`Moord op Djindjic: twee schutters'

Bij de moord, op 12 maart vorig jaar, op de Servische premier Zoran Djindjic zijn twee schutters betrokken geweest. Dat kan worden afgeleid uit de verklaring van Djindjic' lijfwacht tijdens het proces tegen de mogelijke daders.

Zoran Djindjic stapte op die 12de maart vorig jaar op een binnenplaats van een regeringsgebouw in het centrum van Belgrado uit een auto toen hij vanuit een raam van een gebouw tweehonderd meter verderop werd beschoten. Hij stierf op weg naar het ziekenhuis. De lijfwacht, Milan Veruovic, werd door een andere kogel geraakt en werd zwaar gewond. De schutter vluchtte maar werd later gepakt en is nu een van de dertien verdachten in het proces. Volgens de aanklacht was hij de enige schutter en vuurde hij twee kogels af, waarvan er een Djindjic trof en de andere Veruovic.

Veruovic gaf gisteren echter een andere lezing. ,,Toen ik de trap naar de ingang [van het regeringsgebouw] opliep hoorde ik zwak het eerste schot, en Djindjic' kreet'', zei hij. Vervolgens werd hij zelf door de tweede kogel geraakt. ,,Toen ik gewond op de grond lag, hoorde ik het derde schot'', zei hij. Dat kwam uit een andere richting. Dat zou betekenen dat er een tweede schutter aan het werk was. De verklaring van Veruovic wekt nieuwe twijfels over het politie-onderzoek en juridische geldigheid van de aanklacht.

Terecht staan dertien mensen, allen leden van een criminele bende. Velen van hen zijn lid geweest van de politie, de geheime politie en/of Servische milities. Van de dertien beklaagden zijn er acht, onder wie het veronderstelde brein achter de aanslag, Milorad Lukovic, voortvluchtig. De vermeende schutter, Zvezdan Jovanovic, behoort tot de gearresteerde verdachten. De enige ooggetuige die Jovanovic na de aanslag heeft zien vluchten werd een week voor het begin van het proces vermoord. Hoewel men er algemeen van uit gaat dat hij is vermoord om te voorkomen dat hij als getuige in het proces zou optreden, vindt de politie dat er geen aanleiding is voor die veronderstelling.

Veruovic zei gisteren dat hoge functionarissen van de politie en de geheime dienst op de hoogte waren van de plannen voor een aanslag op Djindjic. Een maand voor de moord had een adviseur van Djindjic hem verteld dat de premier ,,in de gaten werd gehouden door huurmoordenaars''. Een week later, op 21 februari, werd een aanslag gepleegd die mislukte. De chauffeur van een vrachtwagen trachtte de auto van Djindjic te rammen. De chauffeur wordt nog steeds gezocht.

Veruovic zei dat talrijke verzoeken om een betere uitrusting van de lijfwachten van Djindjic waren afgewezen en dat de toenmalige onderminister van Binnenlandse Zaken, Nenad Milic, had geweigerd in te gaan op dringende verzoeken om de beveiliging van de premier te verbeteren.