heel groot bedrijf is, met heel veel verschillende CAO's en veel typen werknemers. Veel aspecten van mijn vakgebied dus.'' Ze moest wel even nadenken toen ze gevraagd werd door KLM. ,,Maar ik had toch iets van: ik ben nu zó oud, heb zoveel gezien dat ik niet zou weten waarom ik dit niet zou durven. Waarom wel commissaris bij een busbedrijf en niet bij KLM? Als je dit soort stappen in je carrière hebt gezet, dan hoort het erbij dat je verder gaat.''

KLM mag blij zijn met iemand als Irene, vindt Winfred van de Put, archivaris en voorzitter van de ondernemingsraad van het Rijksmuseum. ,,Ze is energiek, helder en kritisch in positieve zin.'' Van de Put kent haar uit een commissie die in 2000 werd ingesteld om de medezeggenschap weer op de rails te krijgen na een conflict tussen de ondernemingsraad en de directie. Asscher zat de commissie voor. ,,Ze hamerde op communicatie tussen de strijdende partijen en had een goed oog voor de belangen van zowel museum als medewerkers. Ze is een echt mensenmens.''

Een sociaal mens, zo wordt Asscher ook omschreven door Arnold Devreese, plaatsvervangend directeur van de adviesdirectie sociale zaken van de SER. ,,Ze staat open voor de meningen van anderen, ook als ze die niet deelt. Ze is altijd bereid om dingen uit te leggen, dat zal wel verband houden met haar docentschap. Dat uitleggen leidt wel eens tot gefronste wenkbrauwen bij mensen die het al weten.'' Over haar sociale vaardigheden zegt ze zelf: ,,Ik benader mensen graag positief. Omdat ik weet dat ik zelf beter functioneer als ik positief benaderd word.''

Zowel Van de Put als Devreese omschrijft haar als onorthodox. Van de Put: ,,Bij vergaderingen komt ze altijd binnen met haar vouwfiets, ze trekt zich weinig aan van conventies.'' Devreese typeert haar als ludiek, humoristisch en `geen doorsnee type'. ,,Als ze eerder weg moet uit een vergadering zegt ze dat ze moet strijken. Ze doelt dan op haar viool. Ze kan mensen goed op het verkeerde been zetten.''

Asscher moet er hartelijk om lachen. ,,Ik speel al tien jaar geen viool meer, want ik heb geen tijd om te oefenen en dan is het niet om aan te horen. Nee, strijken is een metafoor voor mijn privé-leven. Ik trek een duidelijke streep tussen werk en privé. Ik wil tijd hebben voor mijn gewone leven, anders houd ik dit werk niet vol. Want gezin, lezen, sporten en muziek vormen mijn basis.''

Om die reden is ze ook geen echte netwerkster, vindt ze. ,,Echte netwerkers borrelen en eten samen. Dat doe ik niet, want 's avonds wil ik `strijken'.'' Ze is ook geen lid van een officieel vrouwennetwerk. ,,Op mijn leeftijd heb ik die contacten toch wel.'' Wat niet betekent dat ze de emancipatie niet een warm hart toedraagt. ,,Dat ik commissariaten heb, heeft voor mij heel veel met emancipatie te maken. Ik wil laten zien dat vrouwen dit gewoon kunnen, dat dit werk niet alleen voor mannen is. Maar vrouwen moeten wel durven en het bedrijfsleven moet vrouwen durven vragen.''

Ze wordt dit jaar zestig, maar aan stoppen denkt ze nog lang niet. ,,De momenten waarop ik moet stoppen, liggen vast: op mijn 65ste bij de universiteit, op mijn 72ste als commissaris. Maar omdat ik als moeder van vier kinderen twintig jaar in deeltijd heb gewerkt, heb ik het gevoel dat mijn carrière net begonnen is.''