Mediator moet ook in strafzaken

Minister Donner van Justitie wil mensen die met elkaar in conflict zijn, stimuleren om naar een mediator (bemiddelaar) te gaan, maar het netwerk dat hij daarvoor gaat opzetten beperkt zich tot civiele kwesties. Het is een gemiste kans als de minister niet ook mensen met een strafrechtelijk conflict stimuleert naar een bemiddelaar te gaan. Ook in strafzaken, zeker als het gaat om de wat lichtere gevallen, is bemiddeling effectief en kan het deëscalerend werken. Dit blijkt uit het eindverslag van het experiment mediation in strafzaken in Amsterdam, dat enkele weken geleden aan de hoofdofficier van justitie werd aangeboden.

In het experiment is er bemiddeling geweest na bedreiging en mishandeling in het verkeer, op straat, in huiselijke situaties, in cafés en op school. Een kleine steekproef na afloop wees uit dat benadeelden na een geslaagde bemiddeling de zaak lieten rusten. Benadeelden in zaken die niet tot bemiddeling hadden geleid, liepen een jaar na dato nog rond met gevoelens van onmacht en woede. Dit resultaat komt overeen met de (hoofdzakelijk buitenlandse) literatuur over dit onderwerp.

Het strafrechtelijk systeem is door zijn publieke karakter gericht op een rationele aanpak van gebeurtenissen, die in hun kern sterk emotioneel geladen zijn. Bij mediation kan de benadeelde gevoelens van woede en frustratie uiten tegen de persoon om wie het gaat: degene die er de oorzaak van is.

Excuses kunnen worden gemaakt, wat de weg effent om tot afspraken over schadevergoeding te komen. Niet zelden zeggen benadeelden na een geslaagde bemiddeling dat wat hen betreft de officier van justitie niets meer hoeft te doen. Die is uiteraard vrij om daar anders over te denken (het openbaar ministerie dient een publiek belang), maar de ervaring leert dat na een geslaagde bemiddeling vaak een sepot volgt.

Het experiment was opgezet als een aanbod aan benadeelden, om actief deel te nemen aan de oplossing van het conflict. Op vrijwillige basis werd hun een gesprek met de verdachte aangeboden. Ook de verdachte was vrij om al dan niet te kiezen voor deelname. Het aanbod gold alleen bekennende verdachten, althans verdachten die verantwoordelijkheid namen voor het gebeuren. Tijdens intake-gesprekken werd getoetst of een confrontatie veilig was en kregen partijen voldoende informatie, ook over de strafrechtprocedure, om te kunnen komen tot een informed consent. Als het tot bemiddeling kwam, vond deze plaats onder leiding van medewerkers van justitie in de buurt, zelf getrainde mediators.

Het experiment had een bescheiden omvang. De looptijd was te kort om gesignaleerde problemen – zoals het grote aantal benadeelden dat het niet aandurfde, wat wij mede toeschrijven aan onbekendheid van de methode – bij te stellen. Wel is duidelijk dat als het tot een bemiddeling komt, er een grote kans is dat deze slaagt. In het experiment was het slagingspercentage bijna zeventig. Dit komt overeen met de resultaten van andere experimenten op het gebied van mediation.

Het lijkt ons van groot belang, dat benadeelden in de toekomst de mogelijkheid krijgen voor mediation te kiezen. De officier maakt dan als het ware even pas op de plaats en besluit na de bemiddelingsfase of de zaak wordt geseponeerd, dan wel of er nog aanleiding is voor een boete of een strafzitting. In Europees verband wordt allang in deze richting gedacht. In een kaderbesluit van de Raad van Europa staat dat de lidstaten voor bevordering van mediation in strafzaken moeten zorgen. In 2006 moet dit zijn geregeld.

Het probleem is, zoals altijd, het geld. Wie betaalt de bemiddeling? Partijen in strafzaken zijn hier vaak niet toe in staat. Tot nu toe stelt het college van procureurs-Generaal zich op het standpunt, dat het openbaar ministerie dat niet zelf moet financieren.

Er is een andere mogelijkheid. Den Haag kan het systeem van gefinancierde rechtshulp van toepassing verklaren op de mediator die bemiddelt tussen partijen in een strafzaak. Dan kunnen ook mensen die betrokken zijn geraakt bij een strafzaak, profiteren van de deëscalerende werking, een gevolg van bemiddeling dat door minister Donner in civiele kwesties zo wordt geroemd.

Dr. S. Hogenhuis en oud-strafrechter mr. A. Smolders waren supervisors bij het desbetreffende experiment.